Angst voor islam wekt juist fundamentalisme op

Sinds deze week bevindt de Egyptische geleerde Nasr Abu Zayd (63) zich in het hart van de discussie over de islam. Hij werkte mee aan het inmiddels omstreden WRR-rapport. “Het Westen neemt zijn eigen uitleg van de islam voor waar aan.“

Nasr Abu Zayd Foto Maarten van Haaff Nasser Abu Zayd, 13 april 2006, Leiden Haaff, Maarten van

“Het is een illusie te denken dat zich in Europa een moderne, liberale versie van de islam kan ontwikkelen, zoals sommigen hopen. Jonge moslims nemen, uit onvrede over hun leven hier, juist de meest traditionalistische gedachten die in de rest van de moslimwereld bestaan over. De noodzakelijke hervorming van de islam zal dus eerst dáár moeten plaatsvinden.“ Alle reden dus, meent de Egyptische geleerde Nasr Abu Zayd (63) in zijn Leidse werkkamer, voor het Westen om de contacten met de moslimwereld open te houden, zowel de meer moderne, als de meer fundamentalistische stromingen aldaar. Abu Zayd maakt zich zorgen over het feit dat het Westen de islam echter juist steeds meer als één monolitisch blok ziet, als een religie die met democratie niet verenigbaar is.

Zayd is een beroemdheid in het Midden-Oosten, deze filoloog en hermeneuticus met zijn kleine gestalte, die in 1995 samen met zijn vrouw zijn vaderland Egypte ontvluchtte en in Nederland toevlucht vond. Fundamentalisten van de Moslim-Broederschap, die deze hoogleraar aan de Universiteit van Kairo zijn tekstkritische benadering van de koran en andere islamitische geschriften kwalijk namen, wisten te bewerkstelligen dat de rechter zijn huwelijk ontbond, tegen de wil van de echtelieden. Wat Abu Zayd deed was namelijk zó erg, redeneerde men, dat hij als afvallige moest worden beschouwd en een moslimvrouw mag niet met een niet-moslim getrouwd zijn.

Slechts weinig Nederlanders zijn zich bewust van de aanwezigheid van deze beroemdheid in hun midden. Abu Zayd treedt in Nederland maar zelden naar buiten. “Dat is niet expres“, zegt hij. “Ik kan heel moeilijk talen leren, en beheers het Nederlands niet. Maar ik heb nooit een uitnodiging om ergens te spreken afgeslagen en het aanvankelijke voorstel van de Nederlandse autoriteiten om mij - terwille van mijn veiligheid - alleen discreet in Nederland op te houden, heb ik afgeslagen. Ik hou van mensen en wil met iedereen kunnen spreken.“ Abu Zayd geeft thans colleges aan de Universiteit voor Humanistiek in Utrecht.

Deze week veranderde zijn obscure status in het land van verblijf plotseling. Abu Zayd werkte mee aan de presentatie van het in de politiek fel omstreden rapport van de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (WRR), waarin een opener dialoog met islamitische politieke groeperingen wordt bepleit. Abu Zayd kan zich, hoewel geen co-auteur, met de strekking van dat rapport goed verenigen. “In het Westen lijkt nu, in het bijzonder sinds 9/11, de opvatting te overheersen dat de islam niet verenigbaar is met democratie en mensenrechten“, zegt hij. “Deze op zeer magere kennis van de islam berustende gedachte heeft op zichzelf weer een buitengewoon negatieve uitwerking op de pogingen in de moslimwereld om tot hervorming of democratisering te komen. Maar wie geeft de Amerikaanse president Bush het recht om te zeggen dat zoiets als democratie de moslim-landen alleen kan worden opgedrongen, desnoods met oorlog, zoals in Irak? Wie wil ontkennen dat er ook in de islam steeds hervormingsstromingen hebben bestaan, werkt in de hand dat in de moslimwereld meer traditionalistische stromingen, die evenmin als Bush iets zien in dialoog en voor zichzelf de waarheid opeisen, de overhand krijgen.“

Abu Zayds bijdrage aan het debat bestaat uit een, tegelijk met het rapport, gepubliceerd boek in de reeks WRR-verkenningen: Reformation of Islamic Thought. “Ik laat zien dat de islam geen statische religie is“, zegt de geleerde. Abu Zayd beschrijft een groot aantal islamitische denkers en stromingen, die vanaf de achttiende eeuw hebben geprobeerd de koran te verbinden met rationalisme, geschiedkundig onderzoek, wetenschap en zelfs freudianisme. Modernisering is, zo is de strekking van het boek, niet het exclusieve streven van landen die de Verlichting hebben meegemaakt, maar vast verankerd in de tradities van de islam.

“Ik zou hopen dat deze wetenschap bijdraagt tot een meer rationele omgang met de islam“, zegt Abu Zayd. “Ik zou willen dat het Westen ophoudt net te doen alsof waarden als vrijheid en rechtvaardigheid het exclusieve bezit van het Westen zijn.“ Abu Zayd ontkent niet dat het met de moderne, verlichte islam nu slecht gesteld is in de moslimwereld. “Niet de islam is het probleem, maar de moslims“, meent hij.

Dat traditionalistische stromingen, met een rechtzinnige uitleg van de koran in de hand, hun eigen exclusieve gelijk prediken en de neiging vertonen hele landen hun wil op te leggen, heeft veel oorzaken. Een belangrijke reden is het kolonialisme, meent hij. Dat heeft, met name na de Eerste Wereldoorlog, veel moslim-landen direct geconfronteerd met Westerse modellen van modernisering, maar ook - omdat het op bezetting berustte - de neiging zich terug te trekken in een met de religie gerechtvaardigde eigenheid.

In zijn filologisch werk behoort Abu Zayd ferm tot de modernisten. “De koran en andere geschriften kunnen overal voor worden gebruikt“, zegt hij. “Er is altijd wel een citaat dat kan worden aangevoerd voor de rechtvaardiging van wat dan ook. Wat mij stoort is ook dat het Westen eigenlijk, net als Bin Laden en dergelijke, overal theologie van wil maken en zíjn uitleg van de islam dan eigenlijk voor waar aanneemt.“

Optimistisch is hij niet dat modernistische stromingen snel de overhand kunnen krijgen op de fundamentalistische modes van dit moment . “Ik denk dat de vernieuwing de komende tijd niet uit de Arabische wereld kan komen. Maar er zijn zeker vernieuwers, in Iran bijvoorbeeld, waar de bevolking sinds Khomeini uitvoerig ervaring heeft opgedaan met de islamitische staat, en daarvan haar buik vol heeft. Ook Indonesië is een land waar de vernieuwing vandaan kan komen.“

Abu Zayd heeft na tien jaar ballingschap toch maar de Nederlandse nationaliteit aangevraagd. “Ik heb wel, gezien mijn moeite met het leren van vreemde talen, gevraagd of ik van de verplichting Nederlands te leren kan worden vrijgesteld.“ Sinds drie jaar komt hij soms weer in Egypte. “Ik heb het land vijf jaar lang gemeden omdat ik woedend was om wat mij was aangedaan. Die fatwa tegen Salman Rushdie, die kon tenminste nog worden ingetrokken. Maar bij mijn dwangscheiding kan dat niet, omdat het Egyptische Hooggerechtshof het vonnis heeft bevestigd. Dat hangt levenslang als een dreiging boven mijn hoofd.“