Spelende kinderen tussen loeiende treinen

Op het treinstation van New Delhi wonen 2.500 straatkinderen. Sinds vorige week organiseren enkele oud-bewoners rondleidingen langs de plekken waar de kinderen spelen, slapen en zich wassen.

Een Indiase jongen verzamelt gebruikte plastic flessen langs het spoor van New Delhi. Foto AFP An Indian ragpboy scavenges along rail tracks in New Delhi, 17 July 2002. The International Labour Organisation estimates that one child in six, or 246 million people between the ages of five and 17, are engaged in labour across the globe with the largest number of child labourers - 127 million - located in the Asia-Pacific region. AFP PHOTO/Prakash SINGH AFP

In het New Delhi Railway Station is het een gekrioel van jewelste: reizigers, rugzaktoeristen, bedelaars, theeverkopers, taxichauffeurs en slapende mensen. Loeiende treinen komen af en aan. Elke dag arriveren hier ook tegen de honderd kinderen. Op eigen houtje en meestal zonder perspectieven. Niemand die ze op komt halen. Ze komen van het platteland, zijn meestal analfabeet en hopen op een ander leven. Sommigen zijn pas vijf jaar oud.

Jawed (19) was acht toen hij op het centraal station van de Indiase hoofdstad aankwam. Hij was op een dag zomaar met een paar vriendjes in een trein gesprongen en arriveerde 24 uur later in Delhi. Op zijn vijftiende wist hij met hulp van een hulporganisatie te ontsnappen aan zijn bestaan op straat. Sinds vorige week leidt hij voor 4 euro mensen rond door de krochten van het station, langs de plekken waar de kinderen spelen, slapen en zich wassen.

Hij zegt: “Indiërs zien straatkinderen als overlast. Ik wil ze laten zien hoe de kinderen leven, zich staande houden, ze een gezicht geven.“ Waarom hij zelf wegliep? Jawed lacht schaapachtig. In het dorp waar hij woonde was niets te doen. Geld voor school was er ook niet. Hij wilde eigenlijk wel de Taj Mahal zien. “En het Rode Fort in Delhi“, zegt hij. Zielig was hij niet. “Het was een mooi leven. Straatkinderen zijn niet zielig, willen geen medelijden, maar misschien wel steun.“

Volgens de VN-vluchtelingenorganisatie UNHCR heeft Delhi tussen de 100.000 en 500.000 straatkinderen, terwijl hulporganisaties het op ongeveer 250.000 houden. In totaal zouden in India, volgens de UNCHR, zo'n achttien miljoen straatkinderen zijn. Staten als Bihar en Uttar Pradesh zijn de regio's waar de meeste kinderen die naar Delhi gaan vandaan komen. Het zijn verpauperde gebieden waar van de jaarlijkse groei van de Indiase economie van 8 procent weinig te merken is.

Het New Delhi Railway Station is meer dan een aankomstplek. Voor veel straatkinderen is het broeierige en tjokvolle station het dak boven het hoofd in de miljoenenhoofdstad. Maar ook groepen eenoudergezinnen (meestal moeder met kinderen) wonen hier. Loop met Jawed naar de wasstraat van de treinen en je ziet ze er hun dagelijkse douche nemen. Sommige kinderen zijn geboren op het perron en zullen er ook doodgaan, zo vertellen sociaal werkers op het station.

Ongeveer 2.500 kinderen zonder ouders, zo schatten jeugdwerkers, leven in en rond het station in Delhi. Hun geschiedenissen lopen uiteen. Geslagen door een stiefvader, seksueel misbruikt door een oom, verkocht door de ouders; het zijn in de wereld van de straatkinderen bijna doorsnee verhalen. “Maar er zijn ook kinderen bij die er van dromen arts te worden of ingenieur. Zij verlaten zelf hun ouders, willen onderwijs en niet voor een habbekrats klusjes doen voor de rest van hun leven“, zegt Vikash Yadav, een sociaal werker, die rond het station opereert.

Jawed had toen hij aankwam helemaal geen dromen. Hij leefde van dag tot dag. Hij was vrij, hoefde niet naar school en aan niemand verantwoording af te leggen. Hij snoof net als vele andere straatkinderen Tipp-Ex om high te worden, at gratis in tempels en Gudwara's (gebedshuizen van de sikhs) en probeerde zo veel mogelijk Bollywood-films te zien. Met het rond brengen van thee en het ophalen van vuilnis verdiende hij zijn geld.

De 250 treinen die het station dagelijks aandoen, zijn levensaders voor de kinderen. Op perron 1 staat Jawed even stil. “Hier komen de luxe treinen aan, waar veel te halen valt voor een straatkind.“ Als er een trein aankomt en stopt, glippen ze zo snel mogelijk naar binnen. Op zoek naar afval, achtergelaten voedsel en tijdschriften. De gevonden kranten en weekbladen geven ze weer af aan de drogist-kiosk, in ruil voor korting op medicijnen. Fruit brengen ze naar de juice corner, de sapverkoper, die het dak van zijn zaak als slaapplek aanbiedt.

De organisatie van Yadav, Salaam Baalak Trust (SBT), werkt al zestien jaar op het station van Delhi. SBT is destijds opgericht met de opbrengst van Salaam Bombay!, de debuutfilm uit 1988 van Mira Nair (onder meer Monsoon Wedding) over straatkinderen in Bombay. Boven het kantoor van de spoorwegpolitie aan de buitenkant van het station, heeft SBT een van zijn zogenoemde contactpunten, waar zich dagelijks gemiddeld twintig piepjonge nieuwkomers in Delhi melden.

Abdul Karim kwam vier maanden geleden aan in Delhi, gevlucht voor een inwonende oom die hem regelmatig in elkaar sloeg. Hij is twaalf jaar. Zijn haar staat recht overeind, zijn kleren lijken al wekenlang niet te zijn gewassen. Hij zegt: “Hier is het leven beter en niet moeilijk voor mij. Ooit hoop ik een goed betaalde baan te vinden.“ Nee, Abdul zit niet in een bende en slaapt dus buiten het station, naast een van de loketten, want in het station maken de bendes de dienst uit.

Jawed was lid van een bende en als nieuwkomer in Delhi voelde hij zich daar aanvankelijk veilig, voor de politie en pooiers. “Elke bende is de baas over een platform, waar 's nachts de kinderen slapen“, zegt hij.

Op een dag werd hij wakker in het ziekenhuis, nadat hij de avond ervoor was neergestoken door iemand van een andere bende. “Toen heb ik het station verlaten, ben ik in de buurt van tempels gaan leven, totdat ik kennismaakte met Salaam Baalak Trust. Zij hebben me gered en nu wil ik ook jeugdwerker worden. Daarom organiseer ik deze tours door het station. Het geld is voor de kinderen.“

    • Philip de Wit