Neerslachtige kinderen gaan vaker aan de XTC

Kinderen en pubers die zich regelmatig angstig of neerslachtig voelen, hebben een tweemaal zo grote kans later de partydrug ecstasy (XTC) te gaan gebruiken dan hun leeftijdgenoten zij die niet bang of somber zijn.

Dat hebben kinderpsychiaters van het Erasmus Medisch Centrum ontdekt die vanaf 1983 (een paar jaar voordat XTC in Nederland in de mode kwam) regelmatig een groep van destijds vier- tot zeventienjarigen onderzochten. In 1997 zochten zij de intussen (jong)volwassenen weer op en vroegen of ze vaker dan vijf keer XTC hadden gebruikt.

Het resultaat is afgelopen zaterdag gepubliceerd in de British Medical Journal. Het onderzoek is belangrijk voor de vraag of depressies het gevolg zijn van XTC-gebruik, of dat mensen die naar de XTC grijpen vóór die tijd al een aanleg tot depressie hebben. Het is een kwestie van 'de kip of het ei' die bij meer drugsgebruik speelt, zoals bij het verband tussen hasj-gebruik en schizofrenie.

Mensen die veel XTC hebben gebruikt, zijn vaker depressief dan mensen die de drug niet of nauwelijks gebruiken, zo bleek uit eerder onderzoek. Bij proefdieren is bovendien zenuwschade gevonden die depressies kan verklaren. XTC grijpt in op de serotonine-huishouding die een rol speelt bij depressies. Veel onderzoekers concluderen daarom dat XTC depressies veroorzaakt.

Volgens de Rotterdamse onderzoekers 'hoeven de twee mogelijkheden elkaar niet uit te sluiten'. Zij dragen onderzoeksgegevens aan die laten zien dat angstige en neerslachtige pubers de 'oppeppende' werking van XTC als zelfmedicatie gebruiken.

Andere problemen dan angst en depressie in de kindertijd leiden later niet tot meer XTC-gebruik. Zo speelden lichamelijke klachten, teruggetrokkenheid, sociale problemen, agressief gedrag, kleine criminaliteit en aandachtsproblemen geen rol.