Wereldhandel op zoek naar impuls

De wereldhandel groeide vorig jaar met 6 procent. In de komende jaren kan een impuls worden verwacht van een nieuw akkoord over de handel. De gesprekken hierover naderen het eind.

Terwijl de onderhandelingen over hervorming van de wereldhandel zich naar een snel naderend eind slepen, publiceerde de Wereldhandelsorganisatie (WTO) vandaag haar jaarlijkse rapport over de mondiale in- en uitvoer.

Vorig jaar nam de handel in goederen toe met 6 procent. Voor dit jaar verwachten economen van de WTO een groei van 7 procent. Een akkoord over verdere liberalisering van de handel zou in de jaren na 2006 een aanzienlijke impuls voor de wereldhandel betekenen.

Opvallend over vorig jaar is dat in- en uitvoer van en naar Afrika, het Midden-Oosten, Midden- en Zuid-Amerika en de voormalige Sovjet-landen sterk zijn gestegen. Verrassend is het niet, omdat dit vooral wordt veroorzaakt door de handel in grondstoffen - met name olie - en de forse prijsstijging ervan. Afrika en het Midden-Oosten hebben dankzij olie in twee decennia niet zo'n hoog aandeel gehad in de wereldhandel.

Somberder zijn de WTO-economen over de “trage“ prestaties van Europa op handelsgebied, geheel in lijn met andere economische indicatoren. De groei van in- en uitvoer van goederen zowel als diensten was er minder dan in alle andere regio's van de wereld. In de Verenigde Staten bleef de groei van de handel iets onder het mondiale gemiddelde.

Volgens directeur-generaal Pascal Lamy van de WTO bevindt het wereldhandelssysteem zich in een overgangssituatie. “In zo'n situatie moeten de lidstaten (van de WTO) het systeem versterken door het rechtvaardiger en relevanter te maken. (...) De beste manier om dit te doen, is dit jaar een ambitieus handelsakkoord te sluiten.“

Zo'n akkoord zou volgens eind vorig jaar in Hongkong gemaakte afspraken uiterlijk 30 april op hoofdlijnen moeten worden gesloten. Maar met ruim twee weken te gaan, lijkt die doelstelling volgens veel waarnemers te ambitieus.

De EU vormt met de Verenigde Staten, India, Brazilië en Australië de voorhoede van de 149 WTO-lidstaten bij de onderhandelingen in deze zogenoemde Doha-ronde van handelsliberalisering. Een van de belangrijkste thema's is de handel in agrarische producten. Volgens de WTO bereikte die vorig jaar een historisch dieptepunt met minder dan 9 procent van de totale handel. De WTO-economen wijten dit vooral aan de stagnerende prijzen voor voedsel en agrarische producten. Een akkoord in de Doha-ronde over agrarische producten zou stimulerend werken op de handel.

Daartoe zijn aller ogen gericht op de Europese Unie, die meer concessies zou moeten doen. Op zijn beurt uitte Europees Commissaris Peter Mandelson, hoofdonderhandelaar van de EU, gisteren kritiek op zijn gesprekspartners. Zij “eisen te veel en bieden te weinig“, zei Mandelson na afloop van een bijeenkomst waarop hij EU-ministers van Handel bijpraatte over de situatie in de Doha-ronde.

Mandelson zei gisteren dat “de EU bereid is meer te betalen dan anderen“. Maar “dan moeten we er wel iets voor terugkrijgen“, aldus de eurocommissaris. Voor de EU is vooral toegang tot de markten voor diensten en industriële goederen in India en Brazilië van groot belang.

    • Reinoud Roscam Abbing