Repressie neemt toe in Midden-Oosten

Na 11 september hoopte het Westen de democratie te vestigen in het Midden-Oosten. Maar het omgekeerde gebeurde. Arabische leiders concluderen dat ze weer hun gang kunnen gaan.

Aanhangers van Hamas demonstreerden maandag in Gaza tegen het deels stopzetten van hulp door de Europese Unie. Foto AP A Palestinian family attends a Hamas protest against aid cut to the Hamas-led Palestinian government, in Gaza Monday April 10, 2006. European Union foreign ministers were set to endorse Monday a freeze on direct EU aid to the Hamas-led Palestinian government while maintaining funding for humanitarian projects. (AP Photo/Hatem Moussa) Associated Press

De Verenigde Staten lanceerden na de aanslagen van 11 september 2001 met Europese steun een groot offensief om het Midden-Oosten te democratiseren. Vrijheid en democratie waren in de ogen van de Amerikaanse president Bush het beste antigif tegen terroristische verleidingen. De tijd van de autocraten, tot dan door het Westen gekoesterd, was voorbij.

Ook de omverwerping van het regime van Saddam Hussein in 2003 werd onder deze paraplu gebracht, nadat het aanvankelijke motief - bedreiging van de wereldvrede via het bezit van massavernietigingswapens - was weggevallen. Irak werd een democratie en vanuit Bagdad zouden democratische hervormingen zich des te sneller over het Midden-Oosten verbreiden.

In plaats daarvan is het democratiseringsproject vandaag vastgelopen. De repressie neemt juist weer toe in verscheidene Arabische landen. Arabische leiders concluderen uit de westerse huiver voor fundamentalistische bewegingen dat ze weer hun gang kunnen gaan.

Voorzover de afgelopen jaren sprake was van democratisering, leverde die een opmars van fundamentalistisch-islamitische partijen op. Overal in het Midden-Oosten is de religiositeit gegroeid gedurende vele jaren van onderdrukking door seculiere autocraten. De seculiere oppositie is bovendien door de verschillende autocratische regimes allang de grond in gestampt; de moskee is de enige vrijplaats gebleven voor oppositie-activiteit. Islamitische groepen hebben veel aanhang gewonnen met sociaal hulpwerk dat de corrupte regimes lieten liggen. “De islam is de oplossing', was de winnende campagneleus van de moslimoppositie.

Enkele van die winnende partijen - Hezbollah in Libanon, Hamas bij de Palestijnen - bezitten gewapende vleugels en staan op internationale terreurlijsten. De Moslimbroederschap, in Egypte nu veruit de grootste oppositiepartij met 20 procent van de parlementszetels, heeft volgens de regering-Mubarak verholen islamitisch-totalitaire tendenzen - ook al houdt deze zelf vol voor democratie te hebben gekozen. De invoering van het islamitisch recht zou laag op de agenda staan. Maar in een groeiend islam-vijandige sfeer onder invloed van moslimterrorisme worden islamitische politieke bewegingen hoe dan ook met argwaan bezien in het Westen.

De Verenigde Staten en Europa zijn daarom teleurgesteld over het resultaat van hun eigen campagne. Elizabeth Cheney, die op het Amerikaanse ministerie van Buitenlandse Zaken de democratiseringscampagne in het Midden-Oosten coördineert, zei in november - midden in de Egyptische verkiezingen - dat het regime-Mubarak niet moest worden gedwongen om de Moslimbroeders de ruimte te geven, voordat seculiere liberale partijen voldoende omvang hadden. Maar de seculiere partijen zijn in die verkiezingen bijna tot nul teruggebracht. De Egyptische Moslimbroeders worden nu door het Westen genegeerd, onder verwijzing naar het feit dat deze organisatie officieel is verboden. (De aanhangers namen als onafhankelijke kandidaten aan de verkiezingen deel).

Ook de overwinning van Hamas was weliswaar democratisch tot stand gekomen, zo wordt toegegeven, maar de winnaar zelf wordt geboycot totdat Hamas de staat Israël erkent en het geweld afzweert.

De Amerikaanse regering kondigde aan wel zaken te doen met de Libanese regering, maar de Hezbollah-minister te zullen mijden. Nederland probeerde begin dit jaar nog Hezbollah-zender Al-Manar te weren wegens zijn “haatzaaiende' programma's. (Al gaf minister Donner vorige week toe dat de geblokkeerde zender nog wel via internet te zien is.)

Blijkens hun daden zijn veel autocratische regimes nu tot de conclusie gekomen dat ze straffeloos hun oude praktijken kunnen hervatten.

De Egyptische regering stelde in februari ondanks Amerikaans protest de plaatselijke verkiezingen twee jaar uit. Deze hadden dezer dagen moeten worden gehouden. Ze zouden de Moslimbroederschap zeker opnieuw winst opleveren. De seculiere oppositieleider Ayman Nour, een favoriet van de Amerikanen, werd tot vijf jaar gevangenisstraf veroordeeld. Tientallen Moslimbroeders zijn de laatste maanden opgepakt - niet in het holst van de nacht zoals voorheen, maar overdag in het volle zicht. President Mubarak zei vorige maand dat de Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken Condoleezza Rice, na naar de Egyptenaren te hebben geluisterd, “de waarheid had begrepen over de situatie in de Arabische wereld“.

De Syrische leider Bashar al-Assad zat vorig jaar nog in de klem van het Westen in verband met de moord op de Libanese premier Hariri. Hij werd door de Verenigde Staten gedwongen zijn bezettingstroepen terug te trekken uit Libanon en er werd openlijk gespeculeerd over verdere internationale druk die tot de val van zijn regime zou leiden. De leider van de Syrische Moslimbroederschap, Ali Bayanouni, zit in ballingschap in Londen te wachten tot hij het roer kan overnemen. Ook de Syriërs worden steeds vromer.

Maar voorlopig zit Assad nog in Damascus en de speculatie over een wisseling van het regime is verstomd. De nieuwe Libanese regering is er nog niet in geslaagd om Assads zetbaas in Beiroet, president Emile Lahoud, af te zetten. En in Syrië zelf is een nieuwe campagne aan de gang tegen oppositie-aanhangers. Amnesty International meldde vorige week een golf van arrestaties onder mensenrechtenactivisten en opposanten. Verder werden onder anderen drie studenten tot tien jaar gevangenisstraf veroordeeld wegens hun “fundamentalistische identiteit'.

In Jemen meldde de onafhankelijke Commissie ter Bescherming van Journalisten vorige maand “een gevaarlijke escalatie“ van de onderdrukking van de niet-regeringspers. In Bahrein is de regering volgens de oppositie bezig de hervormingen terug te draaien die in 2001 in gang werden gezet. Jordanië is volgens Human Rights Watch “teruggekeerd naar zijn oude gewoonte om zijn critici met repressieve wetgeving tot zwijgen te brengen“.

Misschien hebben de Arabische leiders de aanval van het Westen afgeslagen, uiteindelijk hebben ze minder kans tegen het binnenlandse offensief van de moslimfundamentalisten.

    • Carolien Roelants