Afvalrace voor de poort

Masteropleidingen stellen steeds vaker eisen aan de toelating van studenten.

Ze moeten onder meer een motivatiebrief schrijven en goede studieresultaten halen.

Simone Eysink deed de master European and International Human Rights Law en werkt nu bij Clingendael. Simone Eysma, Instituut Clingendael, 11 april 2006, Den Haag Haaff, Maarten van

Simone Eysink (28) studeerde internationaal recht. 'Ik wilde na mijn studie niet meteen aan het werk, maar me eerst verder specialiseren.' Ze meldde zich aan voor een master European and International Human Rights Law aan de Universiteit Utrecht. Voor die opleiding moest Eysink een zware selectieprocedure doorlopen en een paar duizend euro betalen. Ze was de enige Nederlandse in een groep van dertig studenten. 'Als er een vacature is en je voldoet, sta je na zo'n master vooraan in de rij', aldus Eysink.

Het afgelopen jaar laaide de discussie op over opleidingen die hun studenten aan de poort selecteren. Staatssecretaris Rutte van Onderwijs staat sinds dit collegejaar een aantal bacheloropleidingen toe te experimenten met voorselectie. Masteropleidingen zijn drie jaar geleden al, zonder veel rumoer, begonnen met selectie aan de poort.

Naast gewone 'doorstroommasters' die voor alle studenten toegankelijk zijn, bestaan er steeds meer masters die slechts een klein groepje studenten toelaten. Voor deze opleidingen moeten studenten een motivatiebrief schrijven, goede studieresultaten hebben behaald, aanbevelingsbrieven kunnen overleggen, een uitgebreid cv tonen en soms zelfs een toelatingsexamen afleggen. Ook moeten de studenten hun kwaliteiten in een sollicitatiegesprek toelichten. Het afgelopen halfjaar studeerde de eerste lichting 'geselecteerde' masterstudenten af.

Selectie aan de poort gebeurt voornamelijk bij de zogeheten onderzoeksmasters, die opleiden voor een loopbaan in de wetenschap, maar er zijn ook masters die selecteren voor specifieke vakgebieden. In totaal zijn er 505 verschillende masteropleidingen in Nederland. Daarvan zijn er 108 al onderzoeksmaster met selectie. Een woordvoerder van de VSNU, waarin de Nederlandse universiteiten verenigd zijn, zegt te verwachten daarmee 'aan het plafond te zitten'.

Om te kunnen concurreren binnen de internationale wetenschap is selectie onontkoombaar, aldus de woordvoerder. 'Met selectie krijg je de juiste mensen op de juiste plek. Deze tijd heeft dat nodig.' Universiteiten hopen met selectie aan de poort topstudenten op hun masters te krijgen. Omdat de markt voor onderzoekers beperkt is, wordt maar een kleine groep, die op basis van behaalde resultaten een grotere kans maakt later een onderzoeksbaan te krijgen, op de masters aangenomen.

Volgens onderwijsdeskundige Uulkje de Jong van het Kohnstamm instituut mag je na een bacheloropleiding 'best iets vragen' van je studenten. 'Na drie jaar moeten studenten onderdehand wel weten wat ze willen. Als ze een onderzoeksmaster willen doen, moeten ze tijdens hun bachelor die richting op gaan.' De begeleiding voor de studenten - doorgaans tien tot twintig per masteropleiding - is een stuk intensiever dan op de brede doorstroommasters.

Laura Menenti (24) is pas afgestudeerd in Cognitive Neuroscience aan de Radboud Universiteit Nijmegen. 'Bij mij in het jaar zaten maar negen mensen. De selectie leverde een goed gemotiveerd groepje op.' Op de opleiding zaten psychologen, biologen, linguïsten en biomedische wetenschappers. Het was bijzonder om met mensen uit zulke verschillende hoeken samen te studeren, vindt Menenti. Ze werd vooral aangenomen op haar goede aanbevelingsbrieven. 'Hoge cijfers hoef je niet per se te hebben, maar het helpt wel.'

Volgens de Lsvb creëren universiteiten door de selectie een schijnzekerheid, omdat het niet zeker is dat gemotiveerde studenten het ook beter zullen doen. De studentenvakbond zegt veel klachten te krijgen over willekeur bij de selectieprocedures. De Jong gaat deels mee in hun bezwaren. 'Opleidingen hebben de neiging voor god te gaan spelen.' Ze waarschuwt tegen 'een keiharde slachting' aan de poort. 'Er worden gemakkelijk fouten gemaakt in zo'n selectieprocedure.'

Ook is het de vraag of motivatie wel te testen is een gesprek, zoals tijdens de voorselectie gebeurt. Volgens de VSNU is het zelfs officieel verboden om motivatie als criterium te gebruiken in de selectie voor een niet-aansluitende master, omdat die niet te meten is. Maar in de praktijk - zo erkent de VSNU - geeft motivatie wel degelijk vaak de doorslag.

Jonathan Mijs, voorzitter van de Lsvb: 'Sommige mensen kunnen gewoon goed praten, dat hoeft nog niks te zeggen over hun kwaliteit.'

De studentenvakbond stelt voor om studenten die aan een master willen beginnen wel toe te laten en na een half jaar te bekijken of ze geschikt zijn. Halen ze slechte cijfers, dan vallen ze alsnog af, aldus Mijs. 'Dat is pas selectie.'