Spanje beschuldigt 29 personen inzake “11-M'

Een Spaanse onderzoeksrechter heeft gisteren de eerste aanklachten bekendgemaakt tegen 29 verdachten van de bomaanslagen in Madrid van 11 maart 2004. Die aanslagen op forensentreinen kostten aan 191 mensen het leven. Juan del Olmo houdt de Marokkaanse Groupe Islamique Combattant Marocain verantwoordelijk voor de terreurdaad.

Zes van de beklaagden, een Spanjaard, vier Marokkanen en een Egyptenaar, worden beschuldigd van het beramen van de aanslagen. De overigen worden aangeklaagd voor steun aan de organisatie, zoals het vervalsen van papieren of vervoer van explosieven.

De hoofdbeklaagden kunnen duizenden jaren gevangenisstraf krijgen, wat in de praktijk neerkomt op veertig jaar, de maximumstraf in Spanje.

De verdachten handelden niet in opdracht van Al-Qaeda; eerder waren ze geïnspireerd door dit terreurnetwerk, aldus de aanklacht. Del Olmo noemt in het dossier geen enkele connectie met de Baskische afscheidingsbeweging ETA, een verband dat de conservatieve oppositie regelmatig suggereert. De voorbereiding van de aanslag kostte 105.000 euro, geld dat deels verdiend werd met drugshandel.

Het vermoedelijke motief van de daders was om Spanje vlak voor de verkiezingen op 14 maart onder druk te zetten om zijn manschappen terug te trekken uit Irak. Na zijn verkiezingsoverwinning haalde de huidige premier Zapatero, de Spaanse soldaten weg uit Irak. Het proces zal volgend jaar beginnen.