Israël en VS twijfelen nog over Iran

De reacties van Israël en de VS op Irans bekendmaking dat het uranium heeft verrijkt, waren relatief rustig. De VS weten niet goed raad met Iran, en Israël is verdeeld. Sommigen denken dat Iran geen heel groot riscio vormt.

Mohamed ElBaradei, chef van het Internationaal Atoomenergie Agentschap, stapt in een auto na zijn aankomst in Iran waar hij vandaag probeert het Iraanse leiderschap te overreden de verrijking van uranium te bevriezen. Foto AFP International Atomic Energy Agency (IAEA) head Mohamed ElBaradei (R) gets in hiscar after arriving in Tehran's Mehrabad airport 13 April 2006. ElBaradei said that he hoped to persuade Iran to suspend its uranium enrichment activities. AFP PHOTO/BEHROUZ MEHRI AFP

De weg naar de top van het Israëlische leger loopt via Washington. Het nieuwe hoofd van de militaire inlichtingendienst, generaal-majoor Amos Yadlin, verruilde drie maanden geleden zijn kantoor op de Israëlische ambassade aldaar voor een aanzienlijk kleiner kantoor op het ministerie van Defensie in Tel Aviv.

Als militair attaché raakte Yadlin vertrouwd met de Amerikaanse wereld van diplomatieke en politieke gevoeligheden. Hij wist dat ook de huidige Amerikaanse regering uitdagende uitspraken van Israëlische politici en generaals over de pogingen van Iran om nucleaire technologie te ontwikkelen niet op prijs stelt.

Het verhinderde de generaal geenszins om na de Iraanse bekendmaking dat uranium is verrijkt met grote stelligheid te constateren dat Iran 'over een jaar of drie over een nucleair wapen beschikt om Israël van de kaart te vegen.' Zijn alarmerende conclusie: 'We moeten koste wat het kost deze dreiging neutraliseren, we moeten een antwoord ontwikkelen. Het tempo moet drastisch omhoog. Geen optie is uitgesloten.' Het leverde hem onmiddellijk een terechtwijzing op van het Witte Huis, dat zijn uitspraken 'niet behulpzaam' vond, omdat 'Iran alleen maar verder geïsoleerd raakt'.

De Amerikaanse reacties openbaarden dat de VS nog steeds niet goed raad weten met het Iraanse leiderschap. In de week dat de regering-Bush trachtte het verhaal in The New Yorker over de voorbereidingen voor een preventieve aanval te ontkrachten als 'wilde speculaties' presenteerde de Iraanse president Ahmadinejad de overigens kleine stap op weg naar het ontwikkelen van een nucleaire energiebron.

De tamelijke rustige respons van de VS is ingegeven door de belofte aan Europa om alle diplomatieke middelen uit te putten, voordat andere stappen worden gezet. Dat wil overigens niet zeggen dat het ongeduld over het verzet van Rusland en China tegen sancties niet groeit, zoals minister Rice gisteren liet blijken.

Een tweede verklaring is dat op dit moment er wel gedreigd wordt met preventieve militaire actie, maar dat het inzetten van de luchtmacht en de landmacht onder de huidige omstandigheden nagenoeg uitgesloten is. Het referentiekader is uiteraard Irak. De kater daarover is enorm: onder de bevolking en in de legertop, die steeds openlijker gebeten is op de politiek, minister Rumsfeld in het bijzonder.

Luchtaanvallen op Iraanse installaties kunnen bovendien weinig aanlokkelijke effecten teweeg brengen: explosief stijgende olieprijzen, actieve bemoeienis van Iran in Irak en aanvallen op Amerika's strategische partner in het Midden-Oosten, Israël.

De vraag is bovendien of de regering-Bush ook de tijd heeft voor méér dan diplomatieke actie. Voordat er in de VN een akkoord is bereikt over eventuele sancties is de jaarwisseling - 2007/2008 - in zicht. 2008 is een presidentieel verkiezingsjaar, niet het tijdvak voor een nieuw en zeer riskant militair avontuur. 'Maar we weten één ding', zei een diplomaat gisteren, 'van dat soort overwegingen trekt deze president zich weinig aan.'

De Amerikaanse politieke agenda en het trauma over Irak hoeven voor Israël geen beletsel te zijn zelfstandig in actie te komen. Hoewel Israëlische ministers en generaals harde uitspraken doen over een nucleair Iran hebben premier Sharon en zijn opvolger Olmert en chef-staf Halutz en zijn rechterhand Yadlin niets gezegd over militaire actie. De verklaring daarvoor is dat het politiek en militaire establishment in Tel Aviv verdeeld is. Het leger, sommige rechtse politici en de meerderheid van de bevolking zien in Iran een groot, antisemitisch kwaad: de enig overgebleven werkelijke bedreiging voor de joodse staat. In de Mossad, het Nationale Veiligheidscollege en het ministerie van Buitenlandse Zaken wordt genuanceerder gedacht. Zoals ook alle Israëlische nucleaire experts de bekendmaking van president Ahmadinejad hebben gerelativeerd.

De antisemitische uitspraken van deze president worden beschouwd als op zich verwerpelijke retoriek die echter voornamelijk bestemd is voor intern gebruik. De tweede school denkt bovendien dat Iran voor Israël geen uitzonderlijk groot risico vormt en de militaire Goliath van het Midden-Oosten in staat is dit risico te neutraliseren. Daar komt volgens een van de aanhangers van deze denktrant, brigade-generaal bd Shlomo Brom, nog bij dat Israël niet over de conventionele gevechtsvliegtuigen beschikt waarmee lange afstandsmissies diep in Iran uitgevoerd kunnen worden. En belangrijker nog aldus Brom, die voor het US Army War College het rapport 'Getting Ready for an Nuclear-Ready Iran' schreef: 'Het is zeer twijfelachtig of we over de juiste en betrouwbare inlichtingen kunnen beschikken om alle noodzakelijke elementen van het Iraanse programma uit te schakelen.'

Een Iraanse atoomaanval op Israël zou het karakter hebben van een zelfmoordactie. De joodse staat heeft een eigen kernmacht, met lange-afstandsraketten met kernkoppen, en met kernwapens uitgeruste onderzeeërs en bommenwerpers. Een feit dat in de internationale discussie tot grote opluchting van Israël geen rol speelt. De Israëllobby in de VS heeft iedere discussie over Israël als 'schurkenstaat' weten te smoren.

Als Iran uiteindelijk inderdaad een kernbom zou krijgen, is Israël niet langer het enige land in het Midden-Oosten met kernwapens. Dan onstaat er in het Midden-Oosten een afschrikkingsevenwicht.

Van de gezaghebbende, centrumrechtse militaire analist Ze'ev Schiff is de suggestie om een derde weg te bewandelen. 'Er is maar één weg om een nucleair afschrikkingsevenwicht, dat op zich niet slecht hoeft te zijn, te voorkomen en dat is vrede sluiten met Iran en met de Palestijnen. In het kader van vrede kan er een nucleair-vrije zone worden ingesteld in het Midden-Oosten.' Maar dat utopische geluid is in het Israëlische koor volledig overstemd en verrassende manoeuvres mogen niet uitgesloten worden.

    • Oscar Garschagen Tom-Jan Meeus