Valse nauwkeurigheid van IGZ-cijfers

NRC Handelsblad presenteerde op 5 april een Top-20 `sterfgevallen na herseninfarct` in Nederlandse ziekenhuizen, gebaseerd op cijfers van de inspectie voor de gezondheidszorg (IGZ).

Deze ranglijst wekt de indruk dat er tussen de twintig vermelde ziekenhuizen reële verschillen in kwaliteit van zorg bestaan. In werkelijkheid valt hierover nog bitter weinig te zeggen. De cijfers hebben namelijk betrekking op één jaar (2004). Doorgaans fluctueert dit type cijfers van jaar tot jaar. De IGZ-cijfers zijn dan ook schattingen.

Een goede indruk van de (on-) nauwkeurigheid van een schatting kan worden verkregen door een 95-procent-betrouwbaarheidsinterval te berekenen. In plaats van één getal wordt een boven- en ondergrens berekend, waarbij men er voor 95 procent zeker van kan zijn dat het werkelijke cijfer hiertussen ligt.

In het Amsterdamse Lucas Andreas Ziekenhuis overleden 26 van de 97 patiënten (26,8 procent) binnen een half jaar nadat zij een beroerte hadden gekregen. Berekening van een 95-procent-betrouwbaarheidsinterval leert dat dit ook 18,0 of 35,6 procent had kunnen zijn. Met andere woorden: het Lucas Andreas Ziekenhuis doet het mogelijk niet slechter dan de Tjongerschans (18,3 procent) in Heerenveen.

Op dezelfde manier is aannemelijk dat er helemaal geen verschil hoeft te bestaan tussen Tjongerschans, nummer 8 op de lijst, en Ziekenhuis Amstelland in Amstelveen, met 14,6 procent nummer 19 op de lijst. Pas wanneer de cijfers een aantal jaren worden verzameld, kan blijken of er reële, niet op toeval berustende verschillen tussen ziekenhuizen bestaan. Maar dan nog kan het de vraag zijn waarop deze verschillen wijzen: verschil in kwaliteit van zorg óf verschillen in risicofactoren (leeftijd, co-morbiditeit, sociaal vangnet en dergelijke) in de populatie die gebruikmaakt van ziekenhuiszorg.

    • Dr.Ir. Hans de Beer Methodoloog