Iran is nu even ver als Nederland in 1969

Hoe moeilijk is het voor Iran om een atoombom te maken? Westerse landen maken zich zorgen, maar experts vragen zich sterk af of het land voldoende deskundigheid heeft om echt een kernwapen te produceren.

Heeft Iran de laatste technische hindernis op de weg naar de atoombom genomen? Is de Iraanse bom nu binnen handbereik? Amerikaanse autoriteiten lijkt er veel aan gelegen deze indruk te wekken. Maar binnen het Internationaal Atoomenergie Agentschap (IAEA) kan het - onaangename - bericht dat Iran uranium heeft verrijkt geen verbazing hebben gewekt. De essentie ervan is dat Iran een onderling gekoppelde groep van 164 gascentrifuges (een “cascade') gedurende korte of lange tijd in werking heeft gehad.

Het bestaan en het doel van deze ondergrondse cascade in Natanz is al jaren bekend. De bouw begon in 2001. De installatie was in 2003 gereed voor gebruik maar werd onder druk van het IAEA net voor het binnenlaten van uraniumfluoride-gas stilgelegd en verzegeld. Toen Iran drie maanden geleden de IAEA-verzegeling verbrak en in februari de uraniumverrijking officieel hervatte, was het wachten op het eerste resultaat.

Als het bericht klopt, staat Iran ongeveer op het niveau dat Nederland rond 1969 bereikte. Toen was hier, na veel problemen, een cascade van 70 gekoppelde centrifuges in werking gesteld. Het duurde maar kort: door een defect spatten ze alle 70 in één keer uit elkaar. Dat kan in Iran ook gebeuren: toen de cascade in 2003 onder dwang werd stilgelegd crashten tientallen centrifuges.

Opmerkelijk is dat het centrifuges naar Nederlands model zijn die in Natanz draaien: vroege zogeheten 4M-centrifuges, die volgens experts bestaan uit lange aluminium rotoren waarin drie flexibele tussenstukken zijn opgenomen. Het ontwerp ervan zou door de Pakistaanse metaalkundige dr. A. Q. Khan, of een handlanger, halverwege de jaren zeventig uit Nederland zijn meegenomen. Khan heeft de verouderde centrifugetechnologie verkocht aan Noord-Korea, Iran en Libië.

Nederlandse experts vragen zich af of Iran voldoende technische expertise heeft om de duizenden betrouwbare centrifuges te fabriceren die nodig zijn voor de productie van voldoende hoogverrijkt uranium binnen een redelijke termijn - gesteld dat het land inderdaad van plan zou zijn een kernwapen te bouwen. Wapenexpert David Albright van het instituut ISIS meldde twee weken geleden dat nog niet de helft van de centrifuges die Iran produceert bruikbaar is (www.isis-online.org). Er valt aan toe te voegen dat Iran ook nog problemen heeft met de productie van voldoende chemisch zuiver uraniumhexafluoride, de gasvormige verbinding die de grondstof is voor de gascentrifuges.

Het uranium dat in Teheran werd getoond, zou tot twee procent verrijkt zijn. Dat is een verrijkingsgraad die gangbaar is voor kerncentrales. Voor het gebruik in een atoombom moet uranium echter tot ten minste 80 of 90 procent worden verrijkt. Albright heeft uitgerekend dat Iran in het “gunstigste' geval (als bij de fabricage en het gebruik van centrifuges geen problemen meer optreden) in 2009 genoeg hoogverrijkt uranium voor één bom kan hebben. Aangenomen wordt dat het land dan ook in staat is hiervan een werkend wapen te maken. Het staat nagenoeg vast dat het Chinese blauwdrukken voor de bouw van een atoombom in bezit heeft.