Brede steun Kamer voor splitsing energiesector

Het beleidsspeerpunt van minister Brinkhorst, splitsing van de energiebedrijven, kan rekenen op een ruime Kamermeerderheid. Tot chagrijn van de bedrijven.

“Ik acht het amendement-Hessels werkbaar.“ Na zes uur plenair debat in de Tweede Kamer en na ruim twee jaar van politieke schermutselingen sprak minister Brinkhorst (Economische Zaken, D66) gisteravond het verlossende woord. Zijn omarming van het amendement van Kamerlid Hessels (CDA), dat wordt gesteund door PvdA en SP, betekent dat het speerpunt van beleid van Brinkhorst, de splitsing van de energiebedrijven, kan rekenen op zeer brede steun van de Kamer.

Een van de laatste grote projecten om een strategisch deel van de publieke sector te liberaliseren nadert hiermee zijn voltooiing. De invoering van marktwerking bij de voormalige openbare nutsbedrijven die begin jaren negentig is begonnen, wordt hiermee afgerond. De energiebedrijven - Essent, Nuon, Eneco en Delta - zullen worden opgesplitst in commerciële productie- en leveringsbedrijven en in netwerkbedrijven. De aandeelhouders - provincies en gemeenten - mogen de commerciële bedrijven in hun geheel verkopen; de netwerkbedrijven mogen voor maximaal 49 procent hun economische eigendom onderbrengen bij institutionele beleggers. Het juridische eigendom van de elektriciteitskabels en gasbuizen blijft definitief in handen van de overheid. Met dank aan het amendement van Hessels.

Van meet af aan heeft het management van de energiebedrijven zich fel verzet tegen deze splitsing en daarbij weinig middelen geschuwd. Later voegden ook de vakbonden uit vrees voor banenverlies zich bij dit verzet. “De toon van het publieke debat was grievend en bij vlagen shockerend“, zei Brinkhorst aan het einde van het Kamerdebat.

Als de wet voor de zomer door de Eerste Kamer is goedgekeurd, krijgen de bedrijven 2,5 jaar tijd om hun commerciële en netwerkactiviteiten te ontvlechten. De kosten van de splitsing kunnen gedurende vijf jaar niet op de consumenten worden verhaald en daarna zijn naar verwachting de baten groter dan de kosten.

Hoewel de wet de weg naar privatisering opent, kunnen Kamerleden hun bemoeienis met de energiesector moeilijk loslaten. Hessels riep Brinkhorst op zich “tot het uiterste in te spannen“ om de aandeelhouders te bewegen níét te verkopen. Crone (PvdA) zei: “Splitsen moet, maar privatiseren is geen automatisme.“ Vendrik (GroenLinks) bepleitte dat de aandeelhouders de commerciële bedrijven uitsluitend mogen verkopen aan energiebedrijven die zelf geen netwerken bezitten en geen dominantie positie hebben op de Noordwest-Europese markt. En als dat niet mogelijk is: dan maar even helemaal geen verkoop van de commerciële bedrijven.

Deze oproepen tot terughoudendheid of verbod op verkoop gingen Brinkhorst veel te ver. Hij zei zich te kunnen vinden in het standpunt van De Krom (VVD): dit zijn beslissingen voorbehouden aan het management en de aandeelhouders. “Ik zie geen sturende functie voor de centrale overheid“, zei de minister. “De publieke aandeelhouders moeten zelf bepalen wat ze met hun aandelen gaan doen.“ Het is bekend dat sommige gemeenten (Rotterdam, Den Haag, Dordrecht en Amsterdam) en provincies (Friesland, Groningen) snel van hun aandelen in de productie- en leveringsbedrijven af willen, terwijl andere provincies (Gelderland, Zeeland, Noord-Brabant, Limburg) gezegd hebben hun aandelen een aantal jaren te willen vasthouden.

Crone en Hessels willen dat de energiebedrijven zich na de splitsing richten op de binnenlandse markt, zich niet laten opkopen door buitenlandse energiebedrijven en hun krachten bundelen om een nieuwe centrale voor grootverbruikers te bouwen. Minister Brinkhorst zei de investeringsbeslissingen van de bedrijven niet te willen sturen. “Ik ga geen bouw van centrales afdwingen.“

    • Roel Janssen