Verhuizing Taylor naar Den Haag blijkt lastig

Het Speciale Hof voor Sierra Leone wil Charles Taylor in Den Haag berechten. Aan de Nederlandse voorwaarden voor verhuizing van het proces is nog niet voldaan.

Het blijkt niet eenvoudig om het proces tegen Charles Taylor naar Den Haag verplaatst te krijgen. Een voorwaarde van het ministerie van Buitenlandse Zaken was dat vooraf vast zou staan in welk land de krijgsheer en oud-president van Liberia bij veroordeling zijn straf zou uitzitten. Verzoeken bij de Oostenrijkse en Zweedse regeringen zijn inmiddels afgewezen.

Taylor zit sinds twee weken in de gevangenis van het Speciale Hof voor Sierra Leone, dat hem vervolgt voor oorlogsmisdaden en misdaden tegen de menselijkheid in de burgeroorlog in Sierra Leone. Dat oorlogstribunaal wil het proces om veiligheidsredenen verplaatsen naar de gebouwen van het Internationale Strafhof in Den Haag. Nederland stelt daarvoor een aantal voorwaarden, waaronder een Veiligheidsraadresolutie. In de Veiligheidsraad bestaat overeenstemming, maar aan de andere voorwaarden is nog niet voldaan.

Donderdag werd al duidelijk dat Oostenrijk “geen wettige grondslag“ kent om Taylor gevangen te houden. Gisteren bleek dat ook Zweden Taylor niet wil. Onbekend is welke andere landen een verzoek hebben gekregen. Als er niet snel een alternatief komt, zei de Britse VN-ambassadeur Jones Parry gisteren, moet een oplossing maar na de resolutie komen.

De detentie is niet het enige probleem. Zowel het Strafhof als Buitenlandse Zaken wil de garantie niet op te draaien voor extra kosten. Die onderhandelingen zijn nog niet afgerond. Een verplaatsing naar Den Haag zou de proceskosten verhogen, terwijl het hof krap bij kas zit. Anders dan de oorlogstribunalen voor Joegoslavië en Rwanda krijgt het niet betaald uit het vaste VN-budget, maar moet het jaarlijks een rondgang langs donoren maken. Van de gevraagde 25 miljoen dollar voor dit jaar is negen miljoen toegezegd. Zes miljoen is daadwerkelijk overgemaakt. Onder mensenrechtenjuristen bestaat de vrees dat de kosten voor dit proces zullen oplopen omdat het lang kan gaan duren. In de andere drie processen die het hof in 2004 en 2005 is begonnen tegen leiders van de rebellenbewegingen RUF, AFRC en CDF, is nog geen uitspraak gedaan. De juriste Sara Derehshori toonde aan de hand van het CDF-proces aan dat de vertraging grotendeels onnodig was. De zittingen van het hof begonnen vaak te laat, duurden nooit langer dan vijfenhalf uur en werden vaak dagenlang verdaagd voor eenvoudige beraadslagingen.

De Zuid-Afrikaanse mensenrechtenadvocaat Howard Varney, hoofdonderzoeker van de waarheidscommissie voor Sierra Leone, schat dat het Taylor-proces best eens twee jaar kan duren, als dezelfde werkwijze gehanteerd wordt als bij de andere zaken. Daarin worden tientallen getuigen opgeroepen. Varney pleit ervoor dat aantal te beperken: “Uiteindelijk geeft de getuigenis van een klein aantal de doorslag.“

Een woordvoerder van het hof spreekt dat tegen. “De taak van het hof is niet alleen een einde maken aan straffeloosheid. Het moet ook de geschiedenis van een land optekenen.“ Dat betekent dat de aanklager in de CDF-zaak 75 getuigen laat oproepen om aan te tonen dat oorlogsmisdaden in Sierra Leone wijdverspreid waren.

De vrees voor een eindeloos proces was een reden voor hoofdaanklager Desmond de Silva om de zeventien aanklachten tegen Taylor terug te brengen naar elf. “Jullie willen hem toch niet zien sterven voordat er een uitspraak is, zoals Milosevic deed?“, vroeg hij de verzamelde Sierra Leonese pers vorige week. Die pers is, evenals lokale activisten, mordicus tegen verplaatsing naar Den Haag. Zij beschikken niet over het geld om het proces vanuit Nederland te volgen. Was het hof bovendien niet het eerste internationale tribunaal dat misdadigers op eigen bodem zou berechten? Gisteren diende Taylors advocaat een verzoek in om het proces in Freetown te houden. Dat wordt nog niet behandeld. De zittingen zijn geschorst van 10 tot 24 april.

    • Hanneke Chin-A-Fo