De hel, dat is de klasgenoot

De 14-jarige Steppo bekijkt op zijn kamer de modelvliegtuigjes waar hij als kind uren aan heeft gebouwd. “Alles was precies als vroeger, maar toch herkende hij zichzelf niet. Niets van zijn spullen raakte hem nog.' Steppo pakt een vliegtuigje, speelt ermee op het balkon en gooit het dan naar beneden. Zo slaat in Dief van de duivel van de Zweedse auteur Mikael Engström de kindertijd te pletter op het plaveisel.

Mikaël Engström Foto Unieboek Unieboek

De vliegtuigjes zijn ook een onmiskenbare verwijzing naar Engströms vorige jeugdroman, Tobbe, waarin jongens in een B-29-wrak spelen dat ze als bemanning van de Enola Gay de atoombom gooien. Engström won vorig jaar terecht een Zilveren Zoen met Tobbe, dat veel indruk maakte door zijn geestige dialogen en hilarische avonturen. Tobbe was een boek over jongens, dat toch geen jongensboek was: daarvoor waren de hoofdpersonen te bangig en te stuntelig.

Dief van de duivel lijkt wel wat op Tobbe: opnieuw proberen drie bevriende jongens met elkaar te overleven aan de rafelranden van de stad. De jongens zijn alleen geen tien, maar veertien jaar en de wereld is een stuk vijandiger geworden. De zomer is herfst geworden. De buurt-bully heeft plaatsgemaakt voor een doodgriezelige crimineel. Erotische spelletjes zijn omgeslagen in wanhopige geilheid. Populaire wetenschap is niet langer een troostrijke sleutel tot de wereld, maar de inzet van bittere jongenstwisten.

Hakan wil soldaat worden, Dick droomt van spelen in een band en Steppo tobt met de dood van zijn vader en de depressie van zijn moeder - voor alledrie lijken meisjes even begeerlijk als onbereikbaar. De vlam slaat in de pan als Hakan en Steppo in een dronken bui de auto van de al genoemde crimineel in elkaar rijden. Om zijn schuld in te lossen moet Steppo 's nachts gaan inbreken, terwijl hij overdag worstelt met de liefde en lust voor een klasgenote en met een aarzelende vriendschap met het pispaaltje van de klas.

De talrijke plotlijnen - er waart ook nog een potloodventer rond - vlecht Engström vaardig in elkaar. Interessanter is dat hij zijn verhaal laat spelen in wat in de jeugdliteratuur doorgaans een no go area is: de naoorlogse wijken vol betonnen flatgebouwen. Aan de hand van Steppo, die inbreekt en folders bezorgt, dwaalt de lezer door grauwe torenflats met woningen vol spullen van het postorderbedrijf, kapotte liften, galerijen die geuren naar kerrie of knoflook en hallen die dienen als urinoir.

Het zwarte gat van de wijk is de scholengemeenschap, met onwillige leerlingen en cynische dan wel sadistische leraren. Als Steppo hier vastloopt en wegglijdt, wordt hem wel psychologische hulp geboden, maar de schoolverpleegkundige is zelden aanwezig. Engström, die werd opgeleid tot automonteur, lijkt uit eigen ervaringen te putten bij zijn schrille beschrijving van de VMBO-achtige school, waar ook in Nederland meer dan de helft van de scholieren zijn dagen slijt.

Het ergst zijn de leerlingen, die hun klasgenoot Eva voortdurend treiteren. De hel, dat is de medescholier. Dat ervaart ook Steppo, die sympathie voor Eva krijgt, maar de rest van de school niet durft te weerstaan. “Steppo gleed met zijn hand over de afgesleten traptrede. Het enige spoor van vroegere leerlingen, duizenden. Was dit alles wat overbleef? [] Je plekje bewaken, niet buiten de boot vallen, niet overblijven, niet helemaal onderaan belanden. Geen Eva worden.'

Nee, dat is niet alles, want de wereld van Engström is behalve hard ook humoristisch. Er zijn weer grappige jongensgesprekken, zoals over de vraag of je wijn kunt maken van sap met gist en water. Er zijn heerlijke personages zoals de politie-agent die in het bureau aan zijn boot werkt terwijl zijn collega's de aangiftes opnemen. Er zijn running gags zoals het sierfruit op de rectorskamer waar elke bezoeker tevergeefs naar grijpt.

Anders dan Tobbe is dit boek soms wat mateloos: Steppo heeft steeds dezelfde nachtmerrie en dan worden er ook nog tarotkaarten gelegd. In zijn stijl blijft Engström echter een toonbeeld van beheersing en trefzekerheid, bijvoorbeeld bij de aangrijpende passages waarin Steppo zijn vriendin eerst verraadt en haar uiteindelijk op niet-sentimentele wijze hervindt. In deze laatste ontknoping, waarin de bootgekke agent een hoofdrol speelt, weet Steppo zich ook te verlossen van zijn duivel.

Dief van de duivel biedt jeugdigen hoop in een harde wereld, waarin een omweg vaak de enige route blijkt te zijn. Voor volwassenen maakt het boek overtuigend waar wat Steppo denkt als hij door de flatgebouwen loopt, namelijk dat achter elk van die honderden deuren, een uniek leven schuilgaat. Engström bewijst zich met dit boek als een van de belangrijkste jeugdboekenauteurs van dit moment.

Mikael Engström: Dief van de duivel. Van Goor, 272 blz. euro 15,95

Rectificatie / Gerectificeerd

Bij de recensie van het jeugdboek Dief van de duivel van de Zweedse auteur Mikael Engström (Boeken 14.04.06) was de naam van de vertaalster niet vermeld. Dat was Bernadette Custers.

    • Karel Berkhout