Patriot Act weert Cubanen

Ook voor vrienden van Amerika wordt het moeilijker om de VS binnen te komen. Onder de antiterreurwet Patriot Act hanteert de immigratiedienst een nieuwe, ruimere definitie van terrorisme. Zo ruim dat zelfs decennia oude tegenstanders van het socialistische (lees: anti-Amerikaanse) regime in Cuba nu grote moeite hebben asiel aan te vragen in de VS. Dit meldde The Miami Herald gisteren.

Na de Cubaanse Revolutie (1959) bevocht een rebellengroep het nieuwe bewind in Havana vanuit het Escambray-gebergte. De Amerikaanse inlichtingdienst CIA voorzag de guerrilla destijds van wapens, eten en explosieven. Eind jaren zestig wist Fidel Castro de groep definitief te verslaan, maar tot op de dag van vandaag is 'Escambray' voor anticastristen van iconische waarde. De opstand is de naamgever van vele dissidentengroepjes op het eiland, die soms steun ontvangen van Amerikaanse diplomaten in Havana.

Het Amerikaanse ministerie van Binnenlandse Veiligheid houdt nu echter de asielaanvragen op van een groep van 320 Cubanen met banden met de Escambray-strijders. Het betreft vooral nakomelingen en vrienden.

Elke indiener van een asielaanvraag moet de vraag beantwoorden of hij ooit betrokken was bij een gewapende opstand. Blijkbaar hebben de Cubanen hierop trots 'ja' geantwoord. Hierdoor vallen ze echter onder de definitie van terreur als 'gebruik van geweld [ongeacht waar en tegen wie] met als doel angst aan te jagen en eigendom te vernietigen'.

Volgens een woordvoerder van de immigratiedienst kan de overheid het probleem alleen ondervangen als de Cubanen bewijzen dat ze onder dwang hulp verleenden aan 'terroristen'. Volgens deskundigen zal dit echter zeer moeilijk blijken. Leden van de Cubaanse diaspora in de VS toonden zich dinsdag al woedend over de zaak.