'Critici van islam zijn ongeloofwaardig'

Moslimdeskundigen prijzen de WRR voor zijn rapport over de islam. “Kampioenen van de vrije meningsuiting worden ontmaskerd.“

Harde kritiek op de islam door politici in Den Haag en door conservatieve publicisten en wetenschappers is de afgelopen jaren met applaus ontvangen in grote delen van Nederland. De Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (WRR) heeft met het gisteren verschenen advies Dynamiek in islamitisch activisme, aanknopingspunten voor democratie en mensenrechten aangetoond dat dit tijdperk voorbij is. Kritiek op de uitwassen van de islam zijn geoorloofd, maar een hele godsdienst als hét probleem van de bijna een miljoen moslims in Nederland bestempelen gaat steeds meer mensen te ver.

Dat zeggen Haci Kararcaer, directeur van de Turkse moskeeverniging Milli Görüs, en hoogleraar islamologie Sjoerd van Koningsveld van de Universiteit van Leiden. Ze hebben zich de afgelopen jaren geërgerd aan wat ze omschrijven als de “populistische en demagogische houding“ van politici als de Kamerleden Hirsi Ali (VVD) en Wilders, en in mindere mate van Verhagen, de fractieleider van het CDA.

“We zien nu dat de brengers van die extreme opvattingen de laatste tijd in discrediet raken“, aldus Van Koningsveld. Daarom wordt er volgens hem in Den Haag ook zo heftig op het WRR-rapport gereageerd. De onderzoekers trekken de integriteit van de critici in twijfel. Volgens hen getuigt het debat in Nederland van onvoldoende kennis van de islam en van de vele islamitisch-politieke denkstromingen en bewegingen. En ze houden deze critici medeverantwoordelijk voor het klimaat van confrontatie en wantrouwen dat de afgelopen jaren in Nederland is ontstaan tussen moslims en niet-moslims.

Volgens Van Koningsveld en Karacaer is tot nu toe de boodschap geweest dat de islam niet deugt. En dat die islam niet valt te combineren met de kernwaarden van de democratie. Maar de WRR betwist dat. De raad zegt dat de felste critici van de islam zelf niet deugen. Hun kritiek wordt als ongefundeerd afgedaan en zijzelf worden als ongeloofwaardig weggezet. “Dat komt hard aan, zeker als het uit de hoek van de wetenschap komt“, aldus Van Koningsveld.

Dat is de reden, aldus Karacaer, waarom de WRR met het islam-rapport een open zenuw in Den Haag heeft geraakt. “Die zenuw is niet zozeer de islam“, aldus Karacaer, “maar het besef dat je in Nederland als politicus niet langer geloofwaardig wordt gevonden als je extreme uitspraken bezigt.“ Karacaer vindt dat mensen als Hirsi Ali en Wilders zich de afgelopen jaren hebben opgesteld “kampioenen van de meningsvrijheid“. Maar zodra er kritiek op hun standpunten was, klaagden ze de boodschapper aan, benadrukt de directeur van Milli Görüs.

Van Koningsveld zegt dat het idee dat het onjuist is om te stellen dat islam en democratie onverenigbaar zijn, al langere tijd wordt geuit door een groeiende tegenbeweging in Nederland. Bijvoorbeeld eerder deze maand door acht oud-politici van zeven verschillende politieke partijen in het manifest Eén land, één samenleving. Ook zij vinden, aldus Van Koningsveld dat “een belangrijk deel van de moslims in Nederland het heel behoorlijk doet“. En net al de WRR pleiten ook zij voor een “cultuuromslag“ in het denken over het democratische potentieel van moslim-activisme, aldus de Leidse hoogleraar islamologie. Na 11 september 2001 is het accent volgens het WRR-advies te sterk op de terroristische uitwassen van de islam gericht is geweest, waardoor er een klimaat van confrontatie en wantrouwen is ontstaan tussen moslims en niet-moslims.

Dat is de reden, aldus het WRR, dat ook in Nederland de “angst voor moslims heeft postgevat en moslims op hun beurt ervaren dat ze vanwege hun religie onwelkome vreemdelingen zijn“. Van Koningsveld: “Het is de druppel die de steen uitholt. Het WRR-rapport is ook zo'n druppel.“

    • Froukje Santing