Ik begreep wat hij begreep

Is De Avonden zijn meesterwerk? Of Werther Nieland? Gerard Reve is dood en onmiddellijk barstte in de media de discussie los wat de blijvende betekenis van de schrijver is voor onze vaderlandse letteren. Harry Mulisch wrong zich op de televisie in allerlei bochten om het werk van zijn overleden collega af te kraken. In deze krant vroeg Manon Uphoff zich af of je de waarde van Reve's schrijverschap moet wegen met de vraag of hij in 2056 wel of niet door scholieren gelezen zal worden.

Want wat bepaalt of een boek een klassieker is? Dat iemand door de jaren heen nog steeds wordt gelezen? Of gaat het ook om andere dingen dan de “eeuwigheidswaarde' van een boek?

Het lijkt een simpele vraag: wat is een klassieker? Maar zodra je iemand deze vraag stelt, krijg je meestal een vaag antwoord. Er wordt gemompeld: “Tja, nou, iedereen vindt Moby Dick toch een geweldig boek?“ Of: “Er is natuurlijk maar één Madame Bovary.“ Iedereen denkt wel te weten wat een klassieker is maar niemand weet het eigenlijk precies. De Italiaanse schrijver Italo Calvino trachtte ooit in zijn essaybundel The Uses of Literature in veertien punten te omschrijven wat het belang is van het lezen van een klassieker.

Het intrigerende aan die punten is dat Calvino eerder een soort gevoel omschrijft dan met strakke definities komt. Neem het laatste punt: “Een klassieker is iets dat blijft voortbestaan als een soort achtergrondgeluid, zelfs als onverenigbare tijdelijke kwesties de situatie beheersen.“ Betekent dit dat je gewoon blijft doorlezen in Oorlog en Vrede op het moment dat een vliegtuig een Twin Tower doorboort?

Calvino bedoelt waarschijnlijk dat de betekenis en inhoud van Tolstoj's meesterwerk niet verbleekt of verloren gaat doordat zoiets als 11 september plaats vindt. Een klassieker heeft dus een soort “eeuwigheidswaarde'.

Een ander aspect van een klassieker is volgens hem dat we “soms iets ontdekken wat we altijd al wisten, zonder te weten dat deze auteur degene is die dit voor het eerst zegt.“ Toen ik met zeventien jaar voor het eerst The Sun Also Rises van Ernest Hemingway las, wist ik absoluut niet dat hij de meester van het minimalisme was: alle woorden die hij weg kon laten, liet hij weg. Ik vond dat geweldig want ik begreep voor het eerst dat je met woorden iets kan tonen in plaats van zeggen. Dat Hemingway een pionier was op dit gebied (alhoewel hij zelf weer schatplichtig is aan het werk van Gertrude Stein) en dat zijn werk van grote invloed is geweest op andere (Amerikaanse) schrijvers, wist ik niet. Maar ik reageerde wel precies op de manier die Calvino in punt 11 beschrijft: “Jouw klassieke auteur is degene die jou niet onverschillig doet voelen, het is de degene die jou jezelf doet definiëren in relatie tot hem of haar en met wie je zelfs in discussie wilt treden.“

Ja, inderdaad, ik wilde niets liever dan Hemingway laten weten dat ik begreep wat hij begreep en zelfs meer. Maar toch is deze stelling nogal discutabel. Op grond hiervan zou je namelijk ook kunnen concluderen dat Mulisch' favoriete klassieke auteur uiteindelijk Reve moet zijn. Want waarom zou hij zich anders al jaren zo druk maken om de man? En er is nog een probleem. Eigenlijk zegt Calvino dat wat een boek tot een klassieker maakt, uiteindelijk een kwestie is van individuele smaak. En dat impliceert dat zaken als

“eeuwigheidswaarde' en “de rol van schrijver als pionier' er misschien niet zo toe doen.

Want ik sta bijvoorbeeld absoluut niet onverschillig tegenover het werk van Jay McInerney, Remco Campert of Haruki Murakami. Zij geven mij soms ook een inzicht waardoor ik denk: hier draait het om. Ook met hen wil ik graag in discussie treden. Maar zijn zij zo vreselijk authentiek en origineel? Nee. Zal men hen over vijftig jaar nog lezen? Niemand die het weet.

Daarom is een discussie over de vraag of De Avonden nu wel of geen klassieker is totaal zinloos. Toen Herman Melville nog leefde, was Moby Dick een mislukt boek.

woensdag@nrc.nl

    • Rosan Hollak