Zie je, het is eigenlijk ons milieu niet meer

In een boek over het hof in de negentiende eeuw praten dertien nazaten van de toenmalige hofadel over de huidige hofhouding en de nieuwe prinsessen. 'Tegen Mabel en Laurentien opkijken? Ik kijk op hen neer.' Een voorpublicatie.

De Europese adel sloot in september een congres over maatschappelijke verantwoordelijkheid in Den Haag af met een bal. Foto NRC Handelsblad, Maurice Boyer Europese adel verzameld in Socieiteit De Witte in Den Haag Foto NRC H'Blad, Maurice Boyer 050910 Boyer, Maurice

De adel over vroeger...

Adolphine de Zwart-barones van Knobelsdorff woont op een bescheiden seniorenflat. Maar ze groeide op met een jachtopziener, een kamermeisje, een meisje voor de bel, een voor de was en een voor het naaien, een gouvernante en een privé-leraar. Haar grootmoeder had nog meer personeel.

Vlak na de oorlog leefde de adellijke cultuur nog één keer op. Elisabeth gravin van Rechteren vertelt over haar coming-out party in 1956, toen ze achttien werd. Het bal begon om acht uur. 'Dan danste je tot half twaalf, er was een orkest. Om half twaalf begon de souperdans, waarbij de jongens de meisjes uitnodigden om met hen te gaan souperen. In de paardenstallen. Daar stond het souper, op tafels met porselein, glas, gepoetst koper, boeketten.' Kroonprinses Beatrix was er ook. 'Als kinderen van je ouders kwam je elkaar wel eens tegen', zegt de gravin daarover. Maar verder nam het hof niet echt deel aan de adellijke opleving. Juliana deed het liefst spelletjes thuis.

....en dat Beatrix kwam

Beatrix werd in 1980 koningin en veegde de adel grotendeels haar hofhouding uit. Ze leidde het hof als een bedrijf. Daarbij paste een selectie op professionele capaciteiten, niet op afkomst. Het 'nieuwe hof' van Beatrix was voor de adel geen vanzelfsprekend 'thuis' meer. Met afgrijzen herinnert Marie Liliane Groeninx van Zoelen zich een ontvangst bij Beatrix in de jaren tachtig. Ze was uitgenodigd voor het afscheidsdiner van een bevriend Italiaans ambassadeur-echtpaar. Tevoren kwam er een telefoontje: of ze haar cv wilde opsturen. 'Idioot', vond Marie Liliane. 'Ze kennen mij toch? Trouwens, ik heb nooit gewerkt, dus ik heb geen cv.' Toen het tijd was om te eten, betrad het gezelschap een spierwitte ruimte. 'Niet crème', zegt Marie Liliane, 'maar fel wit. Het plafond, de muren, alles. Er stond alleen een klein bosje oranje bloemetjes. De tafel was zo breed, dat je niet kon praten met de mensen tegenover je. Gelukkig zat ik naast Henk van Os, die altijd iets leuks te vertellen heeft. Beatrix zat aan zijn andere zijde. Van Os zei iets waar ik om moest lachen, maar kennelijk deed ik dat te hard, want de koningin staarde mij aan met een strenge blik en draaide haar hoofd om.'

Anna Maria van Hardenbroek voelt zich met de nieuwe Oranjes niet zo verbonden, al vlagt ze nog wel op hun verjaardagen. 'Ik geloof niet dat ze al die oude mensen nog willen daar', zegt ze nuchter. Na enig aandringen, verduidelijkt ze: 'Ik geloof niet dat het nog erg select is, wie daar mogen komen. Beatrix heeft nog een paar hofdames van gelijke tred: Van Loon, Van Karnebeek en Miente Boellaard. Maar een zoon van de koningin die aankomt met een meisje Brinkhorst, dat had je vroeger niet kunnen bedenken.' Even later verzucht ze zachtjes: 'Ach, zie je, het is eigenlijk ons milieu niet meer.'

