Rechts door zee

Het Genootschap Onze Taal krijgt niet langer geld van de Taalunie voor het beantwoorden van taalvragen. Volgens het genootschap komt dat doordat Onze Taal dwarsligt bij de spelling - het genootschap gaat immers het Witte Boekje uitbrengen, dat op enkele punten afwijkt van het Groene Boekje. Volgens de Taalunie ligt het anders: er is gewoon een contract verlopen en er moet een openbare aanbesteding komen.

Ik ga me niet mengen in deze ruzie, maar het genootschap is opeens 48.000 euro subsidie kwijt, en nieuwe leden (lees: nieuwe abonnees op het tijdschrift) zijn harder welkom dan ooit.

Dat het nuttig kan zijn om het tijdschrift Onze Taal te lezen, bleek vorige week weer eens, toen Rita Verdonk zich kandidaat stelde voor het lijsttrekkerschap van de VVD. Toevallig staat in het jongste nummer van Onze Taal een uitstekend artikel waarin Jaap de Jong twee politieke speechschrijvers aan het woord laat. De ene heeft veel geschreven voor minister Donner (vorig jaar politicus van het jaar), de andere schreef veel voor PvdA-lijsttrekker Wouter Bos.

Beide speechschrijvers zijn het over één ding eens: de media willen soundbites, korte citaten die het goed doen op radio en tv, en daar schrijven zij op.

Rita Verdonk maakte haar lijsttrekkerschap bekend op een ondernemersbeurs in de Rai. Haar speech was zeer behendig geschreven, hij stond vol soundbites. In een van de eerste gaf zij antwoord op de vraag waarom zij lijsttrekker wil worden. “Omdat ik het belangrijk vind dat we met z'n allen weer trots kunnen zijn op Nederland.“

Hé, waar had ik die net eerder gelezen? In het tijdschrift Onze Taal, dat een fragment bevat uit een speech van Wouter Bos van 10 december 2005, waarin Bos uitlegt waarom hij premier van Nederland wil worden. “Ik wil net als elke Nederlander niets liever dan trots zijn op mijn land.“

Verdonk besloot met een soundbite die het vaakst is herhaald: “Al die mensen die mij nu vragen willen stellen over: bent u nu links, of bent u nu rechts, laat ik daar heel duidelijk over zijn: ik ga voor de inhoud. Ik ga voor de boodschap. Dus ik ben niet links, ik ben niet rechts, maar ik ben rechtdoorzee.“

Het gaat natuurlijk vooral om die laatste zin: niet links, niet rechts, maar rechtdoorzee. Dat is een prima uitsmijter, volgens de regels van de speechschrijverskunst: kort, helder, met een herhaling en een woordspeling. Een kant-en-klare brok voor de gretige media.

In Onze Taal staat een variant, die het indertijd ook uitstekend heeft gedaan. In 2002 zei Jeltje van Nieuwenhoven: “Criminaliteit en integratie zijn geen rechtse thema's. Als wij deze thema's rechts laten liggen, laat de kiezer ons terecht links liggen.“

Rechts, terecht, links liggen; links, rechts, rechtdoorzee - veel mensen zijn dol op dit soort woordspelingen. Ze prikkelen ons, waarschijnlijk omdat ze dezelfde kolommen in ons mentale woordenboek aanspreken. Ook over dát aspect van het speechschrijven staat het een en ander in Onze Taal, én op de website van dit genootschap.

Ik bedoel maar: steun dat genootschap. Is het niet linksom, dan rechtsom, of recht uit het hart. Zodat wij, met z'n allen, weer trots kunnen zijn op het Nederlands.

Sinds vorige week heeft WoordHoek op de website van NRC Handelsblad het karakter van een weblog. Lezers kunnen daar rechtstreeks reageren op artikelen. Zie http://weblogs.nrc.nl/weblog/woordhoek/