Parallelle evolutie mens en chimp

Mensen en chimpansees hebben het vermogen om bittere giftige planten te proeven ieder apart in de evolutie verworven. Een 70 jaar oude hypothese uit de evolutietheorie is daarmee onderuit gehaald.

Chimpansees en mensen delen het gen dat voor een groot deel het vermogen om bittere stoffen te kunnen proeven bepaalt. Maar dat vermogen is bij mens en chimp door heel verschillende genmutaties ontstaan. Biologen dachten bijna 70 jaar dat de genvarianten bij mens en chimp precies hetzelfde waren. Ze zouden al aanwezig zijn geweest bij de gezamenlijke voorouder van mens en chimp die langer dan zeven à zes miljoen jaar geleden leefde.

De theorie ontstond in een tijd waarin DNA-volgordebepaling nog niet bestond. DNA-analyse van de genen van 86 chimpansees, smaakproeven bij die dieren - met stukjes in een bittere stof gedoopte appel - en vergelijking met genanalyse bij mensen, laat nu zien dat de genvarianten bij mens en chimp sterk van elkaar verschillen. Dat schrijven onderzoekers van de University of Utah, met collega's van andere Amerikaanse en Duitse instituten vandaag in Nature.

De theorie die daarbij onderuit gaat, verscheen ook in Nature, in 1939. Drie Britse onderzoekers, waaronder de beroemde evolutiebioloog Sir Julian Huxley (1887-1975) publiceerden toen over de smaakvermogens van mensapen. Een ongeveer even groot deel van de chimpansees en mensen, vonden toen de drie geleerden, hebben een duidelijke afkeer van een lage concentratie van een bittere teststof (fenylthiocarbamide, PTC). Een ander deel proeft PTC alleen in wat hogere concentraties. En er is een groep die de bittere PTC-smaak helemaal niet proeft. De Britten poneerden de stelling dat het gen voor bitterproeven zowel bij mens als chimp in dezelfde verhouding van een dominant en recessief gen voorkomt. Hun conclusie was dat het in de evolutie al was ontstaan bij de gemeenschappelijke voorouder van chimp en mens. En dat er sindsdien zowel voordelen als nadelen aan het heel goed proeven van bitter hebben gekleefd, zodat de balans tussen dominant en recessief gen steeds behouden was gebleven. Het bitterproeven is belangrijk omdat veel planten bittere gifstoffen maken ter bescherming tegen vraat.

Die theorie kan nu naar de prullenbak. Chimp en mens delen weliswaar hetzelfde gen TAS2R38 dat proeven van de bittere smaak PTC mogelijk maakt, maar de genvarianten zijn totaal verschillend. Bij de chimp ligt de overheersende mutatie in het begin van het gen, waardoor het eiwit in de smaakpapil uiteindelijk een stuk korter wordt. Bij de mensen liggen drie smaakbepalende variaties verdeeld over het gen van ruim duizend basenparen lengte.