Boterlammetje

“Ik ga lekkere dingen maken voor Pasen“, zegt mama. “Wil je me helpen Rintje?“ “Mogen Henriette en Tobias ook meehelpen?“, vraagt Rintje. “Ja, gezellig!“ zegt mama. “Bel ze maar even!“

Als Henriette en Tobias er zijn, pakt mama een grote doos met eieren. “Die gaan we eerst beschilderen“, zegt mama. “Maar jullie moeten wel iets anders bedenken dan vorig jaar.“

“Toen hadden we onszelf op de eieren geschilderd!“ zegt Tobias.

“Misschien kunnen jullie nu andere honden maken“, zegt mama. “Honden uit de klas of honden uit de buurt.“

“Ja leuk!“ zegt Tobias. “Ik ga een poedel maken. Een zwarte met krulletjes op zijn hoofd!“

“En ik een dalmatiër“, zegt Henriette. “Helemaal wit met zwarte stippen.“

“En ik een Afghaanse windhond met heel lang haar!“ zegt Rintje. “Dan plak ik met lijm wat uitgerafeld touw op het ei. Dan lijkt het net echt haar.“

“En ik plak wat zwarte wol op het ei, als poedelkrullen“, zegt Tobias.

Terwijl ze hondeneieren aan het maken zijn begint mama met haar paasbrokkentaart. Eerst kneedt ze het deeg en dat doet ze in een bakvorm. Ze stapelt er allemaal lekkere stukjes worst in, vermengd met brokjes en spek. Dan maakt ze van deeg een haas met lange oren. Die legt ze bovenop de taart. Zijn neus en oog zijn een dobbelsteentje spek.

“Wat mooi!“ roept Henriette. “En ook heel lekker!“ roept Rintje. “Dat moeten we nog maar afwachten“, zegt mama. ze schuift de taart de oven in. “Eerst maar eens kijken hoe de hondeneieren eruitzien.“

Op tafel staat een hele verzameling honden. Honden met lange oren van vilt, honden met een dropje als neus, en zelfs een paarse hond met oranje strepen.

“Ze zijn heel mooi geworden“, zegt mama. “Nu gaan we boterlammetjes maken!“

“Boterlammetjes?“ vraagt Henriette. “Hoe gaat dat?“

Mama pakt een paar houten plankjes. Ze pakt een van de plankjes en vouwt het open. Aan iedere kant van de vorm zit een lammetje. “Je doet deze vorm vol boter en klapt hem weer dicht“, zegt mama. “Daarna laat je de boter hard worden in de ijskast, klap je de vorm open en haal je het boterlammetje er voorzichtig uit.“

Rintje, Henriette en Tobias krijgen alledrie een vorm. Ze doen ze vol boter en dan gaan ze in de ijskast. Omdat ze moeten wachten gaan ze buiten spelen tot mama ze een uurtje later roept. “Komen jullie? Maar wel eerst voeten vegen! Al die modderpoten wil ik niet in de keuken!“

“Wat ruikt het hier lekker!“ zegt Tobias. “Naar spek! Hmmmmmm!“

“Dat is de taart, die is bijna klaar“, zegt mama. “Maar eerst eens naar de boterlammetjes kijken.“ Ze pakt de vier vormen uit de ijskast. Een voor een houdt mama de vorm heel kort in een bakje met warm water. Dan doet ze de plankjes open en heel voorzichtig haalt ze de lammetjes uit hun vorm. “Ohhhhhh!“ roept Henriette. “Wat zijn ze lief!“

“Hier hebben jullie wat rozijnen“, zegt mama. “Voor de ogen.“ Tobias plakt de rozijnen op de plek van de ogen.

Maar dan pakt hij een mes en snijdt een heel stuk van de onderkant van het lammetje.

“Wat doe je?“ vraagt Rintje.

“Ik maak een boterteckel“ zegt Tobias. “Dan past mijn lammetje beter bij de hondeneieren.“

Mama moet lachen. “Vooruit“, zegt ze. “Maken jullie dan allemaal maar een boterhond.“ Met wat extra boter maken ze oren en staarten.

“En hagelslag voor de haren!“ zegt Rintje.

Mama haalt de taart uit de oven. ,,Hij is voor morgen,“ zegt ze. ,,Komen jullie morgen om alles op te eten, Henriette en Tobias?“ ,,Dan vieren we met z'n allen Pasen!“ roept Rintje.

Meer over Rintje op www.rintje.nl

    • Sieb Posthuma