Witte, geen rode wijn, wegens het knoeigevaar

Tijdens een diner in het donker blijkt hoe moeilijk je zintuigen zijn te vertrouwen.

Robbert klinkt als een nette vent in een bloes, maar blijkt een staart te hebben.

Voetje voor voetje schuifelen we door het duister. Onze handen liggen op de schouders van een onbekende voorganger en we vormen een menselijke ketting. Met hoeveel man we zijn, weten we niet eens. Het donker is drukkend. 'Het gaat goed hoor, jongens', zegt een vrolijke, kalmerende stem vooraan in de rij. 'We zijn er bijna.' Onze bestemming is een doodgewone tafel in een restaurant. Er klinkt gelach en gekletter van bestek. Om de beurt pakt de ober ons vast, en leidt onze handen naar de rand van de tafel en de rugleuning van de stoel. 'Welkom, neem plaats. Willen jullie al iets drinken?'

We zijn in het muZIEum, een museum over zien en niet-zien in Nijmegen. Naast gewone tentoonstellingszalen over de geschiedenis van het zien, de werking van het oog, braille en optische effecten, heeft het museum ervaringsruimten. Zo is er een 'Dialoog in het donker', waarbij de bezoekers in het volkomen duister worden rondgeleid in het alledaagse leven van een blinde. De blinde gids begeleidt je vanuit zijn huiskamer naar buiten, en je eindigt in een bar. In het donker zijn de rollen omgedraaid: hij is in het voordeel, jij bent aan zijn hulp overgeleverd.

Dat geldt zeker in het restaurant, waar vanavond een heel diner in het donker wordt gehouden. Zonder onze obers, Arie en André, zijn we nergens. Hun stemmen stellen gerust. De beide broers zien maar voor twintig procent. Op hun negende kregen ze macula-degeneratie, een ziekte waardoor ze langzaam hun zicht verloren. Arie lacht bulderend. 'Gelukkig zie ik eruit als Robbie Williams.'

Als we aan tafel zitten, proberen we te wennen aan het blind zijn. Een beetje eng is het wel. Ongemerkt sper ik mijn ogen wijdopen, om toch wat licht op te vangen. Het helpt niet. De andere bezoekers in het restaurant praten oorverdovend luid. 'Je concentreert je nu meer op je gehoor, dus klinkt alles harder. Maar het komt ook doordat iedereen zichzelf probeert te overschreeuwen, nu er een zintuig is weggevallen', zegt Janneke van Pelt van het muZIEum. 'Als je niet praat, besta je niet.' Ik hoor dat ze links naast me zit.

Het is vreemd om niet te weten met hoeveel je een tafel deelt, of wie het zijn. 'Ik ben Robbert', klinkt het al snel van rechts. 'Ik zit aan het hoofd.' De tafel houdt hier dus al op. Robbert is verrast door zijn vriendin Olivia, tegenover mij. Het is niet het romantische etentje dat hij in gedachten had, maar het is wel bijzonder. Ik vraag me af hoe ze er uit zien. Zij klinkt met haar Britse accent als een mooi, bleek meisje met donker haar, hij lijkt een nette vent in een blouse.

We bestellen wat te drinken. Liever witte wijn dan rode, vanwege het knoeigevaar. Tafelgenoot Rob drinkt een biertje. Het is in ieder geval niet zijn eigen merk, constateert hij. Even later helpt de ober hem uit de droom; hij drinkt al de hele avond zijn vertrouwde pils.

Zo gaat het steeds. Het moeilijk te bepalen op welk soort bladsla de zalm van het voorgerecht ligt. We zijn het er over eens dat het hoofdgerecht een stoofpotje met rundvlees is. Het blijkt coq au vin te zijn. Je zintuigen zijn moeilijk te vertrouwen. Het eten smaakt zouter, maar ook zoeter dan normaal. De geur van de rozemarijn op de aardappeltjes is bedwelmend. Ik breng een aardappel naar mijn mond, die veel te groot blijkt en in mijn T-shirt valt. Niemand ziet het. Als ik het toetje met mijn lepel niet kan vinden, gebruik ik mijn vingers.

Dan gaat achter ons opeens een flikkerend licht aan. Een van de bezoekers aan een andere tafel heeft, tegen de regels in, zijn mobiele telefoon mee naar binnen genomen. Nu is te zien hoe groot de ruimte is waarin we eten. Ook vang ik een glimp op van Olivia. Ze is blond. De kale, breedgeschouderde man met de telefoon wordt mee naar buiten genomen. Hij was even in paniek. 'Zo gaat het vaak', vertelt Janneke. 'We houden ook managementcursussen. De stoerste types die altijd haantje de voorste zijn, laten in het donker iedereen voorgaan.'

Aan het eind van het diner speelt ober Arie 'Are you lonesome tonight' op zijn gitaar, en daarna flirt hij met de aanwezige dames. 'Wat zie jij er toch fantastisch uit vanavond, schat', zegt hij. Dan leiden ze ons weer naar het licht.

Hoewel we al drie uur met elkaar gesproken hebben, kunnen we de neiging niet onderdrukken ons opnieuw aan onze tafelgenoten voor te stellen. Robbert blijkt een staart te hebben. De swingende Arie en André zijn al lang grijs.

Ook dineren in het donker? Iedere tweede vrijdag van de maand is er driegangendiner in het muZIEum. Voor morgen zijn er nog een paar plekken vrij. Voor groepen zijn er aparte arrangementen. Kijk op www.muzieum.nl

    • Janna Laeven