Heavy metal

Met een goudprijs die afgelopen dinsdag door de 600 dollar per troy ounce (31,1 gram) schoot, bevindt de wereldeconomie zich midden in een prijsschok. De prijzen van zo'n beetje elk metaal gaan op dit moment door het dak. Goud was de laatste kwart eeuw niet zo duur als nu. Dat geldt ook voor zilver. Nikkel staat op het hoogste niveau van de afgelopen 22 jaar, platina, koper en zink bevinden zich op recordhoogte. De prijs van ruwe olie reikt, met tegen zeventig dollar per vat Brent-olie, tot aan de piek van afgelopen najaar, toen het orkaanseizoen in de Verenigde Staten op zijn hoogtepunt was. Zelfs voor een verhandelde grondstof als sinaasappelsap gelden de hoogste prijzen in veertien jaar.

Elke grondstof heeft haar eigen dynamiek. De vraag naar metalen stijgt het hardst als de wereldeconomie gestaag en onverstoord kan doorgroeien. Dat lijkt dit jaar ook het geval te zijn. De Verenigde Staten, Europa en Japan vertonen voor het eerst sinds jaren economische groei van betekenis. India en vooral China stomen voort. Deze nieuwe grote groeiers in de wereldeconomie hebben de vraag naar grondstoffen flink opgevoerd.

Ook olie gedijt in een gunstige economische omgeving waar de vraag oploopt. Maar de prijs van olie piekt ook bij mogelijk politiek onheil, wanneer het aanbod onzeker wordt. Onrust in Nigeria, politieke onzekerheid in Venezuela, de situatie in Irak en de geruchten over een mogelijk Amerikaans bombardement op Iraanse nucleaire installaties drijven de prijs van olie op, en houden hem hoog. Goud moet het, op zijn beurt, naast vraag en aanbod vooral hebben van onzekerheid in het financiële systeem.

Wat moet de diagnose zijn, als de prijzen van al deze grondstoffen tegelijk stijgen? Dat de wereldeconomie op dit moment een buitengewoon gunstige periode doormaakt, maar ook dat de onderliggende politieke en financiële risico's oplopen. Speculatie op de financiële markten maakt deze diagnose lastig. Door de enorme hoeveelheid liquiditeit - geld - in het wereldwijde financiële systeem stroomt het kapitaal razendsnel van de ene veelbelovende markt naar de andere. Er zitten zeker speculatieve elementen in de huidige hoge grondstoffenprijzen. Veel beleggers, waaronder bijvoorbeeld ook grote Nederlandse pensioenfondsen, hebben kapitaal verplaatst naar de grondstoffenmarkten. Omdat die markten in omvang relatief klein zijn vergeleken bij de aandelen- en rentemarkten, heeft een kleine accentverschuiving in de beleggingsportefeuilles meteen forse prijseffecten.

De kans is groot dat de prijseffecten voor grondstoffen die worden veroorzaakt door gebeurtenissen in de reële economie, op dit moment worden overdreven door speculatie. Het laat zich raden dat in dit geval het geld even snel verdwijnt als het kwam en de prijzen tot rust komen. Dat zou goed zijn voor de wereldeconomie, want hoge grondstoffenprijzen zijn op te vatten als een belasting op de groei. Maar een plotselinge prijsdaling is riskant, en trekt een wissel op de stabiliteit van het financiële systeem. Een ordelijke daling is het best. En laat geen belegger zich er achteraf over beklagen dat hij het allemaal niet heeft zien aankomen.