Al twaalf jaar tegen de lamp gelopen

Drie Nederlanders worden steeds aangehouden als zij op reis willen.

Dat komt doordat hun namen nog steeds in een opsporingssysteem zitten.

Haarlem. - 'Het Koninkrijk Spanje is niet verschenen', constateerde de president van de Haarlemse rechtbank. Hoe opmerkelijk ook, het was geen verrassing voor de drie eisers in een kort geding gisteren tegen Spanje. Ze hadden dat al vaker gehoord. En ook nu niet anders verwacht.

Na afloop van de korte zitting leggen de eisers in een nabijgelegen café de zaak uit. Ze vragen om anonimiteit, ofschoon het om een civiele kwestie gaat. Maar er liggen strafbare feiten aan ten grondslag. De jurist Jeroen P. (37), zijn echtgenote Isabel de L. (36) en haar moeder Catherina de W. (61) dus.

Salou, Spanje, augustus 1993. Het drietal wordt met enkele anderen gearresteerd op verdenking van drugssmokkel. Het zou om 8.000 XTC-tabletten gaan. In mei 1994 wordt de laatste verdachte uit voorarrest vrijgelaten. In 2000 wordt een aantal Spanjaarden in deze zaak veroordeeld. Zij hebben inmiddels hun celstraffen uitgezeten.

Maar het drietal Nederlanders wacht twaalf jaar na zijn aanhouding in Spanje nog steeds op een dagvaarding. En dankzij de steeds nauwere justitiële samenwerking in Europa is voor Jeroen P. en zijn schoonfamilie de dertien jaar oude Spaanse drugszaak ook nu nog niet voorbij. Daarvoor zorgt SIS, het Schengen Informatie Systeem. Opgezet door de landen van het Verdrag van Schengen (zie inzet) beoogt dit systeem de opsporing van verdachten binnen het verdragsgebied te vergemakkelijken.

En het werkt. Dat merkte Jeroen P. voor de eerste keer in 1996, toen hij op Schiphol terugkwam van een reis naar Londen. Hij verbleef drie weken in uitleveringsdetentie, maar een Spaans verzoek tot uitlevering door de Nederlandse autoriteiten kwam er nooit. Voor justitie in Nederland is de zaak tegen P., zijn vrouw en schoonmoeder inmiddels afgedaan.

Maar Spanje lijkt de 'signalering' in SIS te willen handhaven. Dat heeft vervelende praktische consequenties. Voordat hij op reis gaat, controleert P. bij de speciale Data Protection Officer van het Korps Landelijke Politiediensten of zijn naam nog in het systeem staat. Maar nog in oktober vorig jaar leidde de SIS-signalering tot zijn aanhouding op Schiphol.

Inmiddels staat achter de namen van het drietal in de Nederlandse opsporingsregisters de aantekening dat de zaak is afgedaan. Maar zouden ze vanaf de luchthaven in een ander Schengen-land reizen, dan lopen ze opnieuw het gerede risico te worden aangehouden.

De Amsterdamse advocaat Michel Uiterwaal, die samen met zijn collega Jasper Pauw de drie bijstaat, concludeert dat zijn cliënten 'in feite gegijzeld worden' en beschuldigt Spanje ervan 'bewust laks' te zijn. Datzelfde vermoedt Jeroen P. 'Ze doen het om ons te pesten. Ze wachten tot we ons uit wanhoop zelf in Spanje melden.' 'omt u eerst maar hier', was volgens P. dan ook het antwoord van de rechtbank in Tarragona toen hij zelf eens telefonisch contact opnam.

Voor advocaten Pauw en Uiterwaal, beiden werkzaam voor het als activistisch bekend staande Amsterdamse kantoor van juriste Britta Böhler, dient deze zaak een groter belang. 'Naarmate de justitiële samenwerking in Europa groeit, neemt de rechtsbescherming van de Europese burger af. Dat is met name het geval sinds de invoering van het Europese arrestatiebevel', zegt Pauw. En in zijn pleidooi gistermiddag constateerde hij: 'De individuele burger is tegen de arrogantie en laksheid van staten niet opgewassen.'

Raadsman Pauw spreekt over 'een unieke zaak tegen Spanje'. Voor de president van de Haarlemse rechtbank betoogde hij gisteren dat deze volgens de bepalingen van het Schengen-verdrag bevoegd is als Nederlandse rechter vonnis tegen een andere Schengen-lidstaat te wijzen. En om de geëiste dwangsom van 500.000 euro op te leggen, als Spanje niet voldoet aan twee eerdere Nederlandse vonnissen in deze zaak, waarbij Spanje al werd bevolen de 'Schengen-signalering' van het drietal op te heffen.

Uitspraak op 27 april.