Weduwe Lucebert draagt werken over

In het Bergense atelier van de in 1994 gestorven kunstenaar Lucebert is alles nog intact. Zijn weduwe droeg er gisteren een groot aantal werken van zijn hand over aan het rijk. “Mijn man wilde dat de collectie zichtbaar zou blijven.“

Weduwe van Lucebert Tony Swaanswijk-Koek (l.) en staatssecretaris Medy van der Laan maandag in het Bergense atelier van de kunstenaar Foto’s NRC Handelsblad, Maurice Boyer De weduwe van dichter en beeldend kunstenaar Lucebert (1924-1994) A.W. Swaanswijk-Koek heeft een grote collectie beeldende kunst van zijn hand geschonken aan het Rijk hier samen met Medy van der Laan Foto NRC H'Blad, Maurice Boyer 060410 Boyer, Maurice

Staatssecretaris Medy van der Laan (D66, Cultuur) staat op de plek waar Lucebert (1924-1994) tientallen jaren lang achter zijn schildersezel heeft gewerkt. Een dikke laag verfspetters bedekt de houten vloer. Achter haar hangt het prikbord er nog precies zo bij als de kunstenaar het heeft achtergelaten toen hij twaalf jaar geleden stierf, met ansichtkaarten, een kindertekening en een oude kalender. “Hier is de ruimte van het volledige leven tot uitdrukking gebracht“, zegt Van der Laan, een dichtregel van Lucebert citerend. “Hier, in het prachtige licht van dit atelier, ontstonden zijn tekeningen en schilderijen.“

Tweehonderd van die schilderijen en ruim tweeduizend werken op papier zijn nu door Tony Swaanswijk-Koek, de weduwe van Lucebert, geschonken aan het rijk. De overdracht maandagmiddag in het Bergense atelier van de kunstenaar, in aanwezigheid van vrienden en familie, is vooral van symbolische betekenis. De kunstwerken bevinden zich al in het depot van het Instituut Collectie Nederland (ICN) in Rijswijk, waar ze de komende maanden geregistreerd zullen worden. Daarna wordt de collectie in bruikleen gegeven aan Nederlandse musea, maar ook aan “niet-museale instellingen in binnen- en buitenland“, aldus Van der Laan.

De collectie geeft een vrijwel compleet beeld van het oeuvre van Lucebert (pseudoniem van Lubertus J. Swaanswijk), de kunstenaar die korte tijd bij de Cobra-beweging betrokken was en met zijn experimentele gedichten naam maakte als “Keizer der Vijftigers'. Het onderhouden van al die kunstwerken was “een reusachtige klus“, aldus de weduwe Swaanswijk-Koek, tevens voorzitter van de Lucebert Stichting. “Ik denk dat dit een goede bestemming is. Mijn man wilde dat de collectie zichtbaar zou blijven.“

Dat Swaanswijk-Koek voor haar schenking geëerd zou worden met de Museummedaille, een koninklijke onderscheiding die maar zelden wordt uitgereikt, was voor haar een grote verrassing. De zilveren penning is haar zojuist door de staatssecretaris opgespeld en glimt op haar jasje. “Het is een te grote eer“, zegt ze bescheiden. “Als ik ervoor gevraagd was, had ik geweigerd.“

Swaanswijk-Koek woont nog altijd in het huis naast Luceberts atelier. Ze wil de werkplek van haar man precies zo laten als hij is, met de kwasten netjes opgeborgen in jampotjes en het pak Vim onaangeraakt op de plank. Van iedere verfstreep op de muur, soms speels om de vlekken van een lekkage gezet zodat een woest monster is ontstaan, weet de weduwe het ontstaan nog. “We zijn veertig jaar dag en nacht samen geweest“, zegt ze. “Vroeger zat hier de Kunstzaal van Boendermaker, een verzamelaar van de Bergense School. Later hebben we het pand kunnen kopen, en nu is het een monument.“

Cobra-biograaf Willemijn Stokvis herinnert zich nog de feesten die in dit grote, lichte atelier gehouden werden. “Lucebert werd als de grote revolutionair gezien, daar wilde iedereen bij zijn. In het begin had hij nog geen geld voor meubels, alleen die oude platenspeler stond in de hoek. Hij schilderde ook nog niet in olieverf, dat was te duur.“

Een halve eeuw later staan museumdirecteuren wijn te drinken tussen de houten rekken, waar nog altijd tientallen schilderijen in staan (“Die hou ik zelf“, aldus de weduwe). Volgens het ICN hebben al diverse musea belangstelling getoond voor delen van de Lucebert-collectie.

Ook Martin Bosch van de gemeente Alkmaar heeft interesse. Hij wil in Alkmaar een “centrum voor woord, beeld en geluid' opzetten, dat geheel gewijd is aan de Bergense kunstenaar. Voor Alkmaar zou het mooi zijn als een paar van de werken uit het legaat straks terugkeren naar de streek waar ze ooit gemaakt zijn.

    • Sandra Smallenburg