Regering Australië gehoord om smeergeld

De Australische regering zou hebben geweten van smeergeld dat een graanexporteur betaalde aan Saddam Hussein. Twee verhoorde ministers herinneren zich niets.

De regering van de Australische premier John Howard moet zich deze week verantwoorden voor de rol van een Australisch graanbedrijf in het Iraakse olie-voor-voedselschandaal. Een onderzoekscommissie, aangesteld door premier Howard, moet vaststellen of de regering willens en wetens graanexporteur AWB haar gang liet gaan met betaling van smeergelden aan Saddam Hussein, om zo veel mogelijk graan aan Irak te leveren.

Van de 2.200 bedrijven die de Amerikaanse onderzoeker Paul Volcker vorig jaar beschuldigde van corruptie in het olie-voor-voedselprogramma, was AWB (Australian Wheat Board) de grootste leverancier van humanitaire goederen aan Irak. De zaak kwam aan het licht toen bleek dat de Australiërs twee keer zoveel voor hun graanleveranties ontvingen als de Amerikanen.

In eerste instantie gaat het onderzoek terug naar 2002, toen Irak een lading graan weigerde omdat er ijzersplinters en vijlsel in zou zitten. AWB, een monopolist en tot 1999 in handen van de staat, ontkende en beschouwde de weigering als een straf voor de ferme houding van de Australische regering ten opzichte van Irak. Uit een memo blijkt dat AWB bereid was de Irakezen 1,5 miljoen euro te betalen om het conflict op te lossen. De Verenigde Naties zouden met verhoogde graanprijzen om de tuin worden geleid. Het smeergeld liep later op tot 180 miljoen euro, het grootste aandeel aan smeergeld in het olie-voor-voedselschandaal.

De graanleveranties waren belangrijk voor Australië. In eigen land stond de markt onder grote druk. Onder de noemer “havengelden' of “transportkosten' werden de smeergelden op papier verdoezeld en overgemaakt aan een Jordaans bedrijf, dat voor 49 procent in handen was van Saddam.

Het Australische ministerie van Buitenlandse Zaken vroeg in 2003 aan het bestuur van AWB of het op de hoogte was van deze praktijken. Er kwam geen reactie. Wel vroeg AWB om hulp van de regering om de lucratieve contracten binnen te halen, waarin men uiteindelijk slaagde.

In 2006 weet de regering echter van niets. “De typische modus operandi van deze regering“, zegt een woordvoerder van oppositiepartij Labor. “Laat je louche praktijken uitvoeren door ambtenaren, of in dit geval directeuren van AWB.“ Gisteren werd minister van Handel Mark Vaile ondervraagd door de onderzoekscommissie. Hij gaf toe dat hij de naam van het land in diskrediet had kunnen brengen. De rest van zijn antwoorden was eentonig; maar liefst twintig keer zei hij zich niets te kunnen herinneren. “En daar laat hij zich maandelijks voor betalen“, meesmuilde Labor.

Vandaag was het de beurt aan minister van Buitenlandse Zaken Alexander Downer. Zijn ministerie was volgens AWB op de hoogte geweest. Downer sprak van een “very distant recollection“, ofwel een zeer vage herinnering aan meldingen van ambassadepersoneel over de wanpraktijken.

Morgen wordt besloten of ook premier Howard moet verschijnen voor de onderzoekers. Hij zou de eerste premier in die positie zijn sinds 1983. Howard heeft geen moeite met een verhoor. “Ik zal de eed afleggen en alles wat ik weet naar waarheid beantwoorden“, aldus Howard, die inmiddels tien jaar premier is. Nu wachten Australiërs af hoe het met zijn geheugen is gesteld.

    • Wabe Roskam