Er zijn meer bioscopen nodig

In het eerste kwartaal van 2006 gingen er weer minder Nederlanders naar de bioscoop. Meer bioscopen en minder aanbod zou de daling wellicht kunnen keren.

Nederland is geen land van filmtheaters. Met één filmdoek per 27.000 inwoners doet alleen Griekenland het slechter in Europa. De Nederlander bezoekt gemiddeld anderhalf keer per jaar een van de 140 bioscopen of 30 filmhuizen - Britten en Fransen gaan twee keer zo vaak. En dan is het bezoek in het eerste kwartaal van dit jaar verder teruggelopen, meldde Screen International vorige week. De terugval met 11,4 procent was veel forser dan elders, constateerde het filmvakblad: “Nederland is de loser van Europa.“

“Dat is overdreven“, zegt Wilco Wolfers, voorzitter van de Nederlandse Federatie van de Cinematografie: “We hadden de eerste drie maanden geen blockbusters, maar in mei krijgen we Mission Impossible III, Poseidon, Da Vinci Code.“ De bioscopen in andere Europese landen zijn gered door hun nationale films: “Nederland miste even de eigen familiefilms, de trekkers van afgelopen jaren. Na de zomer krijgen we Zwartboek en Wild Romance; die gaan goed lopen.“

Ook programmeur Leendert de Jong van het Filmhuis Den Haag is verbaasd: “Wij hebben een fantastisch kwartaal achter de rug, het beste uit ons bestaan.“ Films als Caché en Tsotsi zijn flinke hits.

Dit alles neemt niet weg dat het na het topjaar 2003 steeds stiller is geworden bij de filmvertoningen. De meest gehoorde verklaring is de hausse bij het downloaden van films. “Je ziet nu pas echt de doorbraak van breedband,“ zegt Jos de Haan, mede-opsteller van een vorig jaar verschenen SCP-rapport over cultuurconsumptie. Met Zuid-Korea telt Nederland nu wereldwijd de meeste snelle internetverbindingen, die nodig zijn om films op de computer binnen te kunnen halen.

Toch is dat niet het hele verhaal. Vooral jongeren halen films van internet, maar zij zijn ook de meest fanatieke filmbezoekers. De dertigplussers, die veel minder vaak naar de film gaan, downloaden niet zo veel. Wel kiezen jong en oud er steeds vaker voor om thuis een dvd te bekijken, meldde de brancheorganisatie Filmwereld deze week: “Lekker onderuitgezakt op de bank met de voeten op tafel.“ Superieure technologie is de huiskamer aan het veranderen in een thuisbioscoop.

De aantrekkingskracht die de bisocoop tot voor kort nog wel had wordt toegeschreven aan twee dingen. Allereerst hebben Nederlandse films als Minoes (2001) nieuw publiek in het filmtheater gekregen, dankzij de fiscale subsidie die bekend is als de film-cv-regeling. Ten tweede hebben veel nogal ranzige bioscopen plaats gemaakt voor moderne multiplex-theaters aan de rand van de stad, terwijl veel filmhuizen tegenwoordig gelikte arthouse-theaters zijn. Met megabioscopen bij de Amsterdam Arena en art-film-complexen als Louis Hartlooper in Utrecht hebben filmtheaters kunnen aanhaken bij de huidige beleveniseconomie van evenementen en “ervaringen'.

De belevenis op het scherm heeft echter geen gelijke tred gehouden met die in het theater. De Nederlandse film heeft nogal wat flops gebaard zoals recentelijk Het woelen der gehele wereld. Veel buitenlandse films die nauwelijks de moeite waard zijn worden toch kortstondig met veel kopieën de bioscopen in gepompt. “In de Nederlandse filmwereld heerste een soort paniek: laten we maar een nieuwe film uitbrengen, misschien dat die het wel goed doet“, zegt Henk Camping van het Utrechtse filmhuis 't Hoogt.

Distributeurs beschikken over gigantische catalogi, doordat zij hele pakketten moeten afnemen van producenten. Ook de mindere films bieden de distributeurs aan, al was het maar om reclame te maken voor de dvd die op stapel staat. “Het is als theaterexploitant heel moeilijk “nee' te zeggen tegen een nieuwe film, omdat je weet dat een film in de eerste week bijvoorbeeld 5.000 euro opbrengt en in de latere weken maar 2.000 euro“, zegt Camping.

Het overaanbod van films drukt in Nederland zwaarder dan elders, door het gebrek aan doeken. Artistieke films die tijd nodig hebben om aan te slaan, gaan vaak al na twee weken uit de roulatie. “Dus als de filmliefhebbers dan toch een oppas hebben geregeld, merken ze dat de gekozen film niet meer draait,“ zegt Camping. “Of dat de film niet goed is.“ En dat terwijl een kaartje de afgelopen zes jaar wel dertig procent duurder is geworden.

Distributeurs zouden minder films moeten aanbieden, zeggen velen in de filmwereld. Nee, vindt Wolfers van de NFC, maak het aantal doeken maar groter. Zijn recept: in elke provinciestad een filmhuis en in elke grote stad een multiplex. Inderdaad, zegt De Haan van het SCP, maar de filmzaal moet zich dan wel onderscheiden van de thuisbioscoop: “Het filmtheater moet een ontmoetingsplek worden.“