Venezuela houdt Amerika in wurggreep met olie

Hoge olieprijzen wapenen de president van Venezuela, Hugo Chávez, in zijn strijd tegen buitenlandse bedrijven en Amerika.

De Venezolaanse president Hugo Chávez praat eind maart in Caracas met vertegenwoordigers van westerse oliemultinationals. Rechts van hem met grijs haar zijn olieminister Rafael Ramírez, tevens topman van de de staatsoliemaatschappij PdVSA. Op het portret de Zuid-Amerikaanse generaal Simón Bolivár. Foto AFP Venezuelan President Hugo Chavez (L) talks with members of multinational oil companies and Rafael Ramirez (R), his Energy and Mines Minister and president of the country's oil company PDVSA, 31 March 2006 in Caracas. Chavez described the day as historic, after confirming a model of mixed companies for the prospecting for new oil deposits in Venezuela, in which, in a bid to "recover the sovereignty" of such natural resource, PDVSA will count with at least 60 percent of the shares. But Chavez assured foreign businessmen that "Here, no one will loose". AFP PHOTO/Andrew ALVAREZ AFP

De Venezolaanse olieminister Rafael Ramírez dook anderhalve week geleden plotseling op bij twee olievelden, in handen van het Franse Total en het Italiaanse ENI, om ze terug te vorderen in naam van de regering en Hugo Chávez, de onstuimige linkse president van het land. Terwijl hij een Venezolaanse vlag boven de velden hees, zei Ramírez dat de stap de terugkeer naar staatscontrole symboliseerde, na een decennium waarin privé-ondernemingen het rijk voor zich alleen hadden.

Het dramatische gebaar vormde het bewijs - als dat nog nodig was - dat Chávez niet van halve maatregelen houdt als het om zakendoen gaat in het olierijke Venezuela. Hoewel weinig mensen verwachten dat de voormalige paratroeper zal overgaan tot radicale stappen, zoals een rechtstreekse nationalisatie van de olie-industrie of het stopzetten van de leveranties aan de Verenigde Staten, zal hij naar alle waarschijnlijkheid wel zijn huidige strijd met de buitenlandse oliemaatschappijen voortzetten zolang de prijzen hoog blijven.

Dat zorgt ervoor dat de oliemaatschappijen in onzekerheid blijven verkeren over zijn volgende stap en dat de onrust op de internationale oliemarkten voortduurt. Door de olieprijzen hoog te houden kan Chávez in zijn houding volharden.

“Hij heeft de touwtjes strak in handen en weet waar hij extra geld vandaan moet halen als hij dat nodig heeft“, zegt Michelle Billig, directeur politieke risico's bij de Pira Energy Group in New York.

De afgelopen jaren is Chávez het voornaamste voorbeeld geworden van de manier waarop de hoge olieprijzen in bepaalde delen van de wereld hebben geleid tot een wederopleving van het olie-nationalisme. Hij heeft meer geld uit de oliemaatschappijen gewrongen door de belastingen en de royalties te verhogen, de invloed van de Organisatie van Olie-Exporterende Landen (OPEC) vergroot door hogere prijzen te bepleiten, en Washington gedreigd de olietoevoer af te sluiten.

Toch kan Chávez, ondanks zijn oorlogszuchtige opstelling jegens de VS en zijn scheldkannonades tegen president Bush, weinig anders doen dan zich verlaten op 's werelds grootste - en dichtstbijzijnde - energiemarkt. Venezuela's staatsoliemaatschappij is eigenaar van Citgo Petroleum, een groot bedrijf in Houston dat beschikt over raffinaderijen die in staat zijn de zware Venezolaanse ruwe olie te verwerken, en over een netwerk van duizenden onafhankelijke benzinestations.

Topdiplomaten uit Venezuela en de VS kwamen twee weken geleden in Washington bijeen teneinde de retoriek aan beide zijden te matigen en te werken aan zaken als het stopzetten van de stroom illegale drugs vanuit Zuid-Amerika naar de VS.

Maar de hardhandige tactiek van Chávez heeft het alarm in Washington aangezet, in een tijd van hoge olieprijzen en krap aanbod, zeker nu Iran Washington eveneens dreigt met een vermindering van de olieleveranties en de Iraakse olieproductie beneden peil blijft. [Vervolg CHAVEZ: pagina 16]

CHAVEZ

Zelfs Exxon speelt het spel voorzichtig

[Vervolg van pagina 15] Hoewel de onberekenbare politieke ontwikkelingen in het Midden-Oosten de zorgen over de olietoevoer tientallen jaren lang hebben gedomineerd, zijn de VS voor de helft van hun olie-import afhankelijk van het eigen halfrond. Venezuela verzorgt in zijn eentje ongeveer 14 procent van de Amerikaanse invoer van ruwe olie.

De invloed van de Venezolaanse leider doet zich gelden in de hele Andes-regio. In Bolivia heeft de nieuwgekozen president Evo Morales, een nauwe bondgenoot van Chávez, gezegd dat hij op 12 juli een wet wil invoeren ter nationalisatie van de aardgasindustrie in zijn land, dat na Venezuela de grootste voorraden bezit van Latijns-Amerika. Hoewel hij vaag is gebleven over wat die wet precies zal inhouden, hebben de Bolivianen al voor een harde opstelling gekozen. Vorig jaar nam het Boliviaanse Congres een wet aan die de belastingen en royalties op de gaswinning verhoogde en de staat de enige eigenaar noemde van de koolwaterstofvoorraden.

In Peru heeft Ollanta Humala, een bondgenoot van Chávez en de vermoedelijke winnaar van de eerste ronde van de presidentsverkiezingen van 9 april, beloofd te gaan heronderhandelen over de olie- en gascontracten, een profijtbelasting in te voeren op mijnbouwwinsten en te verzekeren dat de staat een aanzienlijk belang krijgt in privé-ondernemingen die actief zijn op “strategische terreinen' als energiewinning, mijnbouw en havens.

Venezuela is ook van cruciaal belang voor de toekomstige mondiale olieproductie. Terwijl de wereld door haar voorraad makkelijk te winnen olie heenraakt, beroemt Venezuela zich op het bezit van mogelijk veelbelovende reserves. Venezuela heeft voorraden van zo'n 80 miljard vaten aan conventionele olie en misschien wel zo'n 270 miljard vaten aan extra zware olie, die eerst aanzienlijk moet worden verbeterd voordat zij kan worden geraffineerd. Als de Venezolaanse schatting van de zware olie-voorraden correct is, zou het land Saoedi-Arabië voorbijstreven, hetgeen tot een verschuiving van het machtsevenwicht in de politiek gevoelige olie-industrie zou leiden.

Venezuela wordt een minder betrouwbare bron van ruwe olie, niet zozeer door slecht beheer als wel door de politieke keuzes van het land. In plaats van de productie te verhogen in reactie op de huidige hoge prijzen, heeft het land sinds Chávez in 1998 aan de macht kwam zijn olieproductie teruggebracht van 3,1 miljoen vaten per dag eind jaren negentig tot zo'n 2,6 miljoen vaten nu. Een staking bij staatsoliemaatschappij Petróleos de Venezuela SA (PdVSA), als protest tegen de bemoeienissen van Chávez met dat concern, veroorzaakte de ontwrichting, en het werd er niet beter op toen Chávez zo'n 18.000 hooggeplaatste functionarissen ontsloeg.

Sinds die staking heeft Chávez in zijn eentje de regels herschreven voor de oliesector van zijn land, dat in de jaren negentig de deur had opengezet voor buitenlandse investeerders. Hij heeft herhaaldelijk de belastingen en royalties verhoogd, en met terugwerkende kracht een restrictievere wet van toepassing verklaard op in de jaren negentig getekende contracten, waardoor ze veranderden van op vergoedingen gebaseerde overeenkomsten in aandelencontracten die de operationele controle in handen legden van PdVSA. Chávez betoogt dat de oorspronkelijke contracten, die werden ondertekend toen de olieprijzen nog laag waren, de oliemaatschappijen te veel armslag gaven.

Twee weken geleden maakte Chevron bekend 75 miljoen dollar aan achterstallige belastingen, rente en boetes te zullen betalen aan de Venezolaanse regering, als gevolg van een campagne van Chávez om de belastingopbrengsten van de staat te verhogen door de oliemaatschappijen op de korrel te nemen.

Toch maakt de omvang van de Venezolaanse olievoorraden het voor buitenlandse concerns moeilijk hun belangen in de steek te laten en te vertrekken. Van alle oliemaatschappijen die hier actief zijn, hebben er slechts vier - Exxon Mobil, Total, Eni en het Noorse Statoil - niet ingestemd met de nieuwe voorwaarden van Chávez. BP en Royal Dutch Shell zijn er bijvoorbeeld wel mee akkoord gegaan om hun contracten te wijzigen. “Chávez weet dat als jij niet toehapt, een ander dat wel zal doen“, zegt Rob Cordry, een analist van PFC Energy in Houston.

Exxon heeft zich harder tegen de stappen van Chávez verzet dan de meeste andere maatschappijen, maar zelfs Exxon speelt het spel voorzichtig. Na de poging van Venezuela om de operationele controle over Exxons activiteiten over te nemen, stemde dochteronderneming Ampolex er vorig jaar mee in haar belang van 25 procent in een project genaamd “Quiamare La Ceiba' te verkopen aan Repsol/YPF Venezuela. Daarnaast overweegt Exxon internationale arbitrage aan te vragen inzake een ander project, “Cerro Negro'. Het concern zei in een verklaring “een vriendschappelijke oplossing“ met de Venezolaanse regering te willen zoeken.

Toch heeft Exxon zijn verzet al zwaar moeten bekopen. In februari verwijderde Venezuela het in het Texaanse Irving gevestigde concern uit een petrochemisch project ter waarde van 3 miljard dollar waarin Exxon had willen samenwerken met Pequiven, de petrochemische divisie van PdVSA. De volgende stappen van Chávez zouden op het terrein van de zware olie kunnen plaatsvinden. Iedere verdere aanscherping van de voorwaarden zou een bevriezing van de toekomstige investeringen op dit gebied kunnen betekenen, in het bijzonder omdat zulke projecten - nog vóórdat er ook maar iets omhoog kan worden gepompt - grote voorbereidende investeringen vergen in industriële faciliteiten om de olie te verbeteren.

ConocoPhillips, dat 9 procent van zijn wereldwijde productie en 5 procent van zijn omzet aan Venezuela ontleent, houdt de discussies over een verandering van het belastingregime voor zware olie-projecten nauwlettend in de gaten. Het in Houston gevestigde bedrijf leidt de zware olie-projecten in Hamaca en Petrozuata - recente investeringen die momenteel 260.000 vaten per dag opleveren uit de Orinoco-gordel. Gevraagd naar de mogelijke belastingwijzigingen, antwoordde topman James Mulva in januari dat dat “een van de dingen is waarover ik het in Venezuela wil hebben.“

Jeffrey Ball, Russell Gold, Bhushan Bahree en Peter Millard hebben aan dit artikel bijgedragen.

Vertaling: Menno Grootveld

Dit artikel verscheen voor het eerst in The Wall Street Journal Europe op 6 april 2006. Herdrukt met toestemming van The Wall Street Journal Europe © 2006 Dow Jones & Company, Inc. alle rechten wereldwijd voorbehouden.

    • David Luhnow José de Cordoba