Brieven & teennagels

Gerard Reve hield ervan zijn persoon te mythologiseren. Teennagels, eelt, kiezen en haren werden door hem, al dan niet voorzien van echtheidscertificaten, te koop aangeboden. De relikwieën vonden gretig aftrek bij verzamelaars. Ook kregen opvallend veel vrienden van Reve als relatiegeschenk een kroontjespen opgestuurd, die volgens het begeleidend schrijven van de auteur nog was gebruikt bij de totstandkoming van zijn debuutroman De Avonden.

Donkersloot Collectie Reve Museum foto Maarten van Haaff Haaff, Maarten van

Reves levensgezel Joop Schafthuizen (Matroos Vos) deed er nog een schepje bovenop: de nummerborden van het Citroënbusje waar het stel in rondreed verschenen in een catalogus van Aioloz, het antiquariaat van Reve-kenner Piet van Winden. En de Reve-liefhebbers zijn kennelijk gek genoeg: de nummerborden waren binnen de kortste keren verkocht.

Er is een woord voor deze curiosa van de zelfbenoemde Volksschrijver: reviana. Maar deze term wordt tegenwoordig ook gebruikt voor de vele brieven van (en fanmail aan) de schrijver, de manuscripten en typoscripten, de eerste drukken, de foto's, enzovoorts. De reviana vormen - kort gezegd - de complete materiële nalatenschap van Gerard Reve.

Nu Reve dood is, staat de productie van reviana definitief stil. Een nieuwe bibliofiele uitgave van gedichten zal ongetwijfeld nog steeds gretig aftrek vinden bij de verzamelaars, maar de autograaf van de auteur zal ontbreken. Er is alleen nog de zolder van Gerard & Joop, en niemand weet precies hoeveel kunstlederen portemonnees en boodschappenlijstjes daar nog liggen.

De vraag is of de dood van Reve gaat zorgen voor een sterke stijging van de prijzen van reviana. En zo ja, of de instantie die de nalatenschappen van Nederlandse schrijvers verzamelt, het Letterkundig Museum in Den Haag, voor een zware opdracht komt te staan. Kortom: zal het nog mogelijk zijn om met de beperkte overheidsgelden bestaande hiaten in de Collectie Reve te vullen?

Anton Korteweg is directeur van het Letterkundig Museum. In 1996 bood hij, namens het museum, een voor Nederlandse begrippen ongekend hoog bedrag - 160.000 gulden - voor het originele manuscript (het handschrift) en typoscript (de getypte en verbeterde velletjes) van De Avonden, Reves debuutroman. En hoewel Het Parool De Avonden in een top-5 van duurste manuscripten ooit zette (de Codex Hammer van Leonardo da Vinci stond met 30,8 miljoen dollar op de eerste plaats), is Korteweg niet bang dat de prijzen van reviana omhoog zullen schieten. “Toen we het handschrift kochten, was ik wel bang dat het een precedentwerking zou hebben. Harry Mulisch vindt het handschrift van Het stenen bruidsbed natuurlijk ook heel belangwekkend. Gelukkig heeft hij dat nog niet naar veilinghuis Bubb Kuyper gebracht.“

Antiquaar Piet van Winden, gespecialiseerd in reviana, vertelt dat “de bestellingen begonnen binnen te stromen“ direct na het bekendmaken van Reves overlijden. “Maar we hebben een grote voorraad, dus we de prijzen hoeven wat ons betreft voorlopig nog niet te stijgen.'' Van Winden verwacht wel dat veel verkopers hun materiaal hebben “opgepot' in afwachting van Reves dood. “Als zij hoge prijzen gaan vragen en hun waren ook voor die prijzen verkopen, dan zullen ook mijn prijzen stijgen.''

Van Winden benadrukt dat de gevestigde handelaren erbij zijn gebaat dat de prijsstijging zich geleidelijk ontwikkelt. “Anders wordt de voorraad te duur en gaan verzamelaars zich op hun hoofd krabben. Met name bij Willem Frederik Hermans kon je zien dat zijn boeken op veilingen ineens heel duur werden.“

De eerste tijd zal er wel een hype rond de brieven en handschriften van Reve bestaan, verwacht Korteweg. “Ik krijg nu telefoontjes van mensen die hun brieven van Reve aan ons willen verkopen. Ik ontvang iedereen, maar mijn angst is dat men denkt dat die brieven veel geld waard zijn.“ Over de correspondentie van Reve is echter al lang bekend dat lang niet al het materiaal even interessant is. “Reve doet wat dat betreft een beetje denken aan Adriaan Roland Holst. Er komen nog steeds oude dames die denken dat ze als jonge vrouw een unieke correspondentie met hem hebben gehad. Ze blijken allemaal ongeveer dezelfde brieven te hebben ontvangen.''

Echt nieuwsgierig (als directeur dan) is Korteweg maar naar heel weinig onderdelen van de nalatenschap: “Ik zou heel graag weten of Schafthuizen de brieven van Reve aan Ida Gerhardt nog niet heeft verkocht. Dat is een belangrijke briefwisseling geweest tussen deze twee coryfeeën.“

Maar om nou te zeggen dat hij daar onmiddellijk grof geld voor zou neertellen, nee. “Het Letterkundig Museum is terughoudend met het aankopen van brieven, om de simpele reden dat niet aangekochte brieven vaak in een later stadium alsnog worden geschonken.“

Wat betreft de parafernalia, curiosa, reviana in originele zin, is Korteweg compleet tevreden met de huidige collectie van het Letterkundig Museum. “We hebben het speelgoedkonijn uit De Avonden. Wat wil je nog meer?“

De grootste collectie reviana (op, wellicht, die van Joop Schafthuizen na) was altijd van Peter van Bergen. Van Bergen, van huis uit leraar Nederlands, was jarenlang bevriend met Reve. Een paar jaar geleden besloot hij om zijn collectie van de hand te doen, en nadat twee onduidelijke stichtingen zich hadden teruggetrokken, ging het geheel vorig jaar naar de Openbare Bibliotheek Amsterdam. De OBA kwam pas in beeld nadat de eerdere koper, twee stichtingen die 100.000 euro boden, zich had teruggetrokken. De collectie van Van Bergen, waar de OBA zo'n 75.000 euro voor betaalde, vormt de basis voor een Revemuseum dat op 7 juli volgend jaar (07-07-'07) zijn deuren opent in de nieuwe vestiging van de bibliotheek.

De directeur van OBA, Hans van Velzen, kan zich voorstellen dat hij de komende jaren Reviana betrekt bij Joop Schafthuizen. “We hebben sinds we de collectie van Van Bergen verwierven nog geen contact met hem gehad, maar misschien wil hij wel dingen in bruikleen geven. Het museum is toch een soort eerbetoon aan Reve.“

    • Ward Wijndelts