Zie je, het is eigenlijk ons milieu niet meer

In een boek over het hof van de Oranjes praat oude adel over de hofhouding van nu.

'Tegen Mabel en Laurentien opkijken? Ik kijk op hen neer.'

Inhuldiging van Wilhelmina, koningin der Nederlanden op 6 september 1898 in aanwezigheid van Emma, koningin der Nederlanden . Geschilderd door Nicolaas van der Waay in 1899. Eigendom van de Stichting Historische Verzamelingen van het Huis Oranje-Nassau, Den Haag. Voor Zeg dit toch aan niemand. Leven aan het hof zijn de nazaten gezocht van de achtendertig personen die op het schilderij het dichtst bij Emma en Wilhelmina staan. Met dertien van hen is gepraat.

De adel over vroeger...

Adolphine de Zwart-barones van Knobelsdorff woont nu op een bescheiden seniorenflat. Maar ze groeide op met een jachtopziener, een kamermeisje, een meisje voor de bel, een voor de was en een voor het naaien, een gouvernante en een privéleraar. En dat was nog maar een fractie van de hoeveelheid personeel die haar grootmoeder had.

Vlak na de oorlog leefde de adellijke cultuur nog één keer op, een laatste stuiptrekking. Elisabeth gravin van Rechteren vertelt over haar coming-out party in 1956, toen ze achttien werd. Het bal begon om acht uur. 'Dan danste je tot half twaalf, er was een orkest. Om half twaalf begon de souperdans, waarbij de jongens de meisjes uitnodigden om met hen te gaan souperen. In de paardenstallen. Daar stond het souper, op tafels met veel porselein, glas, gepoetst koper, boeketten. En lijsterbessen in de paardenruiven.' Kroonprinses Beatrix was er ook. 'Als kinderen van je ouders kwam je elkaar wel eens ergens tegen', zegt de gravin daarover. Maar verder nam het hof niet echt deel aan de adellijke opleving. Juliana was niet zo outgoing, zij deed het liefst spelletjes bij haar thuis.

...en dat Beatrix kwam

Toen Beatrix in 1980 koningin werd, veegde ze de adel grotendeels haar hofhouding uit. Ze ging het hof leiden als een bedrijf. Daarbij paste een selectie op professionele capaciteiten, niet op afkomst. Het 'nieuwe hof' van Beatrix was voor de adel geen vanzelfsprekend 'thuis' meer. Met afgrijzen herinnert Marie Liliane Groeninx van Zoelen zich een ontvangst bij Beatrix in de jaren tachtig. Met haar tweede echtgenoot, Frederik Groeninx van Zoelen, was ze uitgenodigd voor het afscheidsdiner van een met hen bevriend Italiaans ambassadeur-echtpaar. Tevoren kwam er een telefoontje: of ze haar cv wilde opsturen. 'Idioot', vond Marie Liliane. 'Ze kennen mij toch? Trouwens, ik heb nooit gewerkt, dus ik heb helemaal geen cv.' Toen het tijd was om te gaan eten, betrad het gezelschap een spierwitte ruimte. 'Niet crème', zegt Marie Liliane, 'maar fel wit. Het plafond, het houtwerk, de muren, alles wit. Er stond alleen een klein bosje oranje bloemetjes. De tafel was zo breed, dat je niet kon praten met de mensen tegenover je. Gelukkig zat ik naast Henk van Os, die altijd wel iets leuks te vertellen heeft. Beatrix zat aan zijn andere zijde. Van Os zei iets waar ik om moest lachen, maar kennelijk deed ik dat te hard, want de koningin staarde mij aan met een strenge blik en draaide haar hoofd om.'

Anna Maria van Hardenbroek voelt zich met de nieuwe Oranjes niet meer zo verbonden, al vlagt ze nog wel op hun verjaardagen. 'Ik geloof niet dat ze al die oude mensen nog willen, daar', zegt ze nuchter. Na enig aandringen verduidelijkt ze: 'Ik geloof niet dat het nog erg select is, wie daar mogen komen. Beatrix heeft nog een paar hofdames van gelijke tred: Van Loon, Van Karnebeek en Miente Boellaard. Maar een zoon van de koningin die aankomt met een meisje Brinkhorst, dat had je vroeger echt niet kunnen bedenken.' Even later verzucht ze zachtjes: 'Ach, zie je, het is eigenlijk ons milieu niet meer.'

Mariëtte gravin van Limburg Stirum ontving haar leeftijdsgenote Beatrix een keer in haar galerie aan het Haagse Noordeinde. 'Ze loopt hier natuurlijk wel eens.' Eerst belde de secretaresse om Beatrix' komst aan te kondigen. 'Ik geloofde het niet. Mijn man, die net onder de douche stond, begon te vloeken. Maar ze was erg aardig en heeft drie dingen gekocht. Mijn man zei altijd: 'op de momenten dat het uitkomt, moet je gewoon je voordeel met je titel doen'. Dus zei ik mijn achternaam maar eens heel duidelijk. Maar Beatrix reageerde er volstrekt niet op.'

...over de nieuwe adel

In eerste instantie zeggen de nazaten van de oude hofadel op het schilderij het uitstekend te vinden dat de Oranjes nu 'gewone' mensen om zich heen hebben en met 'gewone' mensen trouwen. 'Ze zijn meegegaan met hun tijd, dat kan toch niet anders', zegt Adolfine de Zwart-van Knobelsdorff. Pas in tweede instantie, na een tijd doorvragen, blijkt hoe diep hun standsgevoel is geworteld. 'Er zijn toch ook vlotte jonge meisjes onder de adel?', vindt iemand.

