Iedereen wil tegenwoordig baanrenner worden

Bij het WK baanwielrennen in Bordeaux is Theo Bos een van de grote favorieten. Zijn successen droegen er toe bij dat in Nederland de magere jaren van het baanwielrennen voorbij zijn. “Ik ben beter dan ooit.“

Het is nog maar een paar jaar geleden dat bondscoach Peter Pieters wegwielrenners moest smeken of ze het alsjeblieft een keer op de baan wilden proberen. Tegenwoordig moet hij belangstellenden tegenhouden, anders worden de trainingen van de groep die zich voorbereidt op “Peking 2008' verstoord. “Sommigen denken dat ze zomaar even kunnen meerijden op de baan“, zegt Pieters. “Maar nee, dat kan niet. Dat kunnen we er niet bij hebben.“

Het lijkt wel of er goud ligt in Peking, verzucht Pieters, zo groot is de belangstelling voor het baanwielrennen geworden. Niet alleen onder wielrenners, maar ook onder bedrijven en wetenschappers. “Iedereen stapt er in. We moeten wel meeliften“, zegt hij.

Zo vindt Theo Bos, die vandaag bij de wereldkampioenschappen in Bordeaux start als een van de favorieten voor een sprinttitel, zichzelf midden in de winter plotseling op zijn fiets in een ijskoude windtunnel, waarin gemeten wordt hoe ideaal zijn fietshouding eigenlijk is. Zoeft hij tijdens zijn training op de wielerbaan in Alkmaar langs sensoren en computers, is zijn fiets voorzien van een minicomputer die continu het vermogen berekent dat zijn benen leveren. En is hij het middelpunt van een “traject' van fietsenmaker Koga Miyata dat moet leiden, vóór Peking 2008, tot de ontwikkeling van “de beste baanfiets ter wereld'.

TNO Sport, TU Delft, het Nederlands Lucht- en Ruimtevaartlaboratorium, de Universiteit van Amsterdam en DSM zijn maar een paar van de instanties die zich op dit moment met baanwielrennen bezighouden, een discipline die in Nederland decennialang marginale aandacht kreeg. Fietsframes, materialen, banden, kleding, trainingsprogramma's - alles wordt de komende tijd onder het vergrootglas gelegd.

Successen kunnen van sport in een oogwenk topsport maken, zo blijkt. Een jaar geleden, aan de vooravond van de WK in Los Angeles, klaagde Theo Bos nog dat hij pas twee weken voor de wereldkampioenschappen op zijn wedstrijdfiets mocht trainen, anders sleten de dure wedstrijdbanden te snel. De wielerbond KNWU had gewoon niet meer geld over voor het baanwielrennen.

Maar na “Los Angeles', waar de baanrenners zich met een recordaantal van acht medailles in de wereldtop nestelden, is het tij gekeerd. Inmiddels worden vele tonnen beschikbaar gesteld voor een sport die een jaar of zes geleden nog precies nul journalisten trok op een open dag van de nationale ploeg. “Succes is enigszins maakbaar, hebben we gemerkt“, zegt Gudo Kramer van de KNWU.

Theo Bos en zijn ploegmaten doen er hun voordeel mee. In een windtunnel in de Noordoostpolder ontdekte Bos pas onlangs dat hij de luchtweerstand kan verminderen als hij zijn houding aanpast - een manier om een hogere snelheid te bereiken, waar andere sporters al jaren lang van konden profiteren.

Toch blijft bondscoach Peter Pieters voorzichtig. “Op den duur kun je op de duuronderdelen seconden winst pakken door dit soort onderzoek. Maar ik heb bewust nog niet te veel gedaan met de resultaten van de proeven in de windtunnel. Ik wil de jongens niet vlak voor de WK onzeker maken door allerlei veranderingen in te voeren.“

Bos heeft daar weinig last van. De winnaar van de zilveren olymische medaille op de sprint bij de Olympische Spelen in Athene beoordeelt zijn voorbereiding op de WK in Bordeaux als “perfect“.

Vorige week reed hij op de laatste training op de wielerbaan in Alkmaar een ronde in 10,13 seconden, de snelste trainingsronde uit zijn carrière. “Ik heb me nog nooit zo serieus voorbereid“, zegt de 22-jarige sprinter. “In het verleden was er altijd wel een kink in de kabel een dagje ziek, of een pijntje, maar dit keer liep alles perfect. Ik heb precies kunnen doen wat ik wilde: veel trainen, veel eten en nog meer slapen. Ik ken mijn lichaam steeds beter. Alles voelt in balans. Ik ben beter dan ooit.“

Het Velodrome in Bordeaux, waar de Franse wielrenner Laurent Jalabert in 2002 bekendmaakte dat hij zou stoppen, staat bekend als zeer snel. Bos wil daarom deze week als eerste de sprint op een laaglandbaan afleggen onder de tien seconden. Het wereldrecord op de 200 meter is 9,86 seconden, door de Canadees Curt Harnett gereden in 1995, maar dat was op de hooglandbaan van Bogotá.

“In Sydney reed ik vorige maand 10,06“, zegt Bos. “In Bordeaux wil ik daaronder. Dat is één van mijn doelen. Records rijden vind ik belangrijker dan allemaal titels winnen. Ik ben wel niet de huidige wereldkampioen, maar als je dat bent, dan moet je een denkbeeldige tegenstander bedenken: de beste tijd ooit.“

Bos treedt vandaag aan voor de teamsprint, samen met zijn kompanen Teun Mulder en Tim Veldt, met wie hij vorig jaar in Los Angeles zilver veroverde bij de WK. “We rijden nu een jaar in dezelfde startopstelling. We zijn volwassener, de start is beter en onze topsnelheid is hoger.“

    • Rob Schoof