De Kamer loopt leeg - is dat erg of gezond?: Het ambt van Kamerlid is een roeping

Wie het als Kamerlid voor gezien wil houden, moet uit respect voor de kiezers wachten tot de volgende verkiezingen, meent Bas van der Vlies.

Je bent volksvertegenwoordiger of niet. Dat is in de kern de kwestie waar het om gaat. Neem je de kiezers serieus die hun vertrouwen in jou en je partij hebben gesteld, of ga je als puntje bij paaltje komt gewoon je eigen gang. Dat is de vraag, en het antwoord daarop bepaalt mede het aanzien van “de politiek' en het vertrouwen van de burgers in de overheid.

Zelf mag ik al 9.072 dagen de kiezers vertegenwoordigen die op de dag dat zij mochten gaan kiezen die verantwoordelijkheid waarmaakten door naar de stembus te gaan en hun vertrouwen aan de SGP-kandidaten te schenken.

Dat vertrouwen is niet niks, en al helemaal niet in een tijd waarin het vertrouwen van de Nederlanders in “de overheid' slinkt en de kloof tussen burger en bestuur groter wordt.

Ik heb het dan ook altijd als een groot voorrecht en een eer beschouwd om mijn werk als vertegenwoordiger van “mijn kiezers' te mogen doen. Dat wil zeggen: als controleur van de regering de bewindslieden kritisch te volgen en als medewetgever met de bewindslieden vorm te geven aan de Nederlandse samenleving.

Voor mij is het Kamerlidmaatschap niet zomaar een baantje als zo vele andere, maar een ambt, met als werkterrein de publieke zaak, de res publica. Die te mogen dienen - dat is warempel niet niks. Dan gaat het over het bestuur en belang van Nederland en de Nederlanders.

Nogmaals, dat ervaar ik als een roeping. Deze instelling vloeit voort uit mijn diepe en vaste overtuiging dat de dienst aan de publieke zaak niet is los te zien van de dienst aan God. Niet voor niets was het motto waarmee de SGP de laatste keren de kiezers tegemoet trad: “Tot Uw Dienst.' Dat wil zeggen: dienst aan God en dienst aan de inwoners van ons land.

Daarbij komt dat een aanvaard mandaat van de kiezers niet buiten die kiezers om mag wordenteruggegeven. Dus vind ik ook dat wie het als Kamerlid voor gezien wil houden - en daar kunnen respectabele redenen voor zijn - in principe moet wachten tot de volgende verkiezingen. Zoals gezegd: neem je je kiezers serieus of doe je dat niet?

Vanuit die houding kostte het mij dan ook buitengewoon weinig moeite om de verleiding die enkele keren op mij afkwam te weerstaan om over te stappen naar “iets anders'. Voor mij is dat een kwestie van plichtsbesef en roeping.

Niet meer en niet minder.

B.J. van der Vlies is sinds 1981 TweedeKamerlid en sinds 1986 fractievoorzitter van de SGP.