Thuis vaker euthanasie dan sedatie

Euthanasie wordt vaker thuis en vaker bij jongere patiënten toegepast dan palliatieve sedatie. Dat blijkt vandaag uit een publicatie in Archives of Internal Medicine van Nederlandse onderzoekers.

De onderzoekers afkomstig van het Erasmus MC, het UMC Utrecht en het VU Medisch Centrum, onder wie de hoogleraren sociale geneeskunde Paul van der Maas en Gerrit van der Wal, willen met deze bevindingen meer inzicht geven in de verschillen en overeenkomsten tussen euthanasie en palliatieve sedatie.

Bij euthanasie krijgen patiënten op hun uitdrukkelijk verzoek een dodelijk middel, waarna ze vrijwel onmiddellijk overlijden. Bij palliatieve sedatie krijgen patiënten die nog maar kort te leven hebben een slaapmiddel - een dormicum - waardoor ze buiten bewustzijn raken en geen pijn en angst meer voelen. Om het sterven niet langer te laten duren dan nodig is, wordt er meestal geen vocht en voeding meer toegediend.

Lange tijd was het voor artsen onduidelijk hoe en onder welke voorwaarden ze palliatieve sedatie konden toepassen. De arts-assistent Peter Vencken werd in 2003 vervolgd wegens moord, nadat hij een patiënt die op zijn sterfbed dreigde te stikken, een dormicum had gegeven. Vencken werd door de rechtbank en door het hof vrijgesproken.

De onzekerheid over de criteria is voorbij, nu de artsenorganisatie Koninklijke Nederlandsche Maatschappij ter bevordering van de Geneeskunst in december 2005 een richtlijn publiceerde. Palliatieve sedatie wordt gezien als normaal medisch handelen. Artsen beslissen er zelf over en ze hoeven het niet te melden bij een toetsingscommissie. Uit het onderzoek blijkt dat van 410 ondervraagde artsen 115 te maken hebben gehad met palliatieve sedatie, 97 met euthanasie en 96 met beide. De interviews hadden plaats in 2002.

Zowel bij euthanasie als bij palliatieve sedatie gaat het om patiënten die ernstig lijden. Patiënten die kozen voor euthanasie, leden vaak aan kanker en waren thuis. Palliatieve sedatie werd vaker toegepast bij patiënten met hart- en vaatziekten of met een verminderd bewustzijn. Ook waren deze patiënten vaker angstig of verward. Palliatieve sedatie wordt vaak gezien als een verkapte vorm van euthanasie. Maar artsen die het toepassen, zeggen dat de ziekte zelf de dood veroorzaakt.

De hoogleraren Paul van der Maas en Gerrit van der Wal evalueren sinds 1991 elke vijf jaar de euthanasiepraktijk in Nederland. In hun rapport van 2003 schreven zij ook dat patiënten die overlijden na euthanasie - 3.500 per jaar, op 142.000 sterfgevallen - vaker aan kanker lijden. Voor het volgende rapport onderzoeken zij hoe vaak artsen palliatieve sedatie toepassen.