Reutelen en Loeien

De duivel schijt altijd op de grote hoop, een ongeluk komt nooit alleen en als er één koelkast over de dam is, kan je er met een gerust hart van uitgaan dat je complete assortiment witgoed in rap temp zal volgen.

Het begon met een zachte reutel onder de inductieplaat. Negeren, is in dat soort gevallen mijn strategie en standvastig hopen dat het geluid vanzelf verdwijnt. Die hoop bleek natuurlijk ijdel. Het gedrens nam met de dag toe en werd uiteindelijk dermate opdringerig, dat er tijdens het koken geen gesprek meer mogelijk was.

Dus belde ik een reparateur, die voor 50 euro best bereid was voor te komen rijden en voor nog 85 euro rap een nieuwe ventilator plaatste. “Zo!“, klopte ik mezelf op de borst, dat had ik doortastend opgelost.

Hij had de deur nog niet achter zich dichtgetrokken, of de wasmachine begon vervaarlijk te loeien. Een huishouden runnen zonder wasmachine acht ik zowel onmogelijk als onwenselijk. Hoe vaak mijn man me er ook op attendeerde, terwijl we 's avonds boven het bad de loodzware handdoeken uitwrongen, “dat ze vijftig jaar geleden niet anders deden“.

“Toen was de levensverwachting dan ook een stuk lager“, bitste ik en ontbood een andere meneer in een ander busje, die voor 170 euro een nieuwe pomp installeerde.

Vervolgens begaven de schokbrekers van onze normaliter zo betrouwbare Mitsubishi het, brak de voordeursleutel af in het slot, viel de badkamerspiegel spontaan van de muur en verving ik peertjes in berging, schuur en wc. Ook gloeilampen sterven in mijn huishouden namelijk bij voorkeur in clusters.

Het schijnt dat je speciale goden hebt, om je in dit soort penibele situaties bij te staan. Een soort huisgeesten, die er voor zorgen dat je woonomgeving stabiel en feng shui blijft. Daar moest ik maar eens snel een beetje bij gaan slijmen. De god die ik aanriep, toen uiteindelijk ook de stofzuiger en mijn computerscherm het begaven, gaf in 't geheel geen sjoege.

Maar misschien had ik 't iets beleefder moeten vragen.