De radicalen en wij

Met een geheel eigen geluid heeft de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (WRR), een onafhankelijk adviesorgaan voor de regering, zich gemengd in de discussie over islam, democratie en mensenrechten. Met de vandaag verschenen publicatie Dynamiek in islamitisch activisme. Aanknopingspunten voor democratisering en mensenrechten gooit de raad een flinke steen in de vijver van het islamdebat.

De publicatie van de wetenschappers is een advies dat allereerst gericht is op Europees en buitenlands beleid. Samengevat stelt het lijvige rapport dat islamitisch activisme “wel degelijk aanknopingspunten biedt voor democratisering en mensenrechten“. De veronderstelling is onjuist dat dé islam zich niet zou verenigen met acceptatie van die twee basiswaarden. Onvoldoende kennis van de islam beheerst het politieke en publieke debat in Nederland, hetgeen een klimaat van “confrontatie en sjabloondenken“ heeft geschapen.

De conclusie luidt, ook weer kort samengevat, dat Nederland contacten moet leggen met islamitisch-politieke organisaties in de Arabische wereld, zoals de radicale Palestijnse Hamas, Hezbollah in Libanon en de Egyptische Moslimbroeders. Het Westen bezit immers, aldus de raad, geen monopolie op de uitleg van universele mensenrechten, noch op het gedrag dat daarmee in overeenstemming is. De schuld van de kloof tussen de islam en het Westen ligt voor een deel híer: “Bij de zelfkritiek waartoe westerse landen de moslimwereld regelmatig oproepen, misstaat niet dat zij ook de hand in eigen boezem steken.“

Dit is vloeken in de kerk. De politieke reacties liegen er dan ook niet om. Van VVD-politica Hirsi Ali tot minister Bot (CDA) van Buitenlandse Zaken: de WRR-publicatie wordt afgeserveerd als wereldvreemd en niet-strokend met het officiële regeringsstandpunt dat met Hamas niet wordt onderhandeld zolang deze organisatie Israël niet erkent en het geweld niet afzweert.

Die reacties zijn begrijpelijk, hoewel ook gemakkelijk. De verdienste van deze publicatie is haar diepgravendheid en verfrissende gebrek aan, inderdaad, sjabloondenken. Het CDA verweet de raad gisteren dat hij zich niet baseert op feiten en onjuiste, politieke uitspraken doet. Maar dat is niet waar. Dit is een onpolitiek rapport met conclusies die veel politici onwelgevallig zijn. Het is in die zin wereldvreemd dat het zich weinig aantrekt van heersende opvattingen.

De hoofdzaak ligt echter niet hier, maar in de Arabische wereld. De democratisering daar, gestimuleerd door de Amerikaanse president Bush, is vastgelopen terwijl de religiositeit onder de bevolkingen toenam. Op die tendens hebben de verkalkte regimes geen ander antwoord dan hun vertrouwde repressieve reflex. Het een - onderdrukking door seculiere autocraten - voedt het ander - radicalisering en islamisering. Dat is een vraagstuk dat de Arabische wereld zélf moet oplossen. Nederland, intussen, moet zich ervoor hoeden een “dialoog' te beginnen met terroristen of fundamentalisten die slechts één gelijk kennen: het hunne. De regering dient zich echter wel voor te bereiden op het moment dat meer moslimradicalen in het Midden-Oosten en elders aan de macht komen. Dat kan ze doen door dit WRR-rapport goed te lezen.