De verf is nog nat

Vijf vrouwen en één man volgden de afgelopen zeven maanden de prestigieuze curatorenopleiding van De Appel. “Deze groep is behoorlijk ambitieus.'

Mercury in Retrogade. T/m 4 juni in De Appel, Nieuwe Spiegelstraat 10, Amsterdam. Di t/m zo 11-18u. Inl: 020-6255651, www.deappel.nl of www.mercuryinretrogade.org Onlangs verscheen de publicatie “Als muren oren hadden - De Appel 1984-2005', over de geschiedenis van De Appel. Prijs: 55 euro. De zes curatoren, vlnr: Stefan Rusu, Defne Ayas, Tessa Giblin, Diana Wiegersma, Laura Schleussner en Angela Serino foto Bram Budel De zes studenten van het 'Curatorial Training Program' een opleiding voor curatoren van De Appel, in een van de ruimtes die deel gaan uitmaken van de door hen gemaakte tentoonstelling. De muur op de achtergond maakt deel uit van het werk van Aurelien Froment. vlnr: Stefan Rusu, Defne Ayas, Tessa Giblin, Diana Wiegersma, Laura Schleussner en Angela Serino. FOTO: BRAM BUDEL Budel, Bram

Er klinkt gejuich en gegil onder de dakspanten van kunstcentrum De Appel in Amsterdam. Een groepje jonge mannen en vrouwen staart naar een zojuist verschenen exemplaar van de gratis uitgaanskrant Amsterdam Weekly, met op het omslag een tekening van een roze spaarvarken met Hitler-snorretje. Eronder staat in vette roze letters “Piggy Bank', en: “De Appel building's past'. Een blond meisje valt een donkerharige collega om de nek. “We hebben de voorpagina gehaald!“

De zolderetage van De Appel dient dezer dagen als zenuwcentrum van het Curatorial Training Programme, de jaarlijkse curatorenopleiding die traditiegetrouw wordt afgesloten met een groepsexpositie. Vijf vrouwen en één man zijn dit jaar uitverkoren om zeven maanden lang kennis te maken met het vak van tentoonstellingsmaken. Er resten nog slechts drie dagen tot de opening, en dus is het spitsuur. Op tafel staan volle asbakken en de overblijfselen van een snel genoten lunch.

Beneden, in de tentoonstellingsruimte, kijkt kunstenaar Michael Blum wat geïrriteerd om zich heen naar de nog lege zalen. “Ik ben al een week geleden in Amsterdam aangekomen, maar kan nog steeds niets doen. Zelfs de vloerbedekking voor mijn installatie is nog niet gelegd. Alles komt aan op het laatste moment. Ik vrees dat het wel eens nachtwerk zou kunnen worden.“

Blum is de kunstenaar van de “Piggy Bank'. Voor zijn bijdrage aan de tentoonstelling dook hij in de geschiedenis van De Appel, en ontdekte dat op dit adres in de Spiegelstraat vroeger de joodse bank Lippmann, Rosenthal & Co gevestigd was. Het kantoor werd in de Tweede Wereldoorlog door de nazi's gebruikt om in beslag genomen spullen van Amsterdamse joden op te slaan. Blum, zelf van joodse afkomst, wilde de herinneringen nieuw leven inblazen door delen van de bank te reconstrueren. Op de gevel moet straks weer de chique belettering van Lippmann, Rosenthal & Co prijken, en binnen zullen enkele zalen worden omgetoverd in de kantoorruimtes van ruim zestig jaar geleden. Maar zover is het nog lang niet.

Sterrenstatus

Het Curatorial Training Programme - of “CTP', zoals de cursisten consequent zeggen - werd in 1994 in het leven geroepen door Saskia Bos, de vorige directeur van De Appel. Het idee was een cursus aan te bieden die de kloof kon dichten tussen het theoretische gehalte van universitaire studies als Kunstgeschiedenis en de dagelijkse praktijk van de tentoonstellingsmaker. Begin jaren negentig werd het steeds duidelijker dat de rol van curatoren in de internationale kunstwereld groeiende was. Nomadische, onafhankelijke tentoonstellingsmakers als Hou Hanru en Hans Ulrich Obrist bereikten in die tijd zowat dezelfde sterrenstatus als kunstenaars in de jaren tachtig. “Curating' was ineens een sexy beroep geworden. En een diploma had je er niet voor nodig.

De curatorenopleiding van De Appel, de eerste in haar soort in Nederland, staat internationaal hoog aangeschreven. Ieder jaar melden zich tegen de honderd kandidaten uit de hele wereld. Twaalf van hen worden uitgenodigd voor een twintig minuten durend sollicitatiegesprek met een internationale jury. Bij de definitieve selectie wordt volgens coördinator Esther Vossen vooral gelet op zaken als “de dynamiek van de groep, de geografische spreiding en de ervaring van de kandidaten'. Van de deelnemers - gemiddeld 28 jaar - wordt verwacht dat ze al enige jaren praktijkervaring hebben opgedaan. Opvallend is dat het vooral vrouwen zijn die zich melden voor het CTP.

