Kamer tegen “tussenlidmaatschap'

Een grote meerderheid in de Tweede Kamer heeft gisteren verhinderd dat minister Bot (Buitenlandse Zaken, CDA) op zijn ministerie ambtenaren nader onderzoek laat doen naar de mogelijke invoering van een “tussenlidmaatschap' van landen voor de Europese Unie.

Alleen het CDA steunt deze gedachte, die eerder ook in het Europese parlement was opgedoken in de vorm van een aangenomen resolutie. Bot had de Kamer deze week al per brief laten weten, niets te voelen voor de invoering van een “tussenlidmaatschap', dat door het CDA “partenariaat' wordt genoemd. Bot meent dat zo'n instelling landen die niet voor toetreding tot de EU binnen afzienbare termijn in aanmerking zou komen, zoals Wit-Rusland en de Oekraïne, valse hoop zou geven. En dat landen die ervan uitgaan dat zij op termijn kunnen toetreden, zoals die op de Westelijke Balkan, zouden kunnen denken dat zij straks met een kluitje in het riet worden gestuurd. Op het CDA na bleken alle partijen in de Tweede Kamer dit oordeel te steunen.

Na - volgens ingewijden - heftige discussies in de ministerraad afgelopen vrijdag had Bot echter wel toegegeven aan een verzoek van het CDA om de gedachte aan een tussenlidmaatschap nader te onderzoeken. Tijdens een overleg in de Kamer gisteren trokken met name de VVD'er Van Baalen en de PvdA'er Timmermans heftig van leer tegen zo'n onderzoek, dat zij als verspilling van overheidsgeld betitelden. De CDA'er Van Dijk bracht daar tegenin, dat de EP-resolutie vermoedelijk nader ter sprake zal komen in het Europees parlement en de Europese Raad, zodat het niet overdreven lijkt dat Nederland over dit onderwerp een nader standpunt bepaalt.

Bot zei vervolgens dat het voorgenomen onderzoek “gehoor geeft aan een verzoek van de grootste partij in het parlement, en mij ook een geheel gewone gang van zaken lijkt, tenzij Uw kamer mij nadrukkelijk anders zegt“. VVD en PvdA voerden daarop tijdens het debat de oppositie tegen het onderzoek aan, die - aldus betrokkenen - tot een motie zou hebben geleid wanneer Bot niet, hangende het overleg aan de wens van de meerderheid zou hebben toegegeven.

De minister stelde daarbij een compromis voor, waar de meerderheid zich in kon vinden: Nederland zal nu eerst nagaan, of er bij de regeringen van andere landen steun bestaat voor de gedachte aan een tussenlidmaatschap. Daarna zou de gedachte alsnog nader op het ministerie alsnog kunnen worden bestudeerd.

Het debat ging over de wenselijke toekomstige grenzen van de EU en was aangevraagd door ChristenUnie-fractieleider Rouvoet. Dat had hij overigens al in 2004 gedaan, maar de zaak had in de ogen van een Kamermeerderheid kennelijk nu pas actualiteit gekregen. CDA en VVD lieten weten geen enkele haast te hebben met een mogelijke toetreding van landen op de Westelijke balkan: Servië, Montenegro, Albanië, Macedonië en Bosnië-Herzegovina.