Italiaanse patstelling

De Italiaanse kiezers hebben al veel verdragen van il Cavaliere, premier Silvio Berlusconi. Of ze nu van hem af zijn, is nog niet helemaal zeker. Op verzoek van Berlusconi worden 40.000 stemmen opnieuw geteld. Maar ook met de waarschijnlijke stembusoverwinning van zijn tegenstander Il professore Prodi komt nog geen einde aan de politieke instabiliteit van het land. Er zijn nog heel wat stappen te zetten voordat een nieuwe regeringscoalitie van uiteenlopende politieke partijen op koers ligt. Volgens de voorlopige uitslagen won Prodi met zijn coalitie ternauwernood in de Senaat en haalde hij een minuscule overwinning in het Huis van Afgevaardigden. De gekozen volksvertegenwoordigers moeten het binnenkort eens worden over een nieuwe president. Het is de vraag of de huidige president zo vlak voor de afloop van zijn termijn in mei de nieuwe regeringsleider kan aanwijzen.

Italië is toe aan een wisseling van de wacht. Berlusconi is niet vies gebleken van belangenverstrengeling en heeft de onafhankelijkheid van de Italiaanse justitie en de pers ondergraven. Hij heeft de belangrijkste commerciële tv-stations en de staatsomroep in zijn politieke voordeel bestierd en veranderde de wet zodra er vervolging wegens corruptie tegen hem dreigde. Daarmee gaf hij het voorbeeld aan bondgenoten en andere zakenlieden die het niet zo nauw nemen met de wet. Er is alweer een nieuw corruptieonderzoek tegen hem ingesteld. Als gewoon volksvertegenwoordiger heeft hij minder macht om justitie te blokkeren dan als premier. Er stonden voor hem bij deze verkiezingen dus niet alleen publieke, maar ook private belangen op het spel.

Berlusconi verrichtte niet de economische wonderen die de Italiaanse kiezers van hem als machtig zakenman verwachtten. De Italiaanse economie sukkelt met dalende exporten van te dure producten, een zwaar overheidstekort, een log staatsapparaat, vergrijzing, steeds minder werkenden en slechte vooruitzichten voor jongeren. De sterke middenstand van kleine ondernemers verdedigt traditioneel het directe eigenbelang en blokkeert elke verandering. Italië is een land van staatverlaters, onder wie de demissionaire premier. Berlusconi kan wel op zijn conto schrijven dat hij de pensioengerechtigde leeftijd heeft verhoogd, pensioenfondsen heeft opgericht en het werkgevers gemakkelijker heeft gemaakt mensen voor korte tijd in dienst te nemen.

De geringe overwinningsmarge geeft de 66-jarige Prodi weinig macht om zijn reuzencoalitie van grote en kleine partijen in de hand te houden, ondanks een uitvoerig regeerakkoord. In 1998 bezweek niet voor niets na twee jaar de topzware “olijfcoalitie' van Prodi onder haar eigen gewicht.

De kiezers eisen daadkracht. Berlusconi heeft aan die wens voldaan, maar op de verkeerde manier. Prodi was in het verleden geen doortastend man, noch als premier noch als voorzitter van de Europese Commissie. Maar Italië kan niet voortgaan onder een irrelevante overheid. Voor herstel is ingrijpen van politieke leiders nodig. Een nieuwe coalitie heeft een herculestaak voor zich van noodzakelijke hervormingen. Wat echter dreigt is een langdurige patstelling, die niet alleen het land zelf zal destabiliseren, maar ook de euro en de Europese Unie, waarvan Italië de kwetsbare onderbuik is.