Hof verbiedt aandeel arts in apotheek

Het voorschrijven en leveren van geneesmiddelen hoort niet in één organisatie thuis. Die activiteiten moeten gescheiden blijven. Dat is de conclusie van het gerechtshof in Den Bosch.

Het hof concludeert dit in hoger beroep in een zaak tegen een samenwerkingsverband van huisartsen en apothekers in Boxmeer.

De negen huisartsen in Boxmeer moeten hun aandeel in een plaatselijke apotheek verkopen. Zij participeren per persoon voor gemiddeld 44.000 euro in de vennootschap en delen als mede-eigenaren in de winst.

Een andere - alleenwerkende - apotheker uit Boxmeer beschouwde dat als valse concurrentie. Het Hof heeft hem gisteren in het gelijk gesteld. Eerder kreeg hij ongelijk van de voorzieningenrechter in Breda omdat die geen strijdigheid zag met de wet.

De zaak speelde op tot in de Tweede Kamer. Veel fracties waren bang dat huisartsen er op deze manier financieel belang bij zouden krijgen om hun patiënten zo veel mogelijk medicijnen voor te schrijven. Dan zouden ook zij immers meer winst maken.

Albert Boeyinga, een woordvoerder van de samenwerkende huisartsen in Boxmeer, bestrijdt dat. Hij wijst op onderzoek waaruit blijkt dat huisartsen die niet alleen medicijnen voorschrijven, maar ook leveren juist 50 euro per patiënt besparen. “Dat zou landelijk een besparing van 800 miljoen euro kunnen opleveren.“

Volgens Kamerleden zouden artsen en investeerders staan te trappelen om nieuwe apotheken volgens het nieuwe samenwerkingsmodel op te zetten. Investeerder Sofa bv bevestigt dat. Sofa bedacht de constructie waarbij het een vennootschap opricht en daar zelf voor 10 procent in investeert. De participerende huisartsen bezitten 90 procent van de aandelen. De apotheker treedt in dienst van beheerder Sofa.

Minister Hoogervorst van Volksgezondheid zei vorige week dat die ontwikkeling hem niet bevalt. Hij kondigde aan het Besluit Uitoefening Artsenijbereidkunst aan te scherpen.