Man zingt soldatenlied in de badkuip

Het terrein rond Post CS heeft wel iets van het verlaten Cinecittà in de film Le Mépris (1963) van Jean-Luc Godard: een no man's land met verweerde filmaffiches en graffiti op muren van lege gebouwen. Op de begane grond van het Stedelijk CS zit de expositieruimte van de culturele instelling Mediamatic, die de kraakpandsfeer volledig intact laat. Hier is Le Mépris te zien, een project van curator Moniek Voulon met de gelijknamige film van Godard als uitgangspunt.

Jim Constanzo: ‘The Scream’, 2004

Leuk idee: een expositie op een film baseren. Elke kunstenaar heeft andere associaties bij een film en de samensteller kan naar smaak werken toevoegen die er een link mee hebben. Voulon maakte eerder La nuit américaine (2003), geïnspireerd op François Truffauts gelijknamige film uit 1973 en News from Home (2004), een expositie die verwees naar de gelijknamige film van Chantal Akerman uit 1977. Grote constante in al deze projecten is de relatie tussen Europa en Amerika.

Voulons ambities liegen er niet om. Ze wil met haar exposities een uitweg bieden uit 'de ideologische Catch 22 tussen occidentalisme en oriëntalisme waarin Europa zich bevindt', lezen we op haar website. Ze wil de 'utopieën' van Bush en Bin Laden omverwerpen door terug te grijpen op de Nouvelle Vague en de jaren zestig, die goeie ouwe tijd toen John Lennon nog leefde en Jean-Luc Godard nog films maakte.

Maar hoe doet ze dat? In Mediamatic hangen monitoren naast elkaar aan het plafond, zoals in de hal van een vliegveld. In plaats van aankomst- en vertrektijden zien we videofilmpjes van uiteenlopende kunstenaars, onder wie Yoko Ono (Voulon: 'Want die kent iedereen'). De filmpjes vallen in drie soorten uiteen: sommige doen iets met Godards film, andere gaan over de Irak-oorlog en een derde categorie heeft met Bush noch Godard eigenlijk iets te maken.

Godards film Le Mépris gaat over cineast Fritz Lang, die de Odyssee wil verfilmen. Hij ligt daarbij voortdurend overhoop met zijn producent, die er een goedkope blockbuster van wil maken. De link met de Irak-oorlog wordt gelukkig uitgelegd in de catalogus: 'Zoals in Godards film de sluwe maar joviale Amerikaanse filmproducent een Europese scenarist voor zijn project weet te strikken, toont Voulon hoe Bush en zijn haviken erin slaagden de Europeanen - en Nederland - te betrekken in deze verschrikkelijke oorlog.'

Die vergelijking is té vergezocht. Bovendien haalt Voulon er het flower-powerpacifisme van John Lennon en Yoko Ono bij. Ook is het contrast nogal schrijnend tussen de gepolijste esthetiek van Godard en de onverzorgde, pamflettistische filmpjes die de vorm uit het oog verliezen in hun woede tegen Bush. Andere kunstenaars hebben juist weer geen enkele boodschap en doen alleen iets met de vormen van Brigitte Bardot, hoofdrolspeelster van Le Mépris.

Een uitschieter is The F-Song (2005) van David Smithson: een man in een badkuip zingt een soort soldatenlied waarin hij Bush en Cheney uitscheldt. Het duurt even voordat je in de gaten hebt dat hij uit twee hoeken tegelijk gefilmd wordt door een beveiligingscamera. Smithson suggereert zo een Amerika waar big brother Bush je tot in je badkamer in de gaten houdt, maar waar diezelfde beveiligingscamera juist weer een medium voor verzet wordt.

Een expositie op een film baseren, dat zou vaker gedaan moeten worden. Maar dan moet je niet te grote sprongen willen maken. De spagaat tussen Irak en Le Mépris is te groot.

Tentoonstelling: Le Mépris (Contempt). T/m 30 april in Mediamatic, Oosterdokskade 5, Amsterdam. Do t/m zo 12-18 uur. Inl. 020-638 9901, www.mediamatic.net

Rectificatie / Gerectificeerd

In het artikel Man zingt soldatenlied in de badkuip (13 april, pagina 11) staat ten onrechte dat de Franse regisseur Jean-Luc Godard geen films meer maakt. Godards meest recente film, Notre musique, kwam uit in 2004.

    • Colin van Heezik