Justitie Servië rolt 'bankroetmaffia' op

Met de arrestatie van negen rechters, juristen, zakenlieden, een ambtenaar van het inspectoraat van het ministerie van Binnenlandse Zaken en de directeur van de Postspaarbank heeft de Servische justitie gisteren een begin gemaakt met het oprollen van de 'bankroetmaffia'. Volgens minister van Financiën Mladjan Dinkic heeft die maffia 'de grootste verduistering aller tijden in Servië' gepleegd.

Onder de arrestanten bevonden zich gisteren de voorzitter van het Commerciële Hof, Goran Kljajevic, en een van de rechters van dit hof. Kljajevic moest later worden vrijgelaten omdat hij zich beriep op zijn immuniteit als rechter.

In Belgrado wordt verwacht dat nog veel meer arrestaties volgen, omdat de bankroetmaffia veel groter is dan de groep van negen arrestanten.

Minister Dinkic zei dat de arrestaties van gisteren 'de krachtigste slag' tegen de economische maffia is die is uitgedeeld sinds de val van het bewind van Slobodan Milosevic in 2000.

De bankroetmaffia werkte met goedkope leningen van de Postspaarbank, waarmee vervolgens - met toestemming van het Commerciële Hof - bedrijven werden opgekocht die bankroet waren gegaan of op het punt stonden bankroet te gaan.

Instemming van de regering werd verkregen door ambtenaren om te kopen. Het Commerciële Hof bevorderde volgens Servische media de transacties door bedrijven die op gunstige lokaties onroerend goed bezaten op het leven zo lastig te maken dat ze bankroet gingen. Als het zover was, benoemde het Hof eigen mensen als noodmanagers, waarna ze werden klaargestoomd om voor lage prijzen door de bankroetmaffia te worden opgekocht.

Volgens de krant Glas Javnosti deed de groep de Servische minister van Politie een luxe flat in het centrum van Belgrado cadeau, op kosten van de overheid en de rekeninghouders van de Postspaarbank. De gearresteerde directeur van de Postspaarbank zou een hoge functie bekleden in de partij Nieuw Servië, die deel uitmaakt van de regering en die wordt geleid door de minister van Kapitaalinvesteringen, Velimir Ilic.