Goethe's erfgoed

Onrustbarend nieuws: het Goethe-Instituut, de Duitse cultuurdrager van wereldformaat, overweegt zich uit zijn kerngebied West-Europa terug te trekken. Ten grondslag hieraan ligt een koerswijziging die de voorzitter van het instituut, Jutta Limbach, de afgelopen weken in Duitse kranten liet doorklinken. Officieel is het Goethe-Instituut, genoemd naar de grote Duitse dichter en schrijver Johann von Goethe (1749-1832), bedoeld voor de instandhouding en verbreiding van de Duitse taal en cultuur. Het heeft in circa tachtig landen meer dan 140 vestigingen, waaronder twee in Nederland: in Amsterdam en Rotterdam. In de instituten worden sinds jaar en dag lezingen gegeven, kan men genieten van imposante bibliotheken en zich desgewenst bekwamen in de Duitse taal. Het instituut doet zijn naamgever alle eer aan. Het is Duitsland op z'n best: waardig, degelijk - soms wat zwaar - en cultureel en educatief hoogstaand.

Ruim een jaar geleden maakte de Duitse regering bekend te moeten bezuinigen op het Goethe-Instituut en andere cultureel-wetenschappelijke instellingen in het buitenland. Het heette dat tientallen instellingen gesloten moesten worden, waardoor banen, beurzen en uitwisselingsprogramma's in gevaar zouden komen. De hele operatie, waarbij ook de Alexander von Humboldt Stichting en de Duitse academische uitwisselingsdienst betrokken waren, moest tussen de veertig en vijftig miljoen euro opleveren.

Begrijpelijk dat het Goethe-Instituut zich op zijn toekomst heeft beraden. De geruchten over de gevolgen van de bezuinigingen en de nieuwe koers kwamen volop naar buiten toen een maand geleden de Deense vestiging in Kopenhagen gesloten dreigde te worden. Overkoepelend voorzitter Limbach legde later uit dat door de “veranderende wereldpolitieke achtergrond“ het Goethe-Instituut genoodzaakt is zich geleidelijk uit West-Europa terug te trekken. Volgens Limbach moeten we inzien dat Europa niet langer “de navel van de wereld“ is. Het Goethe-Instituut, zei ze, moet zich gaan richten op gebieden in de wereld waar het een stimulerende rol kan spelen in de geweldloze beslechting van conflicten.

Het Goethe-Instituut had zijn aandacht al eerder iets verschoven van verbreiding van de Duitse taal en cultuur naar de veel bredere internationale culturele samenwerking. Net als andere organisaties legt het instituut tegenwoordig nadruk op de modieuze dialoog tussen het westen en de islam. Nu wil het nog verder gaan: weg van taal en cultuur, weg uit West-Europa, richting wereldverbetering. We horen Goethe grommen.

Deze nieuwe koers is een verarming. De Goethe-Instituten in Amsterdam en Rotterdam en elders zijn juist daarom zo waardevol omdat ze altijd een specifieke taak hebben gehad, die ook ruim zestig jaar na de Tweede Wereldoorlog nog nauwelijks aan belang heeft ingeboet. Als het Goethe-Instituut Duitsland, de Duitse cultuur en vooral de Duitse taal niet meer stimuleert, wie doet het dan nog wel? Het instituut moet gered: van de bezuinigingen, van de nieuwe koers en misschien ook van zijn voorzitter.