De zes kandidaten die door de strenge selectie komen, betalen ieder 2.500 euro inschrijfgeld en moeten zelf voor onderdak in Amsterdam zorgen. Daar staat tegenover dat alle kosten voor studiereizen vergoed worden. Als de cursisten in september arriveren, wordt direct begonnen met een stevig reisschema. Dit jaar werden de Biennale van Istanbul, de Frieze Art Fair in Londen, de Transmediale in Berlijn en de Baltic Triennial in Vilnius bezocht. In Nederland, Antwerpen, Brussel en Keulen zijn atelierbezoeken afgelegd, er zijn gesprekken gevoerd met museumdirecteuren en er werden workshops verzorgd door bekende curatoren.

“Het is een vrij heftig programma“, zegt de Ierse Annie Fletcher, die sinds het vertrek van Saskia Bos aan het hoofd staat van het CTP. Ze volgde de opleiding tien jaar geleden zelf ook. “Ik herinner me dat er non-stop over kunst en tentoonstellingsmaken werd gepraat. Vaak zit je in een groep van mensen met hele verschillende culturele achtergronden. En dus wordt er eindeloos gediscussieerd over wat kunst eigenlijk is. Die zeven maanden zijn heel intens.“

Het vak van curator is in de tussentijd veranderd, zegt Fletcher. “Vroeger was een curator iemand die een goede neus had voor trends. Maar tegenwoordig ben je als tentoonstellingsmaker veel meer de intermediair tussen kunstenaar en publiek. Bovendien is de diversiteit van tentoonstellingsplekken veel groter geworden. Naast de musea zijn er talloze onafhankelijke kunstpodia en biënnales bijgekomen. Er is momenteel een grote vraag naar curatoren. Toen ik begon, waren er nog maar drie van dergelijke opleidingen. Nu zie je door de bomen het bos niet meer.“

Uiteindelijk komen de meeste ex-deelnemers van het CTP goed terecht. Wie op de website van De Appel de cv's van de alumni bekijkt, ziet dat ze weer zijn uitgewaaierd over de aardbol en aan de slag zijn gegaan bij musea, kunstacademies, galeries en andere tentoonstellingsplekken. Maar rijk zullen ze er waarschijnlijk niet van worden, meent Fletcher. “Het salaris van een curator is vergelijkbaar met dat van een kunstenaar. Voor veel beginnende curatoren is het moeilijk om rond te komen. Vaak word je per project betaald, en is het altijd weer onzeker wanneer de volgende betaalde opdracht zich aandient.“ Zelf is Fletcher na het CTP in Nederland blijven hangen. De kunstscene hier noemt ze bijzonder “supportive'. “In Nederland is er altijd de mogelijkheid om bij het Fonds BKVB een bemiddelaarssubsidie aan te vragen. Dat is uniek in de wereld.“

Culturele Botsingen

In hun kantoor op zolder blikken de zes curatoren van dit jaar terug op de afgelopen periode. Het was zwaar, vinden ze allemaal, en de laatste paar dagen draaien ze vooral op adrenaline. “Natuurlijk waren er culturele botsingen“, zegt Defne Ayas uit Istanbul. “En soms was het vanwege de taalproblemen moeilijk elkaar helemaal te begrijpen.“ Tessa Giblin uit Nieuw Zeeland noemt het een wonder dat ze elkaar nog steeds aardig vinden: “We zagen elkaar iedere dag, van tien uur 's ochtends tot tien uur 's avonds, en meestal langer. Op een gegeven moment voelde het alsof ik in een reality-show was beland.“ Over het tentoonstellingsconcept durfden de deelnemers pas half november voor het eerst voorzichtig te praten. Maar rond die tijd moesten ook de eerste subsidievragen de deur uit. “Dat is een klassiek moment“, legt Annie Fletcher uit. “Het concept moet flexibel blijven, maar het moet ook wel weer zo doordacht zijn dat er geld voor aangevraagd kan worden. Juist dat soort pragmatische zaken leren ze hier.“

Met trots vertelt Fletcher dat de groep dit jaar het basisbudget van twintigduizend euro heeft weten te verviervoudigen tot tachtigduizend euro. “En ze hebben het aan precies de juiste zaken gespendeerd. Bijvoorbeeld door diverse kunstenaars voor langere tijd over te laten komen, zodat ze hier ter plekke konden werken. En sommige kunstwerken zijn speciaal voor deze tentoonstelling gemaakt. Deze groep is behoorlijk ambitieus.“

Eind januari kreeg de tentoonstelling echt vorm in de hoofden van de jonge curatoren, en werd de lijst met kunstenaars steeds completer. “We wilden een expositie maken over de manier waarop geschiedenis geschreven wordt“, vertelt Stefan Rusu uit Moldavië, de enige man in het gezelschap, die met zijn 41 jaar een stuk ouder is dan de rest. “We hebben ons verdiept in de Nederlandse geschiedenis. En we waren zelfs van plan om allemaal Nederlands te leren, maar daarvoor ontbrak helaas de tijd.“

Veel kunstenaars op de tentoonstelling, door de curatoren Mercury in Retrogade gedoopt, brengen oude verhalen opnieuw onder de aandacht, of proberen verloren gewaande herinneringen weer boven water te halen. “Het is een tentoonstelling vol brieven, boeken en monumenten“, zegt Tessa Giblin. Zo verdiepte de Duitse kunstenaar Stephan Dillemuth zich in de archieven van de Nederlandse hervormer Frederik van Eeden en hebben de Nederlandse kunstenaars Maria Barnas, Maxine Kopsa en Germaine Kruip onder de naam “Missingbooks' een oud boek van de Argentijnse schrijver Rodolfo Walsh opnieuw uitgegeven. Walsh, een politiek activist, werd in 1977 doodgeschoten. “Hij verdween, net als zijn boeken“, zegt Giblin. “Nu probeert Missingbooks te achterhalen wat er destijds gebeurd is.“

Stefan Rusu vertelt trots dat de ruimte van De Appel straks onherkenbaar zal zijn. “De bezoeker zal het idee krijgen dat het pand is opgesplitst in twee afzonderlijke gebouwen.“ Bij binnenkomst kan hij kiezen voor de route naar rechts, de trap op richting het joodse bankkantoor van Michael Blum, of hij kan rechtdoor naar de wenteltrap achter de kassa, die normaal gesproken niet voor het publiek toegankelijk is. Via die achteringang kom je dan alsnog in de tentoonstellingszalen terecht. “Maar op dat moment ben je al behoorlijk gedesoriënteerd', aldus Rusu.

Levendige fantasie

Voorlopig is van dat alles nog niet veel te merken, en moet je een levendige fantasie hebben om je de tentoonstelling voor te stellen. Behulpzaam wijst Laura Schleussner uit Berlijn aan waar straks de videomonitoren komen en welke kleur de wand nog moet krijgen. De tentoonstellingsruimte oogt als een huis dat een flinke verbouwing ondergaat, met steigers, werkbanken, bouwplastic, kabels en snoeren. Inclusief de curatoren zijn er zo'n twintig man aan het werk. En intussen komen ook de kunstenaars een voor een binnendruppelen, de meeste rechtstreeks afkomstig van Schiphol. De Turkse Defne Ayas verwelkomt hen met open armen, en slaakt vervolgens een diepe zucht. “Zeven maanden nadenken en voorbereiden, en dan maar vier dagen de tijd hebben voor de uitvoering. Het is haast niet te doen.“

Maar twee dagen later ligt er opeens bordeauxrode vloerbedekking in het bankkantoor van Michael Blum, en zijn de wanden in een rokerige kleur geel gesaust. Er zijn zelfs al wandteksten gemaakt, al hangen die nog provisorisch met een plakbandje op hun plek. De kamer is prachtig gemeubileerd met authentieke spullen, en in heel het gebouw ruik je de nostalgische geur van Pledge meubelspray. “We hebben de hele inboedel voor 750 euro op de kop kunnen tikken in een antiekzaak om de hoek“, zegt Defne Ayas trots. Ze staat naast een paspop die gekleed gaat in een ouderwets rokkostuum. “Kijk naar zijn stropdas, die is origineel. We hebben ons laten adviseren door een specialist in theaterkostuums.“

Tessa Giblin zit een verdieping lager op haar knieën de vloer te dweilen en voelt zich net Assepoester. “Maar dat hoort erbij“, lacht ze laconiek. “Een bekende curator heeft me laatst verteld dat hij altijd probeert om bij zijn tentoonstellingen ten minste één muurtje te schilderen. Juist op die informele momenten ontstaan namelijk de beste gesprekken met kunstenaars.“ Natuurlijk is er van alles misgegaan, vertelt ze ook. “Maar tot nu toe zijn de rampen te overzien.“

Een zaal verderop werkt de Franse kunstenaar Aurélien Froment aan een muurschildering in olieverf, en wordt daarbij gebroederlijk geassisteerd door het vriendje van een van de curatoren. Ze geloven er nog steeds in dat ze het gaan redden, voor de opening morgenavond. “Al zal de verf nog wel nat zijn.“

Mercury in Retrogade. T/m 4 juni in De Appel, Nieuwe Spiegelstraat 10, Amsterdam. Di t/m zo 11-18u. Inl: 020-6255651, www.deappel.nl of www.mercuryinretrogade.org Onlangs verscheen de publicatie “Als muren oren hadden - De Appel 1984-2005', over de geschiedenis van De Appel. Prijs: 55 euro.

    • Sandra Smallenburg