Onopgemerkt overstekende olifanten

Hoe komt het toch dat juist jongeren soms zo van oude dingen houden, in auto's rijden die lang voor hun geboorte modern waren, kleren dragen waarin hun ouders dansten, filmen in zwart-wit? Misschien is een van de redenen het contrast dat ze ermee kunnen vormen: zo nieuw en schoon naast dat tweedehands. Een andere zou kunnen zijn dat ze zich ondanks al het gepraat over generatie zus en tijdgeest zo juist nog niet bij een tijd voelen horen. De toekomst ligt nog open, maar het verleden ook. Tweedehands is geen hulpeloze nostalgie maar een eigenwijze keuze.

Nicolas Bro en Bodil Jorgensen in ‘Dark Horse’

De IJslandse regisseur Dagur Kári (1973) koos ervoor zijn tweede speelfilm, Dark Horse, in zwart-wit te draaien, en dan ook nog eens in ouderwets zwart-wit, vluchtig en grofkorrelig. Hij wil daarmee verwijzen naar de nouvelle vague. Dark Horse is volgens de regisseur “een eerbetoon aan de jaren zestig, die onschuldige tijd waarin de filmtaal barstte van leven en nonchalance maar er toch een sterk gevoel voor stijl was“. Omdat de jaren zestig al zo lang geleden zijn, doet Kári's film onvermijdelijk nog meer denken aan het werk van regisseurs die al eerder zo'n huldeblijk brachten, vooral aan dat van Jim Jarmusch uit de jaren tachtig of dat van Kevin Smith uit de jaren negentig. Maar Kári heeft nog wel een verrassing in petto. Tegen het eind van de film krijgt het beeld heel even kleur, alsof hij ons er toch nog even op wil wijzen dat zíjn gestileerde wereld niet altijd beter is dan de echte. Wat er in beeld komt, zal ik niet verklappen, maar het moment is zowel glorieus als schattig.

Dark Horse laat een aantal scènes zien uit het onaangepaste leven van Daniel, die in een Fiat 500 door een nauwelijks herkenbaar Kopenhagen rijdt, min of meer de kost verdient met het spuiten van meisjesnamen op muren in opdracht van verliefde jongemannen, bevriend is met een dikkerd die bij een kliniek voor slaaponderzoek werkt en scheidsrechter wil worden, net als die vriend verliefd wordt op het meisje van de bakker dat wel eens een paddenstoeltje te veel neemt, en in een café niet merkt dat er twee olifanten over straat lopen, terwijl hij toch tegenover het raam zit. De scènes, meer een soort sketches, worden voorafgegaan door hoofdstuktitels als “Daniel vs. het systeem' of “Rode Kaart' en worden vaak gekenmerkt door scherpe grappen in de dialoog en dagdromerige zachtheid in het beeld. Ongemakkelijkheid wordt veroorzaakt door het feit dat de held even onaangepast is als in Kári's debuut Noi Albinoi, alleen is hij nu geen tiener meer maar een twintiger, en dan is er minder coulantie voor.

Dat blijkt ook uit de ontvangst van de film. Kári's debuut Noi Albinoi, dong in 2003 mee naar een Tiger Award op het Rotterdams filmfestival en werd in de bioscoop wereldwijd een kleine hit. Dark Horse ging op première op het festival van Cannes, in de sectie Un certain regard, maar slaat veel minder aan. Als Dark Horse het debuut van Irak Rugad was geweest, was het vast beter gegaan. Maar Kári is bezig een verleden te krijgen. Ook hij kan daaraan niet ontsnappen, zelfs niet in zwart-wit.

Dark Horse (Voksne mennesker. Regie: Dagur Kári. Met: Jacob Cedergen, Nicolas Bro, Tilly Scott Pedersen, Marten Surballe. In: Kriterion, Amsterdam; Filmhuis Den Haag; Lantaren/Venster, Rotterdam; Louis Hartlooper, Utrecht.

    • Bianca Stigter