Voor de kinderen en over ze heen

De nieuwe wethouders van Amsterdam stelden zich gisteren voor aan een vmbo-klas. Het werd de leerlingen niet geheel duidelijk wat ze gaan doen.

Die ene man, die jonge - 'oh, die heet Asscher?' - vindt hij nog wel wat. 'Die praat nog een beetje vlot. Dat begrijp ik nog.' Maar de rest? Clanton van Loon (17), lange dreads, met daarop een grote pet, vindt ze net acteurs. Ze verzinnen van alles, denkt hij. 'En wat ze zeggen is net geheimtaal.'

Ze, dat zijn de nieuwe wethouders van Amsterdam. Die presenteerden gisteren de plannen voor de komende vier jaar. Niet op het stadhuis, maar op het Montessori College Oost, met als publiek een vmbo-schoolklas. Dit nieuwe college wil zich niet opsluiten op het stadhuis, maar onder de mensen zijn. Want Mensen maken Amsterdam, volgens de titel van het programakkoord van de PvdA en GroenLinks. En speciale aandacht van het nieuwe college ligt bij kinderen.

Als je je presenteert aan onder andere een vmbo-klas begin je niet over sociale cohesie en maatschappelijk isolement. Nee, dan introduceer je de nieuwe ploeg wethouders zo: 'Er zit een lesbo bij, een homo, een Marokkaan en een jood.' Daar zaten ze dan. Lodewijk Asscher (PvdA, Financiën, Economische Zaken), Ahmed Aboutaleb (PvdA, Werk en Inkomen en Onderwijs), Carolien Gehrels (PvdA, Kunst en Cultuur), Tjeerd Herrema (PvdA, Verkeer, Vervoer en Infrastructuur, Volkshuisvesting) en Marijke Vos (GroenLinks, Zorg, Milieu, Personeel en Organisatie, Openbare Ruimte en Groen) en Maarten van Poelgeest (GroenLinks, Ruimtelijke Orde en Grondzaken, Waterbeheer).

Wat willen ze de komende vier jaar? Dan redden ze het niet met jongerentaal. We hebben veel ambities, zei Asscher gisteren. Neem onderwijs: meer allochtone docenten, spijbelende kinderen moeten binnen vijf dagen terug zijn op school, ouders die niet goed voor hun kinderen zorgen krijgen verplichte opvoedingshulp. Het nieuwe college is ook niet soft, wel sociaal, zei Asscher. Dus moeten in 2010 alle dak- en thuislozen van de straat zijn. Cameratoezicht blijft toegestaan en er komen meer buurtregisseurs. De economie moet een 'boost' krijgen. Veel geld voor alle plannen is er niet, en van de burgers zal het niet hoeven komen. Het college streeft naar 'lage lokale lasten'. En om het stadsgevoel te promoten komen er verplichte lessen over de cultuur en geschiedenis van Amsterdam, bovenop het inburgeringsprogramma.

De vmbo-klas die er verplicht bij zat - les maatschappijleer - probeerde het allemaal bij te benen. Af en toe werd iets opgeschreven. Binden, verbinden en verbanden leggen, zei Aboutaleb over zijn doelen. 'Je committeren aan het goede voor de stad.' De scholieren keken elkaar eens aan. Participatiebanen, vervolgde Aboutaleb. 'Maar in hoeverre participeer je als je er financieel niets wijzer van wordt', vroeg een journalist. Huh, dacht een scholier hardop.

Lerares Trudy Coenen had wat anders verwacht van de bijeenkomst. De scholieren hadden vragen voorbereid over wat hen bezighoudt. En volgens Coenen was het afgesproken dat ze die vragen zouden stellen. Maar daar was geen tijd meer voor. Wat ze wilden weten van de politici? Bijvoorbeeld wat het verschil is tussen de partijen. Coenen: 'Dat zien zij niet.' En wat ze gaan doen aan armoede. 'Niet al die praatjes dát ze iets gaan doen, maar wát ze gaan doen.'

Dat willen haar leerlingen weten. Want dat merken sommige scholieren meteen, zegt Coenen. Zo heeft ze een meisje van achttien in de klas dat pas vier jaar in Nederland is. Ze woont alleen, zit op school, maar moet ook een eigen huishouden draaien. Overal is ze met haar geweest. Of er geen regelingen waren. Nee, die waren er niet, kreeg ze te horen bij het CWI, want het meisje was een uitzondering die overal buiten viel. Uiteindelijk schreef Coenen een brief naar Aboutaleb, die, benadrukt ze, wel iets gedaan heeft. 'Gisteren belde het CWI terug. Dat ze een uitzondering maken.' Ze bedoelt maar, over zulke zaken willen de scholieren het hebben. 'Anders blijft het saai en op een afstand.'

    • Tom Kreling