ElBaradei weet Iran niet te overtuigen

De chef van het Internationaal Atoomenergie Agentschap (IAEA), Mohamed ElBaradei, is er gisteren in Teheran niet in geslaagd de Iraanse autoriteiten te overreden weer op te houden met de verrijking van uranium.

De Veiligheidsraad van de Verenigde Naties heeft Iran tot 28 april de tijd gegeven zijn verrijkingsprogramnma te staken, dat volgens Teheran deze week juist voor het eerst (laag) verrijkt uranium heeft geproduceerd. De Iraanse president, Mahmoud Ahmadinejad, en andere Iraanse leiders hebben er sindsdien op gehamerd dat er geen sprake zal zijn van bevriezing van dit programma, integendeel, dat het zo snel mogelijk zal worden uitgebreid.

Het Westen beschuldigt Iran ervan dat het uranium verrijkt voor een geheim kernwapenprogramma. Iran ontkent dat. Het zegt wel bereid te zijn mee te blijven werken aan internationale inspectie van zijn nucleaire installaties, of over andere vormen van internationaal toezicht te praten.

In Teheran zei ElBaradei gisteren dat beide partijen het eens waren de komende paar weken intensief in gesprek te blijven. Volgens hem heeft Iran onder andere toegezegd zich extra te zullen inspannen antwoorden te leveren op openstaande vragen over zijn nucleaire programma. Hij zei verder dat er nog tijd is om een vergelijk te bereiken waaronder “Irans behoeften aan kernenergie gewaarborgd worden en de zorgen van de internationale gemeenschap eveneens [..] worden gesust“. ElBaradei moet eind deze maand rapporteren aan de Veiligheidsraad of Iran al dan niet is opgehouden met het verrijken van uranium.

Rusland maakte vanochtend bekend dinsdag een nieuwe gespreksronde te organiseren over Irans atoomprogramma met de andere vier permanente leden van de Veiligheidsraad - de Verenigde Staten, Groot-Brittannië, Frankrijk en China - en Duitsland. Onderwerp van gesprek zal zonder twijfel zijn wat de internationale gemeenschap kan doen als Iran de eis van de Veiligheidsraad naast zich neerlegt.

Rusland en China verzetten zich tot dusverre tegen sancties. De Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken Rice zei gisteren dat krachtige actie moet worden overwogen, zoals een resolutie onder hoofdstuk 7 van het VN-handvest. Dergelijke resoluties zijn voor alle VN-leden bindend, en kunnen leiden tot sancties of zelfs gebruik van geweld.