Het onderpand van Romano Prodi

Toen Silvio Berlusconi vijf jaar geleden de parlementsverkiezingen won, ging de Italiaanse beurs flink omhoog. Op de financiële markten zijn de eerste reflexen vaak primitief, en houden ze wel van zakenmannen met hervormingsdrang.

Maar Italië is in de tussentijd weinig opgeschoten, en het probleem met veel zakenmensen in de politiek is dat ze gewend zijn aan een commandostructuur waar gegeven bevelen ook echt worden uitgevoerd. Zo werkt het niet, merkte ook de vorige week afgetreden Thaise zakenman-premier Thaksin Shinawatra.

De beursreactie op de Italiaanse verkiezingen is ditmaal even besluiteloos als de uitkomst. Wie zijn oor te luisteren legt merkt dat beleggers nog liever een duidelijke winst voor de centrumlinkse coalitie van Romano Prodi, inclusief de communisten, hadden gehad dan het vooruitzicht van een lange strijd over de uitslag zelf. Dinsdag daalde de beursindex in Milaan met een procent of twee, gisteren kwam er een verliesje bij. Veel week dat niet af van de andere beurzen in Europa.

Onder Berlusconi heeft het Italiaanse begrotingstekort zich vier jaar lang niet gehouden aan het Europese maximum van 3 procent van het bruto binnenlands product. Vorig jaar werd afgesloten met een tekort van 4,1 procent. De Italiaanse staatsschuld stijgt proportioneel weer, tot 106,4 procent.

Van Prodi wordt in principe verwacht dat hij, als oud-voorzitter van de Europese Commissie, wat rechter in de leer zal zijn, en de overheidsfinanciën beter in de hand wil houden. Maar de krappe meerderheid maakt zijn regering bij voorbaat wankel, en gevoelig voor de agenda van uiterst links. En dat heeft andere prioriteiten dan het tekort.

Aanhoudende hoge tekorten betekenen een groot aanbod van leningen door de Italiaanse staat. De reactie op de verkiezingen valt in de regel dan ook beter af te lezen aan de zogenoemde spread, het renteverschil tussen Italiaanse staatsleningen en die van het altijd stevige Duitsland. Maar zelfs hier hangt er een mist over de markt. De spread is weliswaar opgelopen tot 0,31 procent, het grootste renteverschil in vier jaar. Maar intussen slaagde Italië er gisteren moeiteloos in om voor 5,5 miljard euro aan staatsleningen aan beleggers te slijten.

Hoe dat kan? Italiaanse staatsobligaties blijven gewild, omdat de Europese Centrale Bank alle staatsobligaties van de eurolanden als onderpand accepteert. Tot de ECB haar beleid wijzigt, en wankele staatsobligaties een lagere status geeft, kan elk land vrijwel ongestraft zijn financiën uit de hand laten lopen. Ook Italië. Met welke regering dan ook.

Maarten Schinkel

    • Maarten Schinkel