'Ik ben blij dat ik Laurentien en Mabel nooit een hand heb hoeven geven, want dat 'prinses' krijg ik moeilijk over mijn lippen,' zegt een van de nazaten. 'Tegen Mabel en Laurentien opkijken? Ik kijk op hen neer', zegt een ander zichtbaar geëmotioneerd. 'Hiërarchisch gezien staan ze aan de top van de adel', zegt een nazaat, 'maar voor mijn gevoel klopt dat niet. Het heeft wel iets geks dat je, huppetee, prinses wordt. En dat iedereen dan, omdat je prinses heet, denkt 'Oh! een prinses!'

...het nieuwe hof

Unaniem vrezen de nazaten dat de Oranjes zonder de adellijke buffer kwetsbaarder zijn geworden voor 'goudzoekers'. Iedereen kan nu met hen in contact komen. 'Natuurlijk trouw je niet 'toevallig' met een prins(es)', zegt Marie Liliane Groeninx van Zoelen. 'Dat moet je écht willen.'

Of de Oranjes genoeg mensenkennis hebben om zich te beschermen tegen social climbers, daaraan wordt massaal getwijfeld. 'De Oranjes kúnnen niet genoeg mensenkennis hebben', zegt een nazaat. 'Tussen hen en de rest van de wereld zit een soort kippengaas. Iedereen kijkt ze naar de ogen en ze hebben dat niet door.' (...) 'Je ziet het misgaan. Je ziet het eigenbelang bij die anderen.' (...) 'Zelf zijn ze gevoelig voor mensen met geld', meent een derde. 'Willem-Alexander en Máxima zijn nu hecht met René en Natasja Froger. Dat was toch echt niet gebeurd als Froger nog op een etage boven café Bolle Jan had gewoond.'

...in de gratie blijven

'Het lezen van Henriëttes verhaal voelt als een aha-erlebnis', zegt een ex-hoffunctionaris die jarenlang in dienst was van de koningin. 'Er is verbazingwekkend weinig veranderd. De burgerlijke hofhouding van nu is net zo loyaal als de adel toen. Men staat altijd klaar, cijfert zichzelf weg, slikt veel en zwijgt daarover. Voor de familie is dat nog steeds vanzelfsprekend. De Oranjes zijn gewend aan een bepaalde houding in hun omgeving. Zelfs hun meest vertrouwde kennissen gedragen zich net iets beheerster in hun gezelschap en dat wordt, bewust of onbewust, ook van hen verwacht. Als HM na het paardrijden aan de borrel is, is zijzelf een stuk losser, maar anderen zullen zich nog steeds geen vrijheden permitteren. Ze blijft altijd de Majesteit.'

'Ik heb nooit gemerkt dat de Oranjes zich bezwaard voelen als ze uit hun slof schieten, zeker niet tegenover het personeel.' 'Het geijkte excuus is het Russische bloed, dat had Willem III al. (...) Maar blijkbaar is het besmettelijk, want ook de koninklijke echtgenoten gedragen zich vaak 'Russisch'. Ik geloof eerlijk gezegd niet in die genetische component. Ik denk eerder dat het met hun positie te maken heeft. Omdat de omgeving geen grenzen stelt, laten ze zich gaan.'

'Dat je ondanks alles in de gratie wilt blijven bij deze speciale werkgevers, heeft te maken met een psychologisch mechanisme. Vanaf het begin voelt het als een eer om bij de club te mogen horen. Je komt niet zomaar in dienst van de koningin. Wie niet gevoelig is voor die eer, komt niet aan het hof terecht.'

...en niet welkom zijn

'Het schrikbewind is effectief, want er komt verbazingwekkend weinig naar buiten. Dat geeft de Oranjes veel vrijheid. Het is ongelooflijk dat niemand wist van Bernhards dochters, of van zijn relatie met Kokkie Gilles. Dat Bernhard als hij thuiskwam van een reis, altijd eerst naar haar ging en daarna pas naar Juliana. (...) Dat ik u dit vertel, schokt mij zelf. Je behoort tot een genootschap dat de schijn wil ophouden. Iedereen doet mee. Zwijgen moet. (...) Je zwijgt deels uit fatsoen, maar deels ook uit eigenbelang. Als je je principaal schendt, schend je je eigen aangezicht.'

'Je wilt er onder geen voorwaarde uitgegooid worden. Je ziet om je heen hoe gemakkelijk je tot persona non grata kunt worden verklaard. Dat gebeurt veel mensen, tot op de hoogste posten. Er is dan niemand die het voor je opneemt.'

In jargon heet het 'niet meer uitgenodigd worden'. Het is de ultieme sanctie voor wie de regels voor omgang met de koninklijke familie overtreedt. 'Niet meer uitgenodigd worden kan traumatisch zijn', zegt een oude familievriend. 'Alsof je met een middeleeuws schandblok om je nek door het leven moet. Ik ken velen die het overkomen is, terwijl ze tevoren goed met de koningin omgingen. Omdat ze een keer iets onschuldigs gezegd hebben tegen een journalist, of om een andere, soms ondoorgrondelijke misstap. Het griezelige is dat het niet meer goed te maken valt. Iets uitpraten bestaat niet. Je bent in, of je bent uit.'

Rectificatie / Gerectificeerd

In het artikel 'Zie je, het is eigenlijk ons milieu niet meer' (13 april, pagina 4 en 5) wordt het boek over de adel en de Oranjes ' Zeg dit toch aan niemand' genoemd. Zo heette het aanvankelijk ook, en zo stond het in de drukproeven die de krant had ontvangen. Uiteindelijk heet het boek: 'Vertel dit toch aan niemand'.