Met minicomputer op de wielerbaan

Theo Bos start als een van de favorieten op het WK baanwielrennen in Bordeaux.

Bondscoach Peter Pieters moet na enkele magere jaren belangstellenden weigeren.

Teun Mulder, Theo Bos en Tim Veldt (vlnr) bij een wereldbekerwedstrijd vorige maand in Sydney. Foto AFP (L to R) Teun Mulder, Theo Bos and Tim Veldt of The Netherlands power their way to gold in the men's team sprint final at the UCI Track Cycling World Cup in Sydney, 05 March 2006. AFP PHOTO/Greg WOOD AFP

Het is nog maar een paar jaar geleden dat bondscoach Peter Pieters wegrenners moest smeken of ze het alsjeblieft een keer op de wielerbaan wilden proberen. Tegenwoordig moet hij belangstellenden tegenhouden, anders worden de trainingen verstoord van de groep die zich voorbereidt op de Olympische Spelen van 2008 in Peking. 'Sommigen denken dat ze zomaar even kunnen meerijden op de baan', zegt Pieters. 'Maar nee, dat kan niet. Dat kunnen we er niet bij hebben.'

Het lijkt wel of er goud ligt in Peking, verzucht Pieters, zo groot is de belangstelling voor het baanwielrennen geworden. Niet alleen onder wielrenners, maar ook onder bedrijven en wetenschappers. 'Iedereen stapt er in. We moeten wel meeliften', zegt hij.

Zo vindt Theo Bos, die morgen bij de wereldkampioenschappen in Bordeaux als één van de favorieten voor een sprinttitel van start gaat, zichzelf midden in de winter plotseling op zijn fiets in een ijskoude windtunnel, waarin gemeten wordt hoe ideaal zijn fietshouding eigenlijk is. Zoeft hij tijdens zijn training op de wielerbaan in Alkmaar langs sensoren en computers, is zijn fiets voorzien van een minicomputer die continu het vermogen berekent dat zijn benen leveren.

Bos is bovendien het middelpunt van een 'traject' van de Nederlands­Japanse fietsenmaker Koga Miyata dat moet leiden, vóór Peking 2008, tot de ontwikkeling van 'de beste baanfiets ter wereld'.

TNO Sport, TU Delft, het Nederlands Lucht- en Ruimtevaartlaboratorium, de Universiteit van Amsterdam en chemieconcern DSM zijn slechts een paar van de instanties die zich op dit moment met baanwielrennen bezighouden. Fietsframes, materialen, banden, kleding, trainingsprogramma's: alles wordt de komende tijd onder het vergrootglas gelegd.

Successen kunnen van sport in een oogwenk topsport maken, zo blijkt. Een jaar geleden, aan de vooravond van de WK in Los Angeles, klaagde Theo Bos nog dat hij pas twee weken voor de wereldkampioenschappen op zijn wedstrijdfiets mocht trainen, anders sleten de dure wedstrijdbanden te snel. De Koninklijke Nederlandse Wielren Unie (KNWU) had niet meer geld.

Na 'Los Angeles', waar de nationale baanrenners zich met een recordaantal van acht medailles in de wereldtop nestelden, is het tij gekeerd. Inmiddels worden vele tonnen beschikbaar gesteld voor een sport die een jaar of zes geleden nog precies nul journalisten trok op een open dag van de nationale ploeg. 'Succes is enigszins maakbaar, hebben we gemerkt', zegt Gudo Kramer van de KNWU.

Theo Bos en zijn ploegmaten doen er hun voordeel mee. In een windtunnel in de Noordoostpolder ontdekte Bos onlangs dat hij de luchtweerstand kan verminderen als hij zijn houding aanpast. Toch blijft bondscoach Pieters voorzichtig. 'Op den duur kun je op de duuronderdelen seconden winst pakken door dit soort onderzoek. Maar ik heb bewust nog niet te veel gedaan met de resultaten van de proeven in de windtunnel. Ik wil de jongens niet vlak voor de WK onzeker maken door allerlei veranderingen in te voeren.'

Theo Bos heeft daar weinig last van. De winnaar van de zilveren olymische medaille op de sprint in Athene beoordeelt zijn voorbereiding op de WK in Bordeaux als 'perfect'. Vorige week reed hij op de laatste training op de wielerbaan in Alkmaar een ronde in 10,13 seconden, de snelste trainingsronde uit zijn carrière. 'Ik heb me nog nooit zo serieus voorbereid', zegt de 22-jarige sprinter. 'In het verleden was er altijd wel een kink in de kabel: een dagje ziek, of een pijntje, maar dit keer liep alles perfect. Ik heb precies kunnen doen wat ik wilde: veel trainen, veel eten en nog meer slapen. Ik ken mijn lichaam steeds beter. Alles voelt in balans. Ik ben beter dan ooit.'

De baan in de Velodrome in Bordeaux staat bekend als heel snel. Bos wil daarom deze week als eerste de sprint op een laaglandbaan afleggen onder de tien seconden. Het wereldrecord op de 200 meter is 9,86 seconden, door de Canadees Curt Harnett gereden in 1995, maar dat was op de hooglandbaan van Bogotá.

'In Sydney reed ik vorige maand 10,06', weet Bos. 'In Bordeaux wil ik daaronder. Dat is één van mijn doelen. Records rijden vind ik belangrijker dan allemaal titels winnen. Ik ben wel niet de huidige wereldkampioen, maar als je dat bent, moet je een denkbeeldige tegenstander bedenken: de beste tijd ooit.'

Bos rijdt morgen de teamsprint, samen met zijn kompanen Teun Mulder en Tim Veldt, met wie hij vorig jaar in Los Angeles zilver veroverde op de WK. 'We rijden nu een jaar in dezelfde startopstelling. We zijn volwassener, de start is beter en onze topsnelheid is hoger.'