De hel, dat is de treiterende medescholier

De Zweedse auteur Mikael Engström won vorig jaar terecht een Zilveren Zoen met Tobbe, een jongensboek dat veel indruk maakte door zijn geestige dialogen en hilarische avonturen. De nu verschenen opvolger Dief van de duivel lijkt wel wat op Tobbe: opnieuw proberen drie bevriende jongens met elkaar te overleven aan de rand van de stad. De jongens zijn alleen geen tien, maar veertien jaar en de wereld is een stuk vijandiger. De zomer is herfst geworden. De buurtpestkop heeft plaatsgemaakt voor een doodgriezelige crimineel. Erotische spelletjes zijn omgeslagen in wanhopige geilheid.

Dief van de duivel door Mikael Engström. Van Goor. € 15,95

Hakan wil soldaat worden, Dick droomt van spelen in een band en Steppo tobt met de dood van zijn vader en de depressie van zijn moeder - voor alledrie lijken meisjes even begeerlijk als onbereikbaar. De vlam slaat in de pan als Hakan en Steppo in een dronken bui de auto van de al genoemde crimineel in elkaar rijden. Om zijn schuld in te lossen moet Steppo 's nachts gaan inbreken, terwijl hij overdag worstelt met de liefde en lust voor een klasgenote en met een aarzelende vriendschap met het pispaaltje van de klas.

De talrijke plotlijnen - er waart ook nog een potloodventer rond - vlecht Engström vaardig in elkaar. Interessanter is dat hij zijn verhaal laat spelen in wat in de jeugdliteratuur doorgaans een no go area is: de naoorlogse wijken vol betonnen flatgebouwen. Met Steppo dwaalt de lezer langs grauwe torenflats met woningen vol spullen van het postorderbedrijf, kapotte liften, galerijen die geuren naar kerrie en hallen die dienen als urinoir.

Het zwarte gat van de wijk is de scholengemeenschap, met onwillige leerlingen en cynische dan wel sadistische leraren. Engström, die werd opgeleid tot automonteur, lijkt uit eigen ervaringen te putten bij zijn schrille beschrijving van de VMBO-achtige school. Het ergst zijn de leerlingen, die hun klasgenoot Eva voortdurend treiteren. De hel, dat is de medescholier.

De wereld van Engström is behalve hard ook humoristisch. Er zijn grappige jongensgesprekken, bijvoorbeeld over de vraag of je wijn kunt maken van sap met gist en water. Er zijn heerlijke personages zoals de politie-agent die in het bureau aan zijn boot werkt terwijl zijn collega's de aangiftes opnemen. Er zijn running gags zoals het sierfruit op de rectorskamer waar elke bezoeker tevergeefs naar grijpt.

Anders dan Tobbe is dit boek soms wat mateloos: Steppo heeft steeds dezelfde nachtmerrie en dan worden er ook nog tarotkaarten gelegd. In zijn stijl blijft Engström echter een toonbeeld van beheersing en trefzekerheid, bijvoorbeeld bij de aangrijpende passages waarin Steppo zijn vriendin eerst verraadt en haar uiteindelijk op niet-sentimentele wijze hervindt.

Dief van de duivel biedt jeugdigen hoop in een harde wereld, waarin een omweg vaak de enige route blijkt te zijn. Voor volwassenen maakt het boek overtuigend waar wat Steppo denkt als hij tussen de flatgebouwen loopt: achter elk van die honderden deuren gaat een uniek leven schuil. Engström bewijst zich met dit boek als een van de belangrijkste jeugdboekenauteurs van dit moment.

KAREL BERKHOUT

Dief van de duivel door Mikael Engström.

Van Goor. 15,95

    • Karel Berkhout