Mariëtte gravin van Limburg Stirum ontving haar leeftijdsgenoot Beatrix een keer in haar galerie in Den Haag. 'Ze loopt hier wel eens.' Eerst belde de secretaresse om Beatrix' komst aan te kondigen. 'Ik geloofde het niet. Mijn man, die net onder de douche stond, begon te vloeken. Maar ze was aardig en heeft drie dingen gekocht. Mijn man zei altijd: 'op de momenten dat het uitkomt, moet je gewoon je voordeel met je titel doen'. Dus zei ik mijn achternaam maar eens duidelijk. Maar Beatrix reageerde er volstrekt niet op.'

...over de nieuwe adel

In eerste instantie zeggen de nazaten van de oude hofadel het uitstekend te vinden dat de Oranjes nu 'gewone' mensen om zich heen hebben en met 'gewone' mensen trouwen. 'Ze zijn meegegaan met hun tijd, dat kan niet anders', zegt Adolfine de Zwart-van Knobelsdorff. Pas in tweede instantie blijkt hoe diep het standsgevoel zit. 'Er zijn toch ook vlotte jonge meisjes onder de adel?', vindt iemand.

En: 'Ik ben blij dat ik Laurentien en Mabel nooit heb ontmoet, want dat 'prinses' krijg ik moeilijk over mijn lippen', zegt een nazaat. 'Tegen Mabel en Laurentien opkijken? Ik kijk op hen neer', zegt een ander geëmotioneerd. 'Hiërarchisch gezien staan ze aan de top van de adel', zegt een nazaat, 'maar voor mijn gevoel klopt dat niet. Het heeft iets geks dat je, huppetee, prinses wordt. En dat iedereen dan, omdat je prinses heet, denkt 'Oh! een prinses!'

...het nieuwe hof

Unaniem vrezen de nazaten dat de Oranjes zonder de adellijke buffer kwetsbaarder zijn geworden voor 'goudzoekers'. 'Natuurlijk trouw je niet 'toevallig' met een prins(es)', zegt Marie Liliane Groeninx van Zoelen. 'Dat moet je écht willen.'

Of de Oranjes genoeg mensenkennis hebben om zich te beschermen tegen social climbers, daaraan wordt massaal getwijfeld. 'De Oranjes kúnnen niet genoeg mensenkennis hebben', zegt een nazaat. 'Tussen hen en de rest van de wereld zit een soort kippengaas. Iedereen kijkt ze naar de ogen en ze hebben dat niet door.' [...] 'Je ziet het misgaan. Je ziet het eigenbelang bij die anderen.' [...] 'Zelf zijn ze gevoelig voor mensen met geld', meent een derde. 'Willem-Alexander en Máxima zijn nu hecht met René en Natasja Froger. Dat was toch niet gebeurd als Froger nog op een etage boven café Bolle Jan had gewoond.'

...in de gratie blijven

'Het lezen van Henriëttes verhaal voelt als een aha-erlebnis', zegt een ex-hoffunctionaris die jarenlang in dienst was van de koningin. 'Er is weinig veranderd. De burgerlijke hofhouding nu is net zo loyaal als de adel toen. Men staat altijd klaar, cijfert zichzelf weg en zwijgt. De Oranjes zijn gewend aan een bepaalde houding in hun omgeving. Zelfs hun meest vertrouwde kennissen gedragen zich net iets beheerster in hun gezelschap en dat wordt ook van hen verwacht. Als HM na het paardrijden aan de borrel is, is zijzelf een stuk losser, maar anderen zullen zich nog steeds geen vrijheden permitteren. Ze blijft de Majesteit.'

'Ik heb nooit gemerkt dat de Oranjes zich bezwaard voelen als ze uit hun slof schieten, zeker niet tegenover het personeel.' 'Het geijkte excuus is het Russische bloed, dat had Willem III al. [...] Maar blijkbaar is het besmettelijk, want ook de koninklijke echtgenoten gedragen zich vaak 'Russisch'. Ik geloof eerlijk gezegd niet in dat genetische. Ik denk eerder dat het met hun positie te maken heeft. Omdat de omgeving geen grenzen stelt, laten ze zich gaan.'

'Dat je ondanks alles in de gratie wilt blijven bij deze speciale werkgevers, heeft te maken met een psychologisch mechanisme. Vanaf het begin voelt het als een eer om bij de club te mogen horen. Je komt niet zomaar in dienst van de koningin. Wie niet gevoelig is voor die eer, komt niet aan het hof terecht.'