Biografie en ongelijkheid

Elsbeth Etty pleitte vorige week voor persoonlijke details én gelijke behandeling van mannen en vrouwen in de biografie. Mineke Bosch wijst op de complicaties.

Elsbeth Etty zet mijn biografie van Aletta Jacobs in haar pleidooi voor méér privéleven in de biografie neer als het boegbeeld van de onpersoonlijke biografie (Boeken, 07.04.06). Voor haar is het lezen van biografieën verbonden met de plezierige spanning van het kijken door het sleutelgat. Een biografie moet alles van de persoon geven: de obsessies, neuroses en geheimen. De voorbeelden die zij noemt wijzen erop dat zij de “hele persoon' vooral denkt te vinden in de achterkamertjes waar de homoseksuele zonde wordt bedreven, de vrije liefde wordt gevierd of het overspel gepleegd. Privacy bestaat niet in het dodenrijk. Zij eist daarbij ook een strikt gelijke behandeling van man en vrouw.

Ik kan instemmen met deze eisen, maar zie direct ook de nadelen. Natuurlijk ben ik tegen onnodige verheffing of heiligverklaring. Ik geloof ook niet dat er ergens een absolute grens is in wat je kunt schrijven. Niettemin vind ik de jacht op “stories' die de functie hebben van het debunken of het oppimpen van een persoon niet interessant. En hoewel ik gelijke behandeling van vrouwen en mannen altijd een sympathieke eis vind, is ook die eis niet zonder problemen. Want gegeven de ongelijke uitgangssituatie van mannen en vrouwen bestendigt een gelijke behandeling de ongelijkheid vaker dan dat hij die opheft. De paradox is namelijk dat gelijkheid in heel veel gevallen alleen kan worden bereikt door het maken van verschil (denk maar aan positieve actie). Nog steeds hebben biografieën van vrouwen last van een cultuur (taal, beeldvorming, wetenschap, publieke opinie) die volgens Simone de Beauvoir, vrouwen tot tweede sekse maakt. Ik noem de belangrijkste valkuilen:

1) Sekse-stereotypering. Vrouwen worden gekarakteriseerd of beoordeeld in termen die alleen of voornamelijk met vrouwen worden geassocieerd: hysterisch, dweepzuchtig, hartstochtelijk. Daarmee worden ze automatisch “gekleineerd' door de ingebakken ongelijkheid die het vrouwelijke en het mannelijke aankleven. Voorbeelden hiervan zijn volop aanwezig in de lemmata van biografische woordenboeken. Zo wordt in het Biografisch Woordenboek van Nederland iemand als voormalig VVD-leidster Haya van Someren getypeerd als “een gehaaide meid', en als “onvoorspelbaar in gedrag en opvattingen' vanwege haar (onliberale) anti-abortusstandpunt. “Niet rigide in haar politieke opvattingen' is een neutralere aanduiding.

2) Mannen in de hoofdrol. De ervaring leert dat biografen mannen er nogal eens vandoor laten gaan met de levens van vrouwen: vaders, vrienden en echtgenoten zijn al snel leermeesters en steunpilaren, waarmee wordt afgedongen op het zelfstandig handelen van de vrouwen in kwestie. Hieraan gerelateerd is de stijlfiguur van de afwezige of alleen in negatieve zin aanwezige moeder. Vanwege deze veelvoorkomende valkuil ben ik in mijn eigen biografie van Aletta Jacobs uitgebreid ingegaan op de rol van moeder Jacobs in Aletta's leven én in haar autobiografische Herinneringen. Mijn kritiek op de “overbemanning' in vrouwenbiografieën heeft overigens niet verhinderd dat het object van Jacobs' vrije liefde en latere echtgenoot Carel Victor Gerritsen gewoon zijn partij heeft mogen meeblazen. Hij was geenszins het doetje waarvoor hij door vele tijdgenoten en overleveraars werd gehouden en heeft naar ik meen een gerede invloed op Jacobs' denken en doen gehad. Hij verdient daarvoor erkenning, maar niet meer dan dat. De receptie van Aukje Holtrops biografie van Sjoukje Bokma de Boer (Nynke van Hichtum) sterkt mij in dit idee. Deze biografie wordt inmiddels al gezien als geslaagd voorbeeld van de vervlechting van persoonlijk leven en politiek: van haar man Troelstra, wel te verstaan!

3) “De liefde in een vrouwenleven', als verklarende kracht. Deze valkuil komt voort uit een mengeling van freudiaanse overtuigingen die in seks de verborgen bron vermoeden van onze psyche, gekoppeld aan verwante opvattingen die de bestemming van vrouwen zien in het moederschap (= liefde = seks). In deze valkuil trappen alle biografen die in de ongehuwde staat (en/of het ontbreken van seks en/of kinderen) een verklaring zien voor het succes van hun protagonisten. Zo is Aletta Jacobs' dadendrang meer dan eens toegeschreven aan het zo dramatisch misgelopen moederschap. Ook kunnen wij wijzen op Elsbeth Etty's terecht veel geprezen biografie van Henriette Roland Holst, waarin de volgende sleutelpassage voorkomt: “Liefde was heel het leven niet voor Henriette. Zij slaagde erin haar liefde en hartstocht om te zetten in politieke daadkracht.' Etty kan voor deze typering weliswaar putten uit allerlei bronnen waarin Roland Holst zelf verwijst naar de door Freud ontwikkelde sublimatiethese, maar dat wil nog niet zeggen dat een biograaf die analyse over hoeft te nemen. Een dergelijke verklaring doet geen recht aan de welbewuste keuze die vrouwen kunnen maken om wel of niet te huwen, en wel of geen kinderen te nemen.

De werking van dit soort valkuilen die een ongelijke behandeling impliceren, wordt pas goed zichtbaar wanneer historische mannen en vrouwen die in veel opzichten een gelijk en gelijkwaardig leven leidden, naast elkaar in beeld worden gebracht. Een mooi voorbeeld hiervan is te vinden in de presentatie van het echtpaar Henriette Roland Holst-van der Schalk en Richard N. Roland Holst - in het gezaghebbende “IJkpunt' 1900. Hoogtij van de Nederlandse cultuur. De kunstenaar Rik Roland Holst komt hierin naar voren als een autonoom handelende persoon die succes heeft. Hij heeft vrienden in plaats van leermeesters. Als het om hem gaat wordt er met geen woord gerept over privé-omstandigheden. Dat zijn mogelijke impotentie of gebrek aan seksueel vuur of het ontbreken van kinderen zijn kunstenaarschap of politiek engagement heeft gevoed, wij horen er niets over. Henriette Roland Holst daarentegen wordt in een sterke afhankelijkheidsrelatie gezet met de dichter Herman Gorter, die zowel haar dichtkunst als haar socialisme zou hebben beïnvloed. Zij wordt dweperig genoemd en het ontbreken van liefde in haar leven wordt prominent geëtaleerd.

De valkuilen wijzen op een niet onproblematische relatie tussen (belangrijke, publieke) vrouwen en het leven, die niet zomaar te vergelijken is met de relatie tussen mannen en het leven. Er mogen nog zoveel bronnen bestaan over de levens van onze protagonisten, uiteindelijk zijn zij geheel overgeleverd aan de wijsheid en vaak maar halfbegrepen motieven van de biograaf. Die vind ik minstens zo belangrijk om te analyseren als die van de geportretteerde. Zij manen mij bij het schrijven tot een kritische omgang met het persoonlijke, zonder dat dat ons zicht op de mens achter “de beroemde feministe' hoeft te ontnemen, zoals Etty nog schreef in een eerdere recensie van mijn boek.

Kortom: in de biografie geen gelijke behandeling van mannen en vrouwen tout court, maar een strategische en gedifferentieerde omgang met de ongelijkheid ten aanzien van het persoonlijke in het mannen- en het vrouwenleven.

Mineke Bosch is verbonden aan het Centrum voor gender en diversiteit in Maastricht en publiceerde vorig jaar de biografie “Een onwrikbaar geloof in rechtvaardigheid. Aletta Jacobs 1854-1929'. Het artikel van Elsbeth Etty, “Geen privacy voor de doden!' is nog te lezen op www.nrc.nl

    • Mineke Bosch