Thuiszorg wil jeugdzorg helpen

Thuiszorgwerkers bieden hulp aan om de wachtlijsten in de jeugdzorg op te lossen. De landelijke koepel van thuiszorgorganisaties Z-org denkt op korte termijn 1.200 gezinnen met problemen te kunnen helpen. Nu wachten 6.000 kinderen minimaal negen weken op hulp. Staatssecretaris Ross-van Dorp (Volksgezondheid, CDA) juicht het aanbod toe. “Alle beetjes helpen“, zegt haar woordvoerder. Eerder liet Ross de Tweede Kamer weten op te stappen als de wachtlijsten in de jeugdzorg niet aan het eind van dit jaar zijn verdwenen.

“De provincies en de bureaus Jeugdzorg kunnen de wachtlijsten kennelijk niet alleen oplossen“, zegt directeur A. Koster van Z-org. “Ross wil gezinnen met probleemkinderen niet bij instellingen onderbrengen, maar ambulante zorg thuis bieden. Wij hebben ervaring met die ondersteuning.“

Vijftig thuiszorgorganisaties in het hele land hebben zogeheten gespecialiseerd verzorgenden klaar staan die ouders en kinderen met opvoedproblemen kunnen helpen, meent Z-org (150.000 medewerkers, 90 procent van de thuiszorgorganisaties).

De flexibele arbeidskrachten van de thuiszorg werken nu voor ouderen, verslaafden of mensen met psychosociale problemen. Sinds de wet op de jeugdzorg in 2005 inging, zijn provincies verantwoordelijk voor de zwaardere jeugdhulp. Die schakelen jeugdzorginstellingen in (zoals pleegzorg of tehuizen). Zij slagen er echter niet in om alle hulpbehoevende kinderen te geven wat ze nodig hebben. In 2005 steeg de vraag naar jeugdzorg met 38 procent.

Ross is bereid de provincies extra geld te geven als ze met goede plannen komen om de wachtlijsten te bestrijden. Z-org hoopt nu dat de provincies met dat geld thuiszorg zullen inhuren.