Griekse tragedie “Oresteia' als saaie kerkdienst

De katholieke kerk is de eeuwige schouwburg, zei wijlen Gerard Reve, en inderdaad hebben religie en theater veel met elkaar te maken. Vroeger waren ze zelfs één. De Griekse tragedie-trilogie Oresteia (458 voor Christus) van Aischylos draagt nog alle sporen van een eredienst. In de opvoering door het Nationale Toneel, in de Onze Lieve Vrouwe van Lourdeskerk te Scheveningen, wordt deze rituele kant nog extra benadrukt.

In één opzicht verschilt Oresteia in ieder geval van de christelijke eredienst: het verhaal is beter. Bij thuiskomst uit de oorlog in Troje wordt koning Agamemnon vermoord door zijn vrouw Klytemnestra, uit wraak. Jaren later komt zijn zoon Orestes thuis om zijn moeder te vermoorden, uit wraak. Als wraakgodinnen Orestes achtervolgen, wordt hij gered door godin Athene. De keten van wraak en wederwraak die de familie dreigt uit te moorden, wordt doorbroken. Oresteia bevat veel koren, die het verhaal vertellen en duiden. Het stuk bevat geen intieme dialogen of psychologie; het gaat om het verhaal en om de plechtstatige poëzie.

In de kerk is een vierkante arena van steigers gebouwd. De toeschouwers kijken op de spelers neer vanaf galerijen rond het speelvlak. Regisseur Johan Doesburg trekt zijn cast lange, wijde zwarte of witte broekrokken aan, waarin ze als hogepriesters van een nieuwe sekte ogen. Ze beuken op grote troms en bewegen in strakke formaties over het toneel. De hoofdpersonen schrijden rond in lange gewaden en praten alsof ze een menigte toespreken.

Een arena suggereert dat we naar een spannend gevecht gaan kijken, met echt bloed. Het verhaal is er gewelddadig genoeg voor. Maar als iets opvalt aan deze Oresteia is het wel de afwezigheid van seks, geweld, humor, ontroering, kortom levendigheid. Doesburg heeft alle slechte eigenschappen van een kerkdienst overgenomen: een tergend trage, saaie, bloedeloze herhaling van handelingen. Het gegalm van het koor gaat snel tegenstaan omdat de spelers Aischylos' poëzie niet goed beheersen, zelfs niet in de moderne vertaling van Janine Brogt.

De hoofdpersonen verwarren geschreeuw met ingeleefd spelen. Marie-Louise Stheins speelt Klytemnestra als een enge heks met wie niemand kan meeleven. Thomas de Bres als Orestes spreekt. Ieder. Woord. Afzonderlijk. Uit. En alles op dezelfde toon. Alleen Hans Hoes, die zowel een vermoeide Agamemnon als een swingende god Apollo speelt, geeft de voorstelling nog enig leven.

Deze Oresteia laat zien waarom de kerken leeglopen: niet omdat de mensen niet meer in God geloven, maar omdat ze elders een betere show kunnen krijgen.

Voorstelling: Oresteia van Aischylos, door het Nationale Toneel. Gezien 8/10 OLV Lourdeskerk, Scheveningen (bij het Circustheater). Aldaar t/m 27/5. Inl. 0900-3456789

    • Wilfred